No Logo

De leuzen op de rode banieren die overal hingen in de communistische landen kon ik meestal niet lezen en ze stoorden me niet. Voor de bezoeker was het exotische kunst van een vreemde, huiveringwekkende beschaving.

Je besefte wel dat het deprimerend moest zijn om in het land van de rode banieren te wonen en voortdurend de opgewekte leugenteksten te lezen. Hoe goed het ging en hoe het steeds beter zou worden onder leiding van de partij. Het ging daar helemaal niet goed. En je bedacht ook dat als het wel goed zou gaan, die zelfingenomen en opschepperige leuzen nog steeds deprimerend zouden zijn.

De reclame bij ons zegt min of meer de waarheid. Er wordt overvloed beloofd en veel mensen krijgen wat er beloofd wordt. Toch zijn onze banieren ook deprimerend.

Onmiddellijk springt er nu iemand naar voren die je uitlegt dat er niets nieuws onder de zon is en dat er altijd al reclame is geweest. Die persoon vergist zich.

Het is te veel geworden. Geen theater-, museum- of muziekzaal meer of hij wordt naar een bank of een ander bedrijf genoemd. Hele huizenblokken zie je gewikkeld worden in kledingreclames. Het bedrijfsleven trappelt om de scholen binnen te vallen. Nou ja, iedereen kan zelf nog wel een tijdje doorgaan met zo'n opsomming.

Doordat de publieke zaak verkommert terwijl de opdringerige manifestaties van de zakenmannen onontkoombaar worden, krijg je het gevoel dat het geen simpele aanprijzingen van hun waren meer zijn, maar slogans met een politieke betekenis. Propagandamateriaal van de grote Liberale Patserpartij die, afgezien van een paar splintergroepen, alle zetels in het parlement bezet. En zoals het communisme een nieuwe mens beloofde, heeft het patserkapitalisme een nieuwe mens opgeleverd. Een mens die dit gewoon vindt.

Ter gelegenheid van de bijeenkomst van onze politieke leiders in Gotenburg en van de rebellenacties die tegen hen werden gevoerd, las ik de internationale bestseller No Logo van Naomi Klein, een prominente stem van de rebellen. Het is goed geschreven en er staan veel interessante feiten in. Ik ben niet de eerste die opmerkt dat de afloop onbevredigend is, maar dat ligt minder aan Klein dan aan de wereld die ze beschrijft.

Je zou No Logo kunnen lezen als een persoonlijke ontwikkelingsroman. Als kind in Canada was Klein dol op de reclames van de grote merken, zoals de meeste kinderen. Later kreeg ze er een hekel aan door de verstikkende alomtegenwoordigheid.

Van het een kwam het ander. Ze zag de sociale gevolgen van de nieuwe economie. De massa-ontslagen als fabrieken werden gesloten omdat de productie naar Azië werd verplaatst. De vervanging van serieuze banen door baantjes waar niet van te leven viel en die daarom door de bedrijven altijd werden voorgesteld als iets tijdelijks, iets voor studenten die op wat beters wachten.

Toen ging ze naar Azië om te zien hoe de producten voor de Westerse merken gemaakt worden, bijna altijd door jonge meisjes, want een goede arbeider is snel versleten, en in belastingvrije economische zones waar de toch al miserabele arbeidswetten van het land niet gelden, omdat de dienst er wordt uitgemaakt door de bedrijfspolities.

Veel te zien kreeg ze niet, want indringers zijn daar niet welkom, maar ze hoorde dat de meisjes moeten plassen in plastic zakjes tijdens hun werk, dat niet onderbroken mag worden, en dat ze soms simpel van uitputting sterven.

Als Korea te duur wordt pakken de bedrijven weer in en verhuizen ze naar de Filippijnen of Indonesië, maar dan wenkt China al, waar ze nog voor een kwartje per dag voor ons willen werken. En Klein hoorde dat in de Engelse Times de serieuze berichtgeving over China was afgeschaft vanwege de zakelijke belangen in China van de eigenaar van die krant.

Toch is er hoop, leren we. Activisten dwingen de grote bedrijven om gedragscodes voor ethisch zaken doen aan te nemen. Weliswaar reageren die bedrijven als door een adder gebeten wanneer er sprake is van onafhankelijke controle op de naleving van die codes, maar het is toch een vooruitgang vergeleken met de tijd dat ze zeiden dat er niets aan de hand was.

Zeer optimisch zijn de verslagen van Klein over succesvolle acties door internationale samenwerking. Tot ze zich tegen het eind van het boek afvraagt wat er eigenlijk gewonnen is met die acties.

De producten van een beroemde uitbuitersfirma worden na een succesvolle lokale actie geboycot. Mooi zo. De consumenten kopen nu hun producten van een minder beroemde uitbuitersfirma, waarvan de kwalijke activiteiten het nieuws nog niet gehaald hebben.

Tegen het eind van deze ontwikkelingsroman wordt Naomi Klein wijs en beseft ze dat verbetering alleen langs de koninklijke weg van de politiek mogelijk is, door nationale en internationale wetgeving. Het is een taak waarbij de moed je in de schoenen zinkt, schrijft ze, maar hij moet ondernomen worden.

En dan houdt het op. Geen spoor van een suggestie hoe dat dan zou moeten en hoe groot de kansen op succes zijn. No Logo gaat vooral over de Verenigde Staten en Canada, maar ook Europeanen weten dat de kans om de almachtige Liberale Patserpartij te winnen voor het soort wetgeving waar zij op doelt, bijzonder klein is.

Tijdens de top in Gotenburg leek het alsof Wim Kok verrast was dat het vuur hem en zijn collega's zo na aan de schenen werd gelegd. Het is toch wat, terwijl wij over vrede en welvaart overleggen, wordt buiten de boel afgebroken, mopperde hij.

Het is waar, vernielingen en portretten van Mao zijn stuitend. Maar Kok mag niet klagen. Hij en zijn collega's hebben in Europa de democratie in eendrachtige overeenstemming vrijwel afgeschaft. Er is nog wel een sterk democratisch sentiment, dat verdwijnt minder snel. Dan worden er taarten gegooid en de boel wordt afgebroken, bij gebrek aan beter.