Gestrande busreizigers spelen `King Lear' na

The King is Alive is de vierde Dogmafilm, gemaakt door medeopsteller van het manifest Dogme 95 Kristian Levring. Waar Thomas Vinterberg (Festen), Lars von Trier (The Idiots) en Søren Kragh Jacobson (Mifune's Last Song) hun met digitale camera's geschoten films in het Deens opnamen met lokale acteurs, regisseerde Levring een Engelstalige film met een internationale cast, bestaande uit Amerikaanse, Engelse en Franse acteurs.

Die cast is indrukwekkend en toont weer eens aan dat Britse, in de theatertraditie geschoolde acteurs tot de wereldtop behoren. Het toont ook aan dat Dogmafilms drijven op de verrichtingen van een groep relatief onbekende acteurs die op de huid worden gevolgd. Door de directheid en genadeloosheid van de digitale camera krijgt hun optreden een ongekende impact. Koppel dit aan de neiging nogal theatrale verhalen te willen vertellen die tegen klassieke tragedies en de rauwe naaktheid van het bestaan schurken. Een naaktheid die haar pendant vindt in de tien dogmaregels, eigenlijk een studentikoze parodie op de tien geboden. Deze regels verbieden kunstlicht, filters, props van buiten de set en cameratrucs, waardoor al snel een soort authenticiteit wordt bereikt.

Zo ook in The King is Alive, waarin een tiental busreizigers strandt in een Namibische woestijn, ver van de beschaafde wereld. Dat het een `fantastic striptease of basic human needs' gaat worden, zoals een van hen opmerkt, is wel duidelijk. Zeker voor diegene die films heeft gezien als Lord of the Flies, of het recente Castaway (met Tom Hanks). Het dunne laagje beschaving maakt langzaam plaats voor seksuele verlangens en frustraties, eigenbelang en toenemende gekte. Om dit proces te vertragen en het wachten op overvliegende vliegtuigen of andere hulp draaglijk te maken, stelt Henry voor Shakespeare's King Lear op te voeren. De casting en uitvoering van dit toneelstuk leveren nogal wat problemen op, die doorsijpelen naar het echte leven. Al te veel prijs geven van deze plot zou zonde zijn, het volstaat op te merken dat diverse crises de revue passeren en dat de relatie tussen Shakespeare's toneelstuk en de film niet al te duidelijk is. Alhoewel gesuggereerd wordt dat Gina/Ophelia (Jennifer Jason Leigh) misschien wel Henry's echte dochter is, die hij jaren geleden uit het oog verloor. Wat zijn tranen extra tragisch maakt.

Wat The King is Alive echter onderscheidt van zijn voorgangers is niet de intensiteit van de gebeurtenissen, maar de manier waarop deze door Levring en cameraman Jens Schlosser in beeld worden gebracht. Met een voor een Dogmafilm tot nu toe ongekend oog voor compositie, waar cameradynamiek doorgaans belangrijker is dan een uitgekiende mise-en-scène, brengen ze het woestijnlandschap in beeld. De dramatiek van de droge zandvlaktes, verzengende hitte, en stoffige onderkomens wordt bijzonder beeldend gebracht. Een aantal shots zou niet misstaan in een verhandeling over schilderkunst. En met onscherpe beelden, beweeglijk geschoten alsof de camera een schilderskwast is die wild over het canvas scheert, wordt de toenemende desoriëntatie van de groep mooi weergegeven. Dat ze daarnaast dienen als een soort witregels, punctuatie tussen de sequenties, is een ander bewijs voor de verbeeldingskracht van Levring. Het is dan ook schandelijk dat deze film zeer minimaal (in 1 theater) uitgebracht wordt in Nederland, nadat hij eerst al geruisloos dreigde te verdwijnen naar de videoschappen. Dogma-moeheid is te begrijpen, na de hype en de wat zwakkere broeders van de afgelopen jaren. Maar een visueel zeer overtuigende Dogmafilm zo behandelen getuigt van weinig kennis over de kracht van cinematografie, zelfs als het script misschien niet bijster origineel is.

The King is Alive. Regie: Kristian Levring. Met: Jennifer Jason Leigh, Janet McTeer, Bruce Davison, Romane Bohringer, David Calder, David Bradley. In: Het Ketelhuis, Amsterdam.