Drugs, een nationale crisis in Iran

Iran heeft een reusachtig drugsprobleem, zo gaven de autoriteiten zelf gisteren te kennen ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Drugsmisbruik. En niets helpt.

Het was de Internationale Dag tegen Drugsmisbruik gisteren, en de Islamitische Republiek Iran heeft hem met verve gevierd. De politie van Teheran maakte de aanhouding van 3.000 gebruikers en kleine handelaars in het kader van een nieuwe grote antidrugscampagne bekend, plus de inbeslagneming van 50 kilo verschillende soorten verdovende middelen. Voorts werd 500 kilo drugs symbolisch verbrand in Khak-e Sefid, een buurt in Teheran die in maart in een grote politieactie van drugshandel werd gezuiverd. Honderden handelaren en gebruikers werden toen opgepakt en de `huizen van corruptie' van waaruit ze hun zaken deden meteen met de grond gelijk gemaakt. Ter verdere afschrikking werden enkele weken later vijf van de arrestanten aan hijskranen opgehangen, onder instemmend geroep van de omstanders: ,,Dood aan de handelaren!''

Iran heeft dan ook een gigantisch drugsprobleem, het grootste ter wereld. Tijdens een congres in Teheran over verdovende middelen zei het hoofd van de Iraanse Welzijnsorganisatie, dr. Gholam-Reza Ansari, zondag dat het land 6 miljoen gebruikers telt – een kleine 10 procent van de bevolking – en dat er jaarlijks 600.000 gebruikers bijkomen, in meerderheid vrouwen. Van die 6 miljoen is 20 procent verslaafd. Het hoofd van de drugsbestrijding, Mohammad Fallah, deed er gisteren nog wat cijfers bij. Tussen maart 2000 en maart van dit jaar zijn 1.378 mensen als gevolg van drugsgebruik overleden. Bij antidrugsoperaties zijn 1.083 handelaren gedood. Voorts zijn in die periode 227.000 mensen opgepakt in verband met drugszaken, van wie 5.433 die drugs hadden geslikt voor smokkeldoeleinden. Ten slotte is 214 ton verdovende middelen in beslag genomen. ,,Een nationale crisis'', zo vatte Fallah zijn cijfers samen.

De autoriteiten hebben het probleem lang ontkend: hoe kan een land waar de islam aan de macht is, aan de drugs raken? Maar de moskee is niet opgewassen gebleken tegen de combinatie van slechte economische situatie, zeer jonge bevolking, lange grens met opiumproducent Afghanistan plus lange traditie van opiumgebruik.

Iran is de natuurlijke uitvoerroute van Afghaanse drugs, met name opium en heroïne, naar hoofdafnemer Europa. De organisatie voor drugsbestrijding van de Verenigde Naties, UNDCP, zegt begin dit jaar te hebben geconstateerd dat de Afghaanse Talibaan in de belangrijkste opiumproducerende provincies een eind hebben gemaakt aan de teelt van papavers. Maar volgens de Iraanse overheid liggen er nog grote buffervoorraden drugs, hoe dan ook voldoende voor een paar jaar Europese en Iraanse consumptie. Intussen is in Iran de prijs van opium de afgelopen tijd aanzienlijk gestegen, die van – in Afghaanse laboratoria geproduceerde – heroïne tot een ongekend dieptepunt gedaald. Voor de prijs van een fles melk, zo meldde het officiële Iraanse persbureau IRNA gisteren, is in Teheran een onderhoudsdosis heroïne te koop.

Iran voert de strijd tegen de drugs op twee fronten: aan de ene kant wordt de handel aangepakt, aan de andere kant de consument. In het grensgebied met Afghanistan is een ware oorlog tegen de drugssmokkelaars aan de gang. Met zeer beperkt succes, zo klaagde het parlement eerder dit jaar: drugshandelaren terroriseren het gebied. In de provincie Khorassan ,,zijn de mensen permanent in de greep van doodsangst'', schreef de Iraanse krant Qods.

De binnenlandse vraag wordt, voorlopig met even weinig succes, met grootscheepse propagandacampagnes bestreden. Nu de autoriteiten hun islamitische schroom hebben afgelegd, wordt zelfs op de scholen voorlichting gegeven. De staatstelevisie toont avond aan avond reclamespotjes van drugscriminaliteit en spijt in de cel.

Het hoofd van de rechterlijke macht, ayatollah Mahmoud Shahrudi, bepleitte gisteren verharding van de strafmaatregelen tegen handelaars. Die zijn al niet mis – iedereen die wordt gepakt in het bezit van meer dan 30 gram heroïne wordt opgeknoopt. Maar Shahrudi wil ook af van de mogelijkheid van gratie: ,,Drugshandel is een walgelijke misdaad die strengere bestraffing vergt'', zei hij.

Ook riep Shahrudi de religieuze leiders op nu eindelijk eens met een islamitisch verbod van drugsgebruik te komen. Het is nu eenmaal zo dat in deze kringen alcohol nog steeds verderfelijker dan opium wordt gevonden.