Mobieltjes crux voor Philips

Philips heeft ruim vijf jaar geprobeerd voet aan de grond te krijgen op de markt voor mobieltjes. Vandaag beëindigt het concern een activiteit die cruciaal is voor een producent van consumentenelektronica.

Daring but doable. Zo oordeelde de raad van bestuur van Philips in 1995 onder Jan Timmer over de ambitie om in het jaar 2000 een topdrie-positie te bereiken op de markt voor mobiele telefonie.

Maar in de ruim vijf jaar die sindsdien zijn verstreken is Philips zelfs niet in de buurt gekomen van zijn doelstelling. Het concern kon zich nauwelijks handhaven in de toptien van grootste mobieletelefoonproducenten ter wereld.

Kwartalen waarin Philips' divisie mobiel een klein winstje kon noteren werden de laatste jaren afgewisseld met lange perioden van malaise. Het mislukken van Philips' miljardenverslindende joint venture op dit terrein met het Amerikaanse Lucent was de belangrijkste nederlaag die de vorige topman Cor Boonstra moest incasseren in de kleine vijf jaar dat hij Philips heeft geleid.

Nu in de loop van dit jaar duidelijk is geworden dat zelfs marktleider Nokia in problemen is geraakt door de tegenvallende vraag naar mobieltjes, is het niet meer dan logisch dat een tweederangs concurrent als Philips zich terugtrekt. Nokia verkocht vorig jaar dik 400 miljoen mobieltjes en hoopt dit jaar op een vergelijkbaar aantal uit te komen. Philips verkocht er vorig jaar 13,5 miljoen, maar kon in het eerste kwartaal van dit jaar niet meer dan 1,5 miljoen apparaten aan de man brengen. Met het afbreken van de productie kan Boonstra's opvolger Kleisterlee laten zien dat ook hij hard durft in te grijpen. Met het bedrag van anderhalf miljard gulden dat hij dit jaar heeft uitgetrokken voor reorganisaties bij mobiel (300 miljoen euro), componenten en consumentenelektronica (350 miljoen euro) en halfgeleiders (90 miljoen euro) stelt hij zijn voorganger in de schaduw. Die trof bij zijn aantreden in 1996 een reorganisatievoorziening van een miljard gulden.

Door alle kosten op een hoop te vegen verhoogt Kleisterlee de kans dat hij in 2002, zijn eerste volledige jaar als president, een aardig resultaat kan laten zien. Ook al zijn de ambitieuze rendementsdoelstellingen waarmee Boonstra hem heeft opgezadeld achter de horizon verdwenen.

Ondanks de heilzame financiële consequenties is het Philips niet makkelijk gevallen de productie van zaktelefoons op te geven. Dat blijkt alleen al uit het feit dat het elektronicaconcern na de sof met Lucent in 1998 nog jarenlang heeft gezocht naar een nieuwe partner op dit gebied.

Mobieltjes zijn van groot belang voor een fabrikant van consumentenelektronica. In oktober 1998 formuleerde Boonstra het nog als volgt: ,,Draadloze communicatie is belangrijk voor de toekomst van ons bedrijf op andere terreinen. De technologie is een driver voor de elektronica-industrie. We kunnen geen van deze [ontwikkelingen] veronachtzamen.''

Natuurlijk behoudt het Amsterdamse bedrijf zijn expertise op het gebied van kleine schermpjes, chips voor radiocommunicatie en fijne mechanica. ,,Philips is een belangrijke leverancier van innovatieve draadloze technologieën'', aldus bestuursvoorzitter Kleisterlee vanmorgen in een geschreven verklaring. ,,Wij zullen ons focussen op onze rol als toeleverancier, maar we zullen mobieltjes onder onze eigen merknaam blijven verkopen als we daarmee voordeel kunnen behalen.''

Maar het elektronicaconcern zal niet meer de kennis in huis hebben om zelf technologie te integreren tot een werkend model. Zoals vaker in het verleden (digitale cassetterecorder, video, cd-i) moet Philips erkennen dat het zich beter op zijn gemak voelt als toeleverancier van andere bedrijven dan als een bedrijf dat direct voorziet in de vraag van consumenten.

Die stap is van strategisch belang. Nu Philips de mobiele telefoonproductie vaarwel zegt neemt het ook afscheid van de toekomst van deze sector: als mobieletelefoongebruikers hun telefoon straks gaan gebruiken voor het verzenden van bewegende beelden, dan zal Philips in deze ontwikkeling de Japanse of Scandinavische marktleiders moeten volgen.