Dan Aykroyd

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Blues Brother Dan Aykroyd die de laatste tijd steeds meer serieuze rollen speelt, nu weer als een officier van de Amerikaanse inlichtingendienst die als enige de aanval op Pearl Harbor wél zag aankomen.

Als hij nog eens een tatoeage zou nemen, dan zou het een televisietoestel worden, met daarin de letters: SNL 75-79. Niet bij wijze van grafmonument voor de komische televisieshow Saturday Night Live (tegenwoordig in zijn zoveelste reïncarnatie op MTV te zien), broedplaats voor steeds nieuwe generaties humoristisch talent, maar als zoet eerbetoon aan de jaren dat hij daarin met zijn makker John Belushi elke aflevering een manische hoeveelheid lol kon trappen.

Dan Daniel Edward - Aykroyd (1 juli 1952, Ottawa) studeerde criminologie en sociologie en hij is een van de weinige filmacteurs (en schrijvers en gelegenheidsregisseurs) met een academische opleiding van wie je je kunt voorstellen dat hij daar nog iets aan gehad heeft voor de imitaties en typetjes, waarmee hij als stand-up comedian zijn carrière begon. Net zoals het in zijn geval volkomen begrijpelijk is dat zijn interesse in het onverklaarbare, buitenaardse en bovennatuurlijke tot films als Ghostbusters (1984 en deel 2 in 1989) en Coneheads (1993, gebaseerd op een oude SNL-sketch) moest leiden, want alles wat Dan – knipoog – Aykroyd doet staat dicht bij hemzelf.

Het karakter van Elwood Blues bedacht de verklaarde bluesfan Aykroyd al in 1977 voor de SNL-mockumentary Things We Did Last Summer. Nadat Aykroyd en Belushi tijdens SNL hun karakters Elwood en Jake goed hadden kunnen inspelen, volgde in 1980 The Blues Brothers en B.B.King-hoedjes, zwarte zonnebrillen, strakke pakken en Soul Man werden mateloos populair. Het vervolg, zonder de inmiddels overleden Belushi, had in 1998 niet het gehoopte succes. De House of Blues-cafés die Aykroyd en Belushi in heel Amerika openden weer wel, evenals Elwood Blues' gastoptredens in een gelijknamig radioprogramma.

Met zijn brede grijnslach, golfwenkbrauwen en langwerpige gezicht stond hij in meer dan honderd film- en televisieproducties, waarvan het merendeel iets met die illustere SNL-jaren te maken had. Met Eddie Murphy speelde hij in 1983 misschien wel zijn leukste rol als Louis Winthorpe III in Trading Places: de gedoodverfde opvolger van een zakenimperium die van de ene op de andere dag in ongenade valt en met straatschooier Murphy van plaats moet ruilen (en verliefd mag worden op Jamie Lee Curtis).

Pas nadat hij in 1989 werd ge-antitypecast als de zoon van Jessica Tandy in Driving Miss Daisy (Oscarnominatie) is hij steeds meer serieuze rollen gaan spelen en veroorloofde hij zich uitstapjes naar kleinere, onafhankelijke film, zoals Feeling Minnesota (1996) en Grosse Pointe Blank (1997). In een aantal Nederlandse theaters is hij nog te zien in de Edith Wharton-verfilming The House of Mirth als perfide nouveau riche en in spektakelfilm Pearl Harbor moet hij volkomen ernstig als officier van de Amerikaanse marine-inlichtingendienst de aanval op Pearl Harbor voorspellen. Maar natuurlijk gelooft niemand hem. Om dergelijke onbedoelde bij-effecten kan een Amerikaans publiek doorgaans veel plezier hebben.