Tweede Kamer moet af van detailzucht

De Tweede Kamer marginaliseert zichzelf, zo schreef Guido Enthoven afgelopen zaterdag in deze krant. Volgens Jan te Veldhuis kan er al veel verbeterd worden als de Kamer overgaat tot de nodige zelfbeperking: minder details, minder spreektijd, minder moties en minder scoringsdrift

Er wordt regelmatig gemopperd op het functioneren van de Tweede Kamer. Afgelopen zaterdag nog door G. Enthoven in deze krant. Te weinig bezig met de `echte' maatschappelijke problemen. Weinig kritisch tegenover de regering. Nogal bezig met individueel publiciteitsbejag. Ik doe maar een willekeurige greep. En ook al zijn niet alle signalen correct, zij nodigen wel uit tot zelfreflectie.

De laatste jaren is er sluipenderwijs een cultuurverandering in de werkwijze van de Tweede Kamer ontstaan. In staccato enkele voorbeelden. De kwaliteit van de wetgeving heeft niet altijd de hoogste prioriteit. Vele amenderingen van de Tweede Kamer worden helaas niet altijd voldoende door deskundigen getoetst.

De Kamer controleert tegenwoordig erg veel op de details van uitvoering van beleid en minder op beleid zelf en op de uitvoering in hoofdlijnen. Een verkokerde aanpak, met debatten tussen vakspecialisten, is geen uitzondering.

De Kamer roept tegenwoordig al snel om parlementaire enquêtes. Dit instrument raakt echter bot bij veel gebruik. De instrumenten schriftelijke vragen en moties zijn dermate bot geworden dat ministers er vaak de schouders bij ophalen. De invloed van de media is zó groot dat het behalen van publiciteit door Kamerleden soms meer doel dan middel lijkt. Politieke partijen in de Kamer zijn erg met profilering tegenover elkaar bezig, in plaats van met gezamenlijke kritische controle op de regering. Dat doet de waardigheid van de Kamer geen goed en de regering kan daardoor achterover leunen.

De werkwijze van de Tweede Kamer kan zeker beter. Daarvoor is, naast aanpassing van structuren, ook wijziging van culturen nodig. Zo zouden politieke partijen moeten zorgen voor meer generale kadervorming naast het coveren van de deelportefeuilles. Fractiebesturen moeten waken voor te veel detaillering bij hun fractieleden.

Kamerleden zouden ook buiten de Tweede Kamer maatschappelijke ervaring moeten blijven opdoen, bijvoorbeeld via nevenfuncties. Op betaalde nevenfuncties zou geen straf meer moeten staan via kortingen op het Kamersalaris. Zo kan voeling met de maatschappij worden gehouden en resteert er automatisch minder tijd voor `geneuzel'. De inhoudelijke controlefunctie van de Tweede Kamer zal zich daardoor meer op hoofdzaken concentreren. Zo wordt het minder saai en gedetailleerd, en het zal leiden tot meer bondigheid van de politieke boodschap. Debatten moeten primair gaan over politieke aspecten en hoofdlijnen. En minder over ambtelijke details.

Bovendien is er een cultuur ontstaan om als Tweede Kamer te willen meebesturen in plaats van de regering te controleren. Wetgeving moet zich vooral concentreren op doelstellingen en minder op alle details om die doelstellingen te bereiken. De regering zorgt dan voor de concrete uitvoering, met controle daarop van de Staten-Generaal. Daardoor ontstaat meer flexibiliteit, minder verstarring en minder detaillering. De Tweede Kamer moet voor dat doel een sterkere afdeling wetgeving krijgen. Deze afdeling moet speciaal letten op de juridische kwaliteit, op de grondwettigheid van voorstellen, op overzicht en op afstemming. Kortom: een paraplufunctie op wetgevingsgebied.

De Tweede Kamer moet ook niet alle aanvragen voor debatten als een soort automatisme honoreren. Het betreft immers nogal eens de profileringdrang van één of enkelen op specifieke deelterreinen zonder dat er grote algemene maatschappelijke belangen in het geding zijn.

Mondelinge vragen op dinsdagmiddag zouden alleen moeten worden toegestaan als het niet om relatieve detailzaken gaat. Het betekent dat voor mondelinge vragen alleen algemeen politiek interessante en dringende zaken aan de orde komen. Momenteel gaat het soms om weinig of niets of over details, die toevallig net daarvoor in de media aan de orde waren.

Een parlementaire enquête moet pas worden gehouden als alle andere instrumenten van de Kamer geen oplossing hebben kunnen bieden. De Kamer heeft immers vele andere mogelijkheden om achter de waarheid te komen: van werkbezoeken en hoorzittingen tot en met onderzoeken door externe bureaus of een vaste Kamercommissie. Kortom, legio andere mogelijkheden om de belangrijke controlefunctie uit te oefenen.

De spreektijden in de Tweede Kamer moeten zo kort mogelijk worden gehouden. Dat prikkelt tot het formuleren van (politieke) hoofdlijnen en kernpunten. Eindeloze uitweidingen over details slaan het debat over de kernpunten dood. Dezelfde beperking van spreektijd zou moeten overigens ook moeten gelden voor ministers en staatssecretarissen.

Met al deze veranderingen kan de Tweede Kamer zich beter gaan concentreren op de inhoudelijke kwaliteit van haar twee hoofdtaken: (mede)wetgeven en controleren van de regering. Een voorbeeld kan worden genomen aan Groot- Brittannië waar één afdeling van de Kamer zich specialiseert op de wetgeving (standing committee) en een andere afdeling op permanente en systematische controle van de regering (select committee).

Goed voorbeeld doet goed volgen? Het is in elk geval het uitproberen waard. Dat kan een waardig functioneren van de Kamer ten goede komen.

Mr. A.J. te Veldhuis is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de VVD-fractie.