Prikken en porren tot het wonder geschiedt

De Russische zangeres Galina Visjnevskaja gaf gisteravond een masterclass. Drie jonge zangers werden op het borstbeen geklopt, in de wangen geprikt en aan de neus getrokken om een optimale klank te kunnen voortbrengen.

Terwijl Galina Visjnevskaja (73), eens de prima donna van het Bolsjoi Theater, zich installeert op het podium van de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw om een masterclass te geven neemt haar echtgenoot, de cellist Mstislav Rostropovitsj (74), plaats op het balkon. In 1955 ontmoetten ze elkaar voor de eerste keer op een receptie in het Metropol Hotel in Moskou. Slava rolde over de tafel een appeltje naar Galina, om haar aandacht te trekken. Hij bracht haar naar huis, en gaf haar een doos bonbons cadeau. Vanaf dat moment was er geen houden meer aan.

Rostropovitsj schaakte Visjnevskaja uit haar eerste huwelijk, dat tien jaar had geduurd, en trouwde met haar. Ze kregen twee dochters, en nadat Rostropovitsj bij de Russische autoriteiten in ongenade was gevallen omdat hij het had opgenomen voor de dissidente schrijver Solzjenitsyn, volgden Visjnevskaja en zijn beide dochters hem naar het Westen.

Terwijl Rostropovitsj het niet kan laten om zelfs op het podium zijn vele vrienden te omarmen, kussen en knuffelen, staat zijn echtgenote erom bekend dat ze zich geen enkele moeite geeft om een ander te behagen. Visjnevskaja doet niet aan poses en zet voor niemand een masker op. Ze is gewoon wie ze is, een buitengewoon sterke persoonlijkheid, indrukwekkend door haar ontwapenende directheid en spontaniteit.

In het Amsterdamse Concertgebouw ontpopte Visjnevskaja zich als een moederlijke, toegewijde en inspirende zangpedagoge, die ware wonderen wist te verrichten met de drie jonge zangers op het podium. Als een veredelde notenkraker brak Visjnevskaja de reserves en remmingen van hun onvolgroeide persoonlijkheden open, waardoor de aanvankelijk benauwde en geforceerde stemmen opbloeiden en het zingen ineens een feest werd.

Zonder volledige overgave aan de Heilige Kunst ontaardt een muzikale uitvoering, of het nu om zangers of instrumentalisten gaat, per definitie in een schoolse `spreekbeurt'. Alles in de muziek draait om persoonlijke inzet, technische vrijheid en artistieke verbeeldingskracht. Daar is moed voor nodig, en om die moed te kunnen veroveren heeft elke jonge musicus oprechte aanmoediging en stimulans nodig. Want als je leraar of lerares al niet in je gelooft, hoe kan je dan voldoende zelfvertrouwen ontwikkelen om jezelf op het podium voor honderd procent uit te leveren?

Feilloos aanvoelend dat het haar kandidaten aan fundamenteel zelfvertrouwen ontbrak, wierp Visjnevskaja zich met al haar technische, psychologische en artistieke inzicht in de strijd om ze dat zelfvertrouwen ter plekke bij te brengen.

En zo werd de aanvankelijk een beetje geforceerde sopraan Avda Tas letterlijk door Visjnevskaja bij de armen gepakt, op haar borstbeen geklopt, in de wangen geprikt, en aan haar neus en kin getrokken om alle klankholtes optimaal te laten resoneren. Het resultaat was verbluffend. In aria's van Catalani, Puccini en Mascagni begon Avda Tas écht te zingen, meegetrokken door de overweldigende golfslag van Visjnevskaja's betrokkenheid.

,,Er moet een noot uit je mond komen!'' wierp Visjnevskaja haar tweede kandidaat, de met dichtgesnoerde keel zingende tenor Valentin Soukhodolets, voor de voeten. ,,Waarom trek je zo'n raar gezicht bij ieder woord dat je zingt. Het moet eruit, gooi het open!'' En om haar woorden kracht bij te zetten werd ook Soukholades geprikt en gepord tot het wonder geschiedde, en zijn geknepen lamentato veranderde in prille expressie.

De mezzosopraan Martine Straesser bleek ontvankelijker voor de vurige aanmoedigingen van Visjnevskaja. ,,Nu moet je echt gaan zingen! Belcanto is niets anders dan het uitzingen van korte noten.'' Straesser liet onmiddellijk alle reserves varen, zoog de aanwijzingen van de meezingende en meedirigerende diva als kostbare nectar in zich op, en wekte Tsjaikovski tot leven.