Hoge drempel

DE BESLISSING van de Hoge Raad om de Puttense moordzaak te heropenen heeft zeldzaamheidswaarde. Het is dan ook niet mis wat er werd gevraagd: een geldige einduitspraak open te breken. De Puttense moordzaak had de hele trits van rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en beroep in cassatie bij de Hoge Raad zelf doorlopen. Een klacht bij de Europese commissie voor de rechten van de mens werd niet-ontvankelijk verklaard. Toch bleven er allerlei vragen, zoals met name blijkt uit het boek over deze zaak van de Rotterdamse oud-hoofdcommissaris Blaauw, zelf een ervaren recherchechef. Hij liep daarin af en toe wel wat onbesuisd van stapel, zoals de kritiek in het Algemeen Politieblad luidde. Maar de recensent kon er niet omheen dat er aan het politie-onderzoek in deze zaak van alles heeft ontbroken. De moeilijkheid was dat de opeenvolgende rechters in al die vragen uiteindelijk geen beletsel voor een veroordeling hebben gezien.

De drempel voor herziening is hoog. Er moet niet alleen sprake zijn van nieuwe feiten die zijn opgedoken (een novum), maar ze moeten ook nog eens van een zodanig gewicht zijn dat ze tot vrijspraak hadden kunnen leiden als ze de oorspronkelijke rechters bekend waren geweest. De Hoge Raad heeft in de Puttense moordzaak herziening bevolen omdat een getuige-deskundige zijn verklaring heeft ingetrokken, overigens pas nadat het hoge college de ongebruikelijke stap had genomen hem opnieuw te horen. De heropening blijft niet beperkt tot dit ene punt, maar behelst de hele zaak. Daardoor komen toch ook de twijfelachtige politiemethoden weer aan de orde – evenals de pijnlijke vraag of de justitie niet te zeer naar een veroordeling heeft toegeredeneerd. Uit het bevel tot herziening volgt niet automatisch vrijspraak, de herzieningsrechter staat vrij tegenover de verwijzing door de Hoge Raad.

Los van de afloop staat de kwestie of het bij al die vraagtekens bij de veroordeling werkelijk zo lang had moeten duren voordat tot herziening werd besloten. De verdachten hebben inmiddels hun straf al uitgezeten. Toch is die drempel er niet voor niets. `Litis finiri opportet', zeiden de oude Romeinen reeds: eens moet er een streep worden gezet onder een rechtszaak. Dit beginsel staat echter onder druk van de moderne techniek. De DNA-test heeft in de VS al menige terdoodveroordeelde op de valreep uit de dodencel gehaald. Moet er ook in ons land niet een ruimere mogelijkheid komen opnieuw te kijken naar ogenschijnlijk zekere uitspraken?

HET OPENBREKEN van rechterlijke uitspraken heeft echter een keerzijde. Een ander oud beginsel komt daardoor onder druk te staan, `ne bis in idem': iemand kan niet tweemaal worden berecht voor hetzelfde feit. Juist wegens de nieuwe mogelijkheden van DNA-onderzoek gaan er stemmen op aan vrijspraken te mogen morrelen. De DNA-euforie mag niet doen vergeten dat het in de woorden van het Amerikaanse hooggerechtshof tot de rechten van de mens behoort, dat ,,de staat met al zijn hulpmiddelen en macht niet een herhaalde poging mag doen een individuele burger te veroordelen wegens een beweerde overtreding en hem opnieuw onderwerpt aan een pijnlijke, dure en angstige vuurproef''.