Pragmatisch hervormer

De `oude vos' werd hij genoemd. Geen enkel persoon heeft zo lang een zo prominente rol in de Boliviaanse politiek gespeeld als Víctor Paz Estenssoro. Onlangs, op 7 juni, maakte een hartaanval een einde aan het leven van de man die vier keer president was van het armste land van Zuid-Amerika – in een tijdspanne van veertig jaar. Niet alleen door zijn lange staat van dienst, maar ook door zijn opmerkelijk pragmatische beleid dwong Paz respect af, bij de Bolivianen maar vooral in de geïndustrialiseerde wereld.

Geboren in een familie van landeigenaren, koos de advocaat en econoom Paz al vroeg de zijde van de armen in zijn land. De ogen waren hem geopend voor de feodale toestanden in zijn land, toen hij meevocht in de oorlog tegen Paraguay (1932-1935). Het Boliviaanse leger bestond voor een groot deel uit arme indianen, die voor hun diensten nauwelijks betaald werden. Paz wilde aan die armoede een eind maken.

In 1942 was hij medeoprichter van de Movimiento Nacionalista Revolucionario (MNR, Nationale Revolutionaire Beweging), een links-nationalistische partij die het corporatisme voorstond. De MNR wilde de macht van de tinbaronnen – tin was lange tijd Bolivia's belangrijkste exportproduct – en landeigenaren breken. De partij kreeg daartoe de kans in 1943, toen ze met succes een staatsgreep pleegde. Paz werd minister van Financiën. Nadat dit bewind in 1946 in een volgende coup omver was geworpen, ging Paz in ballingschap. Hij verbleef in Argentinië, toen hij in 1951 voor de eerste maal werd gekozen tot president. Het leger annuleerde de uitkomst van de verkiezingen, maar na gewelddadige protesten van de MNR keerde Paz in 1952 naar zijn geboorteland terug om alsnog zijn ambt te vervullen. Tijdens zijn eerste presidentschap voerde hij drastische hervormingen door: hij nationaliseerde de tinmijnen, zette een onteigingsprogramma van grootgrondbezitters in gang en gaf de indiaanse meerderheid gelijke politieke rechten. In 1956 werd Paz opgevolgd door zijn vice-president, Hernán Siles Zuazo; de Boliviaanse grondwet maakte een tweede achtereenvolgende termijn onmogelijk.

In 1960 werd Paz dan toch voor de tweede keer president. Zijn beleid in deze termijn was minder radicaal. Wel wijzigde hij de grondwet, om in 1964 herkozen te kunnen worden. Dit lukte met de steun van 70 procent van het electoraat, maar kort daarna werd hij afgezet door militairen, waarna Paz opnieuw in ballingschap ging, ditmaal naar Peru. Daar doceerde hij tot 1971 economie aan de universiteit van Lima. Achter de schermen bleef hij betrokken bij de Boliviaanse politiek.

Na een aantal vruchteloze pogingen om een politieke come-back te maken slaagde de inmiddels 77-jarige Paz er in 1985 in voor de vierde keer tot president te worden gekozen. Bolivia stond op dat moment aan de rand van een bankroet. De prijs van tin op de internationale markt was volledig ingestort. Op de vraag hoe hij deze problemen wilde aanpakken antwoordde Paz: ,,Met optimisme, andere natuurlijke hulpbronnen heeft dit land niet.'' In werkelijkheid greep Paz hard in, waarbij hij er niet voor terugdeinsde verworvenheden van zijn bewind uit de jaren vijftig volledig ongedaan te maken. Staatsmijnen werden gesloten of geprivatiseerd. Tienduizenden mensen verloren hun baan, en velen zochten hun toevlucht in de cocaïneproductie- en handel.

Maar Paz kreeg zijn land er binnen korte tijd er economisch weer redelijk bovenop, wat hem grote internationale bewondering opleverde. Veel Bolivianen bleven echter straatarm, ondanks de nieuwe neo-liberale koers die onder Paz werd ingezet. In 1989 stapte hij definitief uit de politiek, en trok zich terug op het landgoed in Tarija waar hij zijn jeugd had doorgebracht.