Goudvis

We zitten bij vrienden op het terras achter het huis. De zon heeft aangename kracht. Op het gladgeschoren stadsgazonnetje bouwt een ondernemend kereltje van drie op zijn knietjes een blokkentoren.

Hij staat op en loopt naar een vijvertje aan de andere kant van het gras. Zijn moeder roept: `Niet te dicht bij het water komen!'

Hij geeft geen antwoord, steekt zijn hand in de vijver, haalt er iets uit en loopt er mee naar ons toe.

Hij doet zijn handje open en laat een dode goudvis zien.

`Is dat Gerrit?' vraagt zijn vader, `is-ie dood?'

Zijn moeder zegt: `En je had hem pas een week!'

Jeroen knikt een paar maal nadenkelijk en licht berustend toe: `Er is water in zijn oogje gekomen!'