Vlaanderen-Nederland

Als Vlaming was ik helemaal niet gelukkig met de uitlatingen van de heer Herman De Croo, zogenaamd `eerste burger' van dit land (NRC Handelsblad, 2 juni). Dat Nederlanders in het algemeen hypocriet en arrogant zouden zijn, dat het niet mogelijk zou zijn met hen samen te leven: daar heb ik persoonlijk nog niets van ondervonden. Dat er minder aardige lieden en chauvinisten wonen in Nederland zal wel, maar die vind je overal. Ik kan niet geloven dat je met Nederlanders niet zou kunnen samenwerken en samenleven. Wie zoiets beweert is nog niet losgekomen van clichés en vooroordelen die sommige Europeanen blijkbaar nog steeds hebben van elkaar.

Waar het op aankomt is dat Vlaanderen en Nederland in Europa en de wereld gezamenlijke belangen te verdedigen hebben en gezamenlijke problemen moeten oplossen. Er moet meer samenwerking en versmelting komen tussen Nederland en Vlaanderen. Wel op een geleidelijke manier, opdat geen der partijen het gevoel krijgt door de ander gedomineerd te worden. Gelukkig zijn er de laatste weken voorbeelden bijgekomen: de transnationale universiteit voor beide Limburgse provincies en het project van een Vlaams-Nederlands cultureel huis in Brussel. Vlamingen als Herman De Croo zouden weleens mogen beseffen dat Vlaanderen ook dankbaar mag zijn tegenover Nederland. Waar zou het Nederlands in Vlaanderen staan zonder Nederland? De kortstondige vereniging onder Willem I in 1815-1830 was mede beslissend voor het overleven van het Nederlands in Vlaanderen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden tienduizenden Belgen, vooral Vlamingen, opgevangen in het gastvrije Nederland. Anderzijds mogen Nederlanders wel meer belangstelling en begrip tonen voor de ontvoogdingsstrijd van Vlaanderen, en voor het ingewikkelde federale land dat België nu eenmaal (geworden) is.