Voetballen met Heerenveen

Een literair auteur die een heel jaar met een profvoetbalclub optrekt en daar een boek over schrijft, dat is in Nederland nog niet eerder vertoond. Kees 't Hart, die met zijn roman De revue vorig jaar de Multatuliprijs won (en eerder de Ida Gerhardtprijs voor zijn dichtbundel Kinderen die leren lezen), kreeg van het voetbalblad Hard Gras het verzoek voetbalclub SC Heerenveen te volgen, die aan het begin van het seizoen 2000/2001 mee zou doen aan Europees voetbal, en als zeer veelbelovend gold.

Vorige week is het boek, 266 pagina's dik, als speciaal zomernummer van het tijdschrift Hard Gras gepresenteerd. De titel is Het mooiste leven..., door een van de Heerenveenspelers bedacht.

Anders dan bijvoorbeeld sportjournalist Hugo Borst, die in 1996 de voetbalclub Feyenoord een jaar volgde, en daarover, ook voor Hard Gras, het boek Het bleef leeg op de Coolsingel schreef, is 't Hart in zijn boek over Heerenveen een duidelijke buitenstaander. Een soort Manuel uit de tv-serie Fawlty Towers tussen voetballers, die steeds benadrukt: I know nothing, I come from Barcelona, een kreet die regelmatig terugkeert in het boek. 't Hart koos een dagboekvorm voor zijn verslag over het slecht verlopen voetbaljaar voor Heerenveen. De uitslagen van het hele seizoen kloppen wel, maar in hoeverre feit en fictie door elkaar lopen in dit gepassioneerde dagboek, is moeilijk na te gaan. Of Kees in het dagboek precies hetzelfde dacht en zei als de werkelijke Kees, blijft de vraag. Dat probleem, hoever een schrijver de feiten mag verdraaien als hij in een roman werkelijk bestaande figuren opvoert, bespreken de voetballers en Kees dan ook in het boek.

Zelfs voor niet-voetbalkenners, zoals ik, staat er veel lezenswaardigs in dit boek, omdat 't Hart vooral veel van de sfeer tekent van de trainende, douchende, wachtende, zich verbijtende en kaartende voetballers. Hij praat met hen over vrouwen, seks, typische voetbalhumor, trainer Foppe de Haan, muziek, televisie en de recente nandrolon-affaire die de voetballers Davids en De Boer trof. 't Hart beschrijft hoe Foppe de Haan in de rust tijdens een slecht lopende wedstrijd van Roda tegen Heerenveen (3-1, in de rust 2-0) woedend wordt: `Gérard moet doordekken, het is belachelijk, echt belachelijk, je moet je doodschamen, we spelen steeds korte ballen [...] jullie spelen alsof er niks aan de hand is, godverdomme, niks aan de hand, het gaat wel om punten hoor, en ik wil je niet met je handjes zien wapperen Gérard, voetballen, godverdomme.' Er zitten veel running gags in het boek, zoals de terloopse, al maar terugkerende discussie met de spelers over de titel die het boek dat `Kees' over hen aan 't maken is, moet krijgen (bijvoorbeeld de Foppe de Haan-aansporing: Neus naar voren en mes in de bek). En het episch gedicht dat de schrijver steeds maar zegt te willen maken over Tuitjehorn, een club waartegen Heerenveen ook speelt, en waarbij de dichter Herman Gorter nog voetbalde.

't Hart beschrijft het voetballersleven van de Heerenveners met gepassioneerde verwondering, en heeft een voorkeur voor wat er allemaal voorvalt tijdens bijvoorbeeld het wachten voor de wedstrijd, het rondhangen – daar voelt de schrijver zich mee verwant, want, zo schrijft hij: `Dat doe ik mijn hele leven al, rondhangen.'

Kees 't Hart, `Het mooiste leven... Het seizoen 2000/2001 van SC Heerenveen', Hard Gras nr. 27, ƒ19,90.