De symboliek van de hoofddoek mag

De rechtbank in Zwolle moet een hulpgriffier toestaan haar hoofddoek te dragen. Schending van de neutraliteit, vindt de president. Onzin, zeggen moslims, de hoofdddoek staat kennelijk “voor alles wat ver van het bed ligt”.

,,Een hoofddoekje'', vindt president E. Maan van de rechtbank Zwolle, ,,staat voor een religieuze overtuiging.'' Een magistraat die een hoofdoekje draagt, neemt daarmee ,,voor het publiek de onpartijdigheid weg, net als bijvoorbeeld een ketting met een kruisje dat zou doen.''

Met dat argument heeft de Zwolse rechtbank geprobeerd de twintigjarige èn hoofddoekdragende rechtenstudente Ayse Kabaktepe te weren als hulpgriffier. De Commissie Gelijke Behandeling stelde de rechtbank gisteren in het ongelijk. De kledingsvoorschriften van de rechtbank werken indirect discriminerend voor moslims die uit geloofsovertuiging een hoofddoek dragen. ,,En discrimineren op grond van levensovertuiging mag nu eenmaal niet'', aldus A. Hendriks, lid van de commissie.

De commissie erkent dat de vrouw niet is afgewezen omdat ze moslim is, maar omdat ze zich niet aan de Zwolse uitleg van kledingvoorschriften hield. Het argument van de Zwolse rechtbank is dat het afwijken van de gangbare toga het uiterlijk van onafhankelijkheid in gevaar brengt.

Een pure rechtbankwestie dus, zegt Maan. Onzin, vindt gemeenteraadslid Fatima Elatik voor de PvdA in Amsterdam, overtuigd moslim en drager van een hoofddoek. ,,Dat argument van de rechtbank slaat nergens op; in Amsterdam werkt zonder problemen een griffier met een hoofddoek. Het heeft veel meer te maken met tolerantie ten opzichte van andersdenkenden.''

In Den Haag verbiedt een school leerlingen een hoofddoek te dragen. De hoofdredactrice van het weekblad Opzij wil geen vrouwen in dienst nemen die een hoofddoek dragen. Elatik bespeurt een angst onder Nederlanders voor hoofddoekjes, die kennelijk een grote symbolische waarde hebben ,,voor alles wat ver van hun bed staat''.

Wordt Nederland intoleranter als het gaat om het respecteren van religieuze minderheden en hun gebruiken? Lijsttrekker Kars Veling van de ChristenUnie denkt van wel. Ook hij denkt dat het standpunt van de Zwolse rechtbank over hoofddoekjes niet op zichzelf staat. ,,Sterke religieuze uitingen, zoals een hoofddoek, roepen bij veel mensen een diep wantrouwen op. Kennelijk zijn het bedreigingen van wat we de `meerderheidscultuur' noemen.''

Niet alleen moslims krijgen hier vaak mee te maken, vindt Veling. Als voorbeeld haalt hij de kritiek aan op een trouwambtenaar uit Leeuwarden. Haar contract wortd door de gemeente niet verlengd, nu zij wegens haar christelijke levensovertuiging weigert een homopaar te trouwen. Trouwambtenaren hebben zich nu eenmaal neer te leggen bij de wet, vindt de gemeente, en die staat het trouwen van homoseksuele paren sinds kort toe.

Veling: ,,Als iemand uit persoonlijke motieven iets op zijn werk niet wil doen, wordt er zelden een probleem van gemaakt. Zodra de geloofsovertuiging in het geding is, ontstaat er argwaan.''

Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, zegt Theo de Wit, hoofddocent filosofie aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht. ,,We zijn de laatste jaren het begrip tolerantie een beetje aan het heruitvinden. Het idee van de Nederlandse rechtsstaat berust op de aanname dat iedereen zich mag uiten zoals hij wil, dat is al sinds de zeventiende eeuw zo.''

Toch komt deze aanname de laatste jaren steeds meer onder duk te staan, zegt De Wit. ,,Moslims en christenen kampen wat dat betreft met hetzelfde probleem. Als zij wegens hun geloofsovertuiging ingaan tegen meerderheidsopvattingen, wordt dat niet altijd geaccepteerd.''

De kritiek op imam Khalil el-Moumni is een andere uitwas van dit `meerderheidsdenken', vindt de Wit. Imam El-Moumni kwam vorige maand in opspraak, nadat hij in het tv-programma Nova homoseksualiteit ,,een ziekte'' noemde. ,,Het zou wat anders zijn als hij had opgeroepen homo's in elkaar te slaan. Op dat moment doet hij pas onwettige dingen.''

De uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling kan een trendbreuk opleveren, hoopt Fatima Elatik. ,,Zo'n uitspraak dwingt de samenleving de discussie aan te gaan. Laten we maar weer eens gaan praten over wat we nu eigenlijk onder tolerantie verstaan. Te vaak hangt in Nederland de sfeer dat we ` daar maar beter niet over kunnen praten'. Het gevolg van dat vermijden van conflicten is dat het een betekenisloos, uitgehold begrip is geworden.''

Het wordt inderdaad tijd het begrip `tolerantie' eens te herdefiniëren, vindt ook lijsttrekker Veling van de ChristenUnie. ,,We gaan de kant van Frankrijk op. Daar wordt gezegd: er zijn geen minderheden, iedereen is gelijk. Specifieke uitingen van godsdienst in het openbaar zijn daar taboe geworden.'' De uitspraak als die van de Commissie Gelijke Behandeling is daarom óók een steun in de rug van de christenen, vindt hij. ,,Ik ben blij dat we in Nederland ruimte houden voor het uiten van godsdienst.''