Impasse in V-raad over sancties tegen Irak

Rusland gaat niet akkoord met het plan van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië om de sancties tegen Irak grondig te herzien.

Volgens Moskou komt het Amerikaans-Britse voorstel inzake `slimme sancties' neer op verscherping van het bijna elf jaar geleden afgekondigde handelsembargo tegen Irak. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Ivanov, heeft dit in een brief aan de Verenigde Staten duidelijk gemaakt. Daarmee is de discussie over herziening van de sancties in een impasse terechtgekomen.

Moskou is Iraks trouwste bondgenoot in de Veiligheidsraad. De Russische VN-ambassadeur heeft in plaats van het Amerikaans-Britse plan een voorstel ingediend tot herziening van een resolutie van december 1999 die tot opschorting van het handelsembargo leidt als Irak weer wapeninspecteurs van de VN op zijn grondgebied zou toelaten. De VS en Groot-Brittannië hebben dit idee onmiddellijk verworpen.

In het nieuwe voorstel van Washington en Londen mag Irak in principe alle civiele goederen invoeren zonder toestemming van de Verenigde Naties vooraf. Het verbod van de invoer van wapens en producten die een militaire bestemming kunnen krijgen, zou echter worden verscherpt, onder andere door extra controle aan de grenzen. Ook zou de Iraakse illegale olie-export moeten worden afgesneden.

Irak is fel tegen dit voorstel gekant. Om dit verzet te onderstrepen, heeft het zijn olie-export krachtens het olie-voor-voedselprogramma gestaakt. Voorts heeft het zijn buurlanden met kracht gewaarschuwd tegen medewerking met het Amerikaans-Britse voorstel.

Op grond van het olie-voor-voedselprogramma, dat sinds 1996 van kracht is, mag het regime van Saddam Hussein maximaal olie uitvoeren om, onder controle van de VN voedsel, medicijnen en andere essentiële levensbehoeften aan te schaffen. Dit programma, dat algemeen als ontoereikend wordt beschouwd, loopt op 3 juli af. Als de Veiligheidsraad het niet eens wordt over het Brits-Amerikaanse plan voor wijziging van de sancties, en daar ziet het nu naar uit, dan wordt het olie-voor-voedsel-programma vermoedelijk voortgezet.