Amsterdam: van bouwval tot pretplek

Voor de documentaire Het gezicht van Amsterdam is Ireen van Ditshuyzen in haar eigen verleden gedoken als actievoerder in de jaren zeventig tegen de stadsvernieuwing in de Amsterdamse Dapperbuurt. Tenminste, dat vermoed ik, want in het uur dat de film duurt, wordt dat nergens met zo veel woorden gezegd. Maar de vraagstelling is zo fel en de sympathie voor het verzet van toen is zo manifest dat het haast niet anders kan. Het zijn dan ook de jaren zeventig die de boventoon voeren in deze scherp gemonteerde en met vaart vertelde documentaire. In de rol van zowel regisseur als producent laat Van Ditshuyzen zien wat er vanaf de jaren zestig in de hoofdstad is veranderd, hoe de macht werkte en hoe die verschoof in de loop van de tijd. ,,Deze stad is een optelsom van vergissingen'', zegt oud-wethouder Walter Etty.

De vele archiefbeelden die met de hedendaagse interviews en opnames zijn vermengd, laten een heel ander Amsterdam zien dan de opgepoetste pretplek van nu: een shabby en bouwvallige stad waar de gaten invielen. Dat er nodig wat aan moest gebeuren, daar was iedereen het over eens, alleen over de manier waarop – de grote greep of `bouwen voor de buurt' – liepen de meningen zeer uiteen. Dat meningsverschil liep hoog op, met rellen zowel rond de stadsvernieuwing en de metro in de jaren zeventig als rond de kraakpanden van de jaren tachtig. Al moet gezegd dat de kraakbeweging nogal subsidiair wordt behandeld, evenals het jongste verzet tegen het verdwijnen van de zogenoemde `broedplaatsen' zoals de Kalenderpanden en tegen de bouw van het stadsdeel IJburg.

Allemaal maken ze hun opwachting, de coryfeeën van toen. Zo veel dat het zelfs de goed ingevoerde kijker soms duizelt. We zien ontwerpster van de Bijlmer, juffrouw Mulder, met een aanwijsstok haar maquette uitleggen, waar zelfs de fietspaden dezelfde rechte hoeken maakten als de gebouwen. De inmiddels overleden oud-wethouder Han Lammers komt ook veel aan het woord, de man die eerst de Jordaan van de slopersbal redde maar later de Nieuwmarkt in de optiek van de activisten `opofferde' aan de metro.

Nadat Lammers was weggestuurd nam een nieuwe generatie PvdA-bestuurders het stadhuis in, zoals Walter Etty, Jan Schaefer en Michael van der Vlis (nog lang na zijn wethouderschap een bekende verschijning in de stad op zijn brommer, waar hij weleens van afkukelde na al te langdurig bezoek aan Café de Zwart). Over zijn samenwerking met banketbakkerszoon Schaefer zegt hij: ,,Wij waren een mooi politiek duo.'' Dat kon je ook anders zien, zoals de zelf ook omstreden projectontwikkelaar Gerard Bakker het zegt: ,,Het beleid van de gemeente werd bepaald op de partijvergaderingen van de PvdA, niet op het stadhuis.'' Amsterdam had in feite de ene machtspolitiek voor de andere ingewisseld.

Na de bemoeienis van het rijk met de Bijlmer – het kon de voormalige wethouder Joop den Uyl allemaal niet groot en hoog genoeg zijn: de gemeente met haar grootschalige stadsvernieuwing en de PvdA met het `bouwen voor de buurt' – zijn we aan alweer een volgende machtsfactor toe: het grote geld. Neem de Zuidas. Onverbloemd zegt projectleider Pierre van Rossum dat die door ABN Amro groot is geworden. ,,De investering van zestien miljard komt volledig van de markt, daar ben je van afhankelijk.'' Dan heb je achteraf toch weer sympathie voor een Van der Vlis, die een waar woord spreekt als hij zegt: ,,Wat toen visie heette, kan nu wel de arrogantie van de macht worden genoemd. Die dingen veranderen.''

Het gezicht van Amsterdam, Humanistische Omroep, Ned.1, 22.40-23.40u.