In Skopje is een havik aan de macht

Macedonië lijkt in snel tempo af te glijden naar een serieuze oorlog. Dat heeft niet alleen te maken met het Albanese rebellenleger UÇK, maar ook met de krijgshaftige premier Ljubco Georgievski.

Ljubco Georgievski stond tien jaar geleden bekend als een ultra-nationalist, een Albanezenvreter en een uitgesproken havik. De jonge dichter, oppositieleider indertijd, leidde een fel nationalistische partij. In haar naam herinnerde de VMRO-DPMNE (Interne Macedonische Revolutionaire Organisatie / Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid) uitdrukkelijk aan een organisatie die zich aan het begin van de twintigste eeuw onderscheidde door een uitermate gewelddadig terrorisme, de IMRO.

Maar nadat Georgievski eind 1998 premier van Macedonië werd, veranderde hij van een havik in een duif. Hij nam een van de twee partijen van de Albanese minderheid in zijn regeringscoalitie op. Pragmatisme werd het devies. Zelfs de moeizame relatie met de Albanese minderheid werd niet slechter – misschien zelfs wat beter, zeker toen de illegale en ondergrondse Albaneestalige universiteit in Tetovo uitzicht kreeg op erkenning – zij het slechts als particulier instituut voor hoger onderwijs, en niet als volwaardige universiteit.

Maar ook dat is weer verleden tijd. Sinds het Albanese `Nationaal Bevrijdingsleger' UÇK, met steun van extremisten in Kosovo, zijn opstand in het noorden van Albanië begon, heeft Georgievski een zwaai terug gemaakt: hij is in snel tempo weer van een duif een havik geworden. Hij gelooft heilig in de mogelijkheid de guerrilla van het UÇK met militaire middelen te bedwingen – een mogelijkheid die door deskundigen als een gevaarlijke misvatting wordt gezien – en, wat meer is, hij handelt daar ook naar: Georgievski breekt bestanden en laat zijn leger aanvallen op momenten waarop terughoudendheid is geboden. Hij praat in een nationale dialoog met de partijen van de Albanese minderheid, maar hindert die dialoog keer op keer door zijn leger opdracht te geven in de aanval te gaan, daarmee eenzijdige UÇK-bestanden naar de prullenbak verwijzend. Als de partijen van de Albanezen met het UÇK een op vrede gericht pact sluiten, het Prizren-akkoord, bestempelt Georgievski dat als ,,een oorlogsverklaring aan Macedonië'' – ongeacht de inhoud van het akkoord. De vermeende architect van `Prizren', de Amerikaanse OVSE-diplomaat Robert Frowick, gooide hij stante pede het land uit.

Als het UÇK nieuwe bestanden aanbiedt of afkondigt, worden die door Georgievski genegeerd. Het was Georgievski die onlangs een zeer controversieel voorstel van de Academie van Wetenschappen over een ruil van grondgebied met Albanië liet uitlekken. Inmiddels geeft Georgievski openlijk de schuld van de crisis aan de internationale gemeenschap: als die zijn leger gewoon zijn gang zou laten gaan, zou de zaak binnen de kortste keren worden geregeld. Gisteren liet hij zich woedend uit over de internationale gemeenschap, omdat die de vreedzame aftocht van 300 UÇK-rebellen uit Aracinovo had geregeld: zijn leger had Aracinovo in een mum van tijd kunnen veroveren! [Vervolg GEORGIEVSKI: pagina 5]

GEORGIEVSKI

Georgievski 'een krankzinnige generaal'

[Vervolg van pagina 1] Dat het oorlogsgevaar van zijn voordeur was geweken (Aracinovo ligt maar zeven kilometer van Skopje's centrum) en dat zijn leger niet eens had verhinderd dat het UÇK Aracinovo überhaupt had bezet, vermeldde de premier gisteren niet.

Georgievski speelt met vuur in een land dat om diverse redenen extreem kwetsbaar is en zich spelen met vuur helemaal niet kan permitteren. Een ex-medewerker van Georgievski bestempelde hem onlangs als ,,een krankzinnige generaal''. Georgievski is inmiddels niet langer onderdeel van de oplossing van het probleem-Macedonië meer, hij is onderdeel van het probleem zelf.

De ommezwaai van duif naar havik komt waarschijnlijk voort uit pure verrassing en uit een persoonlijke teleurstelling: Georgievski werd in februari overvallen door het optreden van het Albanese rebellenleger UÇK. Hij had ruim een jaar lang veel gedaan aan de verbetering van de relatie met de Albanezen - en toch namen die de wapens op.

De keiharde lijn van Georgievski heeft, in combinatie met het geweld dat door het al evenmin zachtaardige UÇK wordt gebruikt, Macedonië aan de rand van de afgrond gebracht. De kloof tussen de Slavische en de Albanese Macedoniërs is sinds februari alleen maar groter geworden en heeft inmiddels Bosnische afmetingen aangenomen: het is even moeilijk voorstelbaar hoe beide volkeren in Macedonië weer in vrede met - of zelfs maar naast - elkaar kunnen leven als het in Bosnië voorstelbaar is - nog steeds - dat Serviërs, moslims en Kroaten weer vreedzaam met elkaar samenleven.

President Boris Trajkovski (45), óók afkomstig uit de VRMO, maar een veel gematigder politicus, lijkt de greep op de gebeurtenissen in zijn land geheel kwijt te zijn door de krijgshaftige initiatieven van de premier.

De president staat bekend als een pleitbezorger van etnische verzoening. Hij heeft zijn eigen functie voor alles te danken aan de stem van de Albanese minderheid: de Albanezen stemden op aanraden van hun leiders in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen massaal op Trajkovski, die in de eerste ronde nog slechts op de tweede plaats was geëindigd (achter de socialist Petkovski) en gold als de outsider. Een methodistische lekenprediker - de eerste protestantse leider op de Balkan, die naar eigen zeggen vaak en veel bidt en zich door God uitverkoren voelt om het land te leiden.

Helaas geeft Georgievski hem die kans niet, of in steeds mindere mate. Trajkovski's vredesplan, dat voorziet in inwilliging van de belangrijkste eisen van de Albanese minderheid en dat de UÇK-rebellen een gedeeltelijke amnestie belooft als ze de wapens neerleggen of zich terugtrekken naar Kosovo, is op sterven na dood - een van de slachtoffers van het steeds verder escalerende verbale en fysieke geweld van Ljubco Georgievski.