Onduidelijke oorzaak Britse rassenrellen

Er is vooralsnog geen bewijs dat ultrarechtse groepen de recente rassenrellen in Britse steden in de noordelijke Midlands hebben aangesticht, zoals Aziatische groepen beweren. Dat heeft de Britse staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken, John Denham, gisteren in het Lagerhuis gezegd.

Hij legde zijn verklaring af na een weekeinde van nieuw geweld tussen Aziatische en blanke jongeren in Burnley, ten noorden van Manchester. Het geweld brak zondag uit toen zo'n zeventig blanke mannen na het verlaten van een pub ruzie kregen met Aziatische jongeren uit de buurt. Afgelopen nacht kwam het in dezelfde buurt weer tot ongeregeldheden, die minder omvangrijk waren dan het weekeinde, toen auto's en een pub in vlammen opgingen.

De politie verrichtte vannacht 21 arrestaties. Onder de arrestanten bevond zich een lid van het landelijke Labour-bestuur, Shahid Malik, tevens lid van de landelijke commissie die rassendiscriminatie bestrijdt. De 33-jarige Malik, zoon van de vice-burgemeester van Burnley, was volgens zijn vader aan het bemiddelen tussen groepen relschoppers, toen hij met een ME-schild op zijn hoofd werd geslagen.

Denham vertelde het Lagerhuis te willen onderzoeken of er verband bestaat tussen raciaal geweld in Oldham, Leeds en Burnley, drie steden met grote Aziatische minderheden die relatief dicht bij elkaar liggen. Een andere staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, Angela Eagle, heeft eerder gezegd dat het ,,niet nuttig'' is een verband tussen de incidenten aan te nemen.

Het staat vast dat ultrarechtse groepen in de drie steden actief zijn. Bij de verkiezingen van 7 juni haalde de British National Party (BNP) in Burnley en Oldham tussen de elf en zestien procent van de stemmen, maar trok geen stemmen in Leeds.

Burnley en Oldham zijn voormalige textielsteden. De Pakistaanse en Bengaalse minderheden kwamen er merendeels in de jaren zestig. Met het teloorgaan van die sector is de werkloosheid hoog.