Franse oefening in duistere driften

Wat Le secret, het regiedebuut van de Franse regisseuse Virginie Wagon, zo opmerkelijk maakt, is moeilijk in woorden uit te drukken. Het verhaal is niet erg bijzonder, en bovendien al vele malen eerder verteld. Een vrouw van rond de 35 heeft alles wat haar hartje begeert. Ze is twaalf jaar getrouwd met een aardige man, heeft een schattig zoontje en kan niet mopperen over succes in haar professionele bestaan. Ze voert herhaaldelijk het klassement aan van de beste encyclopedieverkoopsters, en weet precies hoe je een voet tussen de deur moet krijgen, om vervolgens met de juiste argumenten de aspirant-kopers tot een handtekening te verleiden.

Op een dag komt ze thuis bij een zwarte Amerikaanse reus, die geen woord Frans verstaat, maar de vrouw haar hele repertoire laat afsteken. Hij koopt een encyclopedie, en binnen de kortste keren komt ze met een smoesje terug. Het duurt nog een paar alibi's voordat ze zich overgeeft aan gepassioneerde seks met de onbekende, en verslaafd raakt aan een kant die ze niet van zichzelf kende. Vroeger of later moet het overspel uitkomen, en dreigt ze alle zekerheden in haar bestaan te verliezen, in ruil voor een weinig toekomst biedende fysieke relatie met een man die niet in monogamie gelooft.

Het verhaal van Le secret klinkt als een typisch Franse oefening in de frictie tussen behoefte aan controle en de drang tot duistere driften. In zekere zin sluit de film ook aan bij die rijke traditie, van Le diable au corps via Belle de jour tot de recente, door vrouwen bedachte extreme varianten als Romance en Baise-moi. Maar er is meer aan de hand, want Le secret is ook een heldere en realistische, bijna minimalistische tekening van een verre van gepassioneerd milieu. Dat realisme en de transparante stijl zijn terug te voeren op de samenwerking van Wagon met co-scenarist Erick Zonca, de maker van La vie rêvée des anges (1999), ook al door hen beiden geschreven.

De onbekende Belgische actrice Anne Coesens is een ideale vertolkster van de hoofdrol van een vrouw zonder opvallende eigenschappen. Ze zit gevangen in een web van gewoontes en conventies, maar is geen slachtoffer. Tot op zekere hoogte is haar transgressie het gevolg van een, in ieder geval emotioneel bewuste keuze. Mooi speelt Wagon met de tegenstelling tussen rituelen, zoals het verkooppraatje en, aan het slot van de film, een traditionele trouwpartij, en aan de andere kant de behoefte om geheel te verdwijnen in een onderworpen seksuele relatie. Ook de keuze om van de minnaar een Amerikaan te maken, die niets begrijpt van het fijnmazige stelsel van Franse sociale conventies, is heel slim. Alleen over de huidskleur van de acteur kun je twijfels hebben, omdat zijn zwijgende potentie gevaarlijk in de buurt van een racistisch cliché komt.

Dit alles zegt nog weinig over de specifieke schoonheid en kracht van Le secret, de fluisterende sensualiteit en de discrete toon van de film. Het is een kwestie van smaak of je daar gevoelig voor bent; het is een subtieler filmtaal dan die van Zonca in het ruigere La vie rêvée, en Le secret zal dan ook zeker een minder breed publiek bekoren.

Le secret. Regie: Virginie Wagon. Met: Anne Coesens, Michel Bompoil, Tony Todd. In: De Uitkijk, Amsterdam; Haags Filmhuis; Lux, Nijmegen.