Prodi oogst spot EU-lidstaten

Voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie is gisteren op de vingers getikt voor zijn uitlatingen over het Verdrag van Nice.

Ministers van Buitenlandse Zaken en diplomaten van de Europese Unie hebben gisteren tijdens een bijeenkomst in Luxemburg openlijk spottende opmerkingen gemaakt over voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie. Aanleiding vormden diens recente uitlatingen over het Verdrag van Nice.

Prodi veroorzaakte vorige week opschudding toen hij in een interview met de Irish Times zei dat de uitbreiding van de EU juridisch mogelijk is zonder dat het Verdrag van Nice is geratificeerd. Dit verdrag is pas van kracht als het door alle vijftien lidstaten van de EU is geratificeerd. De Europese Raad, waarvan behalve de Europese regeringsleiders ook Prodi deel uitmaakt, heeft altijd verklaard dat het Verdrag van Nice noodzakelijk is voor de uitbreiding van de EU.

In Ierland hebben de kiezers het verdrag begin deze maand in een referendum verworpen. De Ierse premier Bertie Ahern zoekt naar een mogelijkheid om het verdrag bij een nieuw referendum alsnog door de Ierse kiezers te laten aanvaarden. Prodi heeft de dag na zijn interview getracht om de schade te beperken door er alsnog op te wijzen dat het Verdrag van Nice een politieke voorwaarde voor de uitbreiding van de EU is.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, zei gisteren dat Prodi met zijn tweede verklaring de zaken heeft rechtgezet. Hij voegde daaraan toe : ,,We moeten voorzichtig zijn en wachten op zijn volgende verklaring.''

Prodi heeft sinds hij in 1999 voorzitter van de Commissie werd een reeks uitglijders gemaakt die zijn reputatie hebben aangetast. Zo nodigde hij zonder enig overleg de Libische leider Moammar Gaddafi in Brussel uit. Dit bezoek ging nooit door, nadat Prodi de reacties van de lidstaten op zijn initiatief had gehoord. Een andere uitglijder betrof een interview vorig jaar waarin hij zei dat landen die aan de euro deelnemen in uitzonderlijke omstandigheden uit de Economische en Monetaire Unie kunnen treden en op hun eigen munt kunnen overstappen.

Dankzij ondersteuning van zijn woordvoerders maakte Prodi de laatste tijd minder ,,schoten uit de heup'', zoals zijn spontane opmerkingen in Brussel worden genoemd. Maar zijn gebrekkige manier van communiceren, met half afgemaakte zinnen en veel onverstaanbaar gefluister, heeft hem niet meer autoriteit bij de regeringen van de EU-lidstaten bezorgd.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, zei gisteren spottend over Prodi's Ierse uitspraken: ,,Mijnheer Prodi heeft zich omstandig geuit en daaraan wil ik niets toevoegen.'' Een Zweedse diplomaat zei dat Prodi met zijn uitspraken ,,zijn geloofwaardigheid niet verbeterd heeft''. De Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Benita Ferrero-Waldner, noemde Prodi's gedrag ,,niet erg zinvol''.

Alleen volgens de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Jozias van Aartsen, is er niets bijzonders aan de hand. Hij zei dat Prodi helder is geweest met zijn laatste verklaring. ,,Ik heb te maken met wat Prodi het laatst heeft gezegd'', aldus Van Aartsen.

De regeringsleiders kozen Prodi in 1999 tot voorzitter van de Commissie wegens zijn reputatie als Italiaans premier van 1996 tot 1998. Voor die tijd was Prodi hoogleraar economie en als lid van de oude christen-democratische nomenklatura president van de staatsholding IRI. Na de ondergang van de Italiaanse christen-democratische partij begin jaren negentig begon hij in 1995 een eigen politieke beweging, de Olijfboom.