`Puttense moordzaak' weer geopend

De zogeheten Puttense moordzaak wordt heropend. Dit heeft de Hoge Raad vanmorgen bepaald nadat twee veroordeelde verdachten, die zeggen onschuldig te zijn, een herzieningsverzoek hadden ingediend.

Slachtoffer van de moordzaak was de 23-jarige Christel Ambrosius, die in januari 1994 werd verkracht en vermoord in het huis van haar oma in Putten. Twee mannen, de zwagers W. Viets en H. du Bois, bekenden aanvankelijk bij de politie dat zij voor deze misdrijven verantwoordelijk waren. Later trokken ze die bekentenis in, omdat de politie hen onder druk zou hebben gezet.

Het gerechtshof in Arnhem veroordeelde hen evenwel tot tien jaar celstraf. De mannen hebben hun straf inmiddels uitgezeten.

De zwagers hebben eerder zonder succes verzoeken tot herziening bij de Hoge Raad ingediend. Cruciaal is steeds een spermaspoor op het lichaam van Ambrosius geweest, waarvan al bij behandeling voor het hof vaststond dat het niet van de verdachten was.

De gyneacoloog prof. Eskes, die als getuige-deskundige optrad, meende evenwel dat het sperma vermoedelijk afkomstig was van eerder (vrijwillig) seksueel contact en dat het bij de latere verkrachting door de verdachten uit de vagina van Christel Ambrosius zou zijn ,,gesleept''.

Deze zogeheten ,,sleeptheorie'' is de laatste jaren fel bekritiseerd door deskundigen die op herziening van de Puttense zaak aandrongen, zoals de Amsterdamse hoogleraar strafrecht T. Schalken en oud-politiecommissaris J. Blaauw.

De Hoge Raad bepaalde eerder bij tussenarrest dat Eskes opnieuw gehoord moest worden. Deze heeft nu verklaard dat hij op basis van gegevens ,,die hem destijds niet bekend waren'' inmiddels meent dat de mogelijkheid van versleping hoogst onwaarschijnlijk is en dat het sperma afkomstig moet zijn van de verkrachting.

Omdat het DNA in het sperma niet overeenkomt met dat van de veroordeelden, zou de verkrachter en wellicht de moordenaar volgens deze opvatting dus een ander moeten zijn.

Het gerechtshof in Leeuwarden moet de Puttense zaak na de uitspraak van de Hoge Raad opnieuw gaan behandelen. Herziening van een moordzaak is een zeldzaamheid; de laatste dateert uit 1925.