`Meer welzijn via emoties'

Een overheid die verantwoording wil afleggen, moet dit niet doen via procedures maar door emoties. ,,De overheid moet de taal van het hart spreken.''

Wat elke overheid zich zou moeten wensen? Dat zwangere vrouwen en kinderen in een rustige omgeving kunnen gedijen. Dat kinderen er klaar voor zijn als ze naar school gaan. Dat jongeren kiezen voor gezonde gewoontes. Dat families in een veilige en ondersteunende samenleving leven. En over de mate van succes van deze wensen zou diezelfde overheid dan verantwoording moeten afleggen.

Dat althans vindt de Amerikaanse `verantwoordingsexpert' Cornelius Hogan, die de afgelopen dagen in Nederland was om zijn ideeën toe te lichten. Want verantwoording staat de komende dagen weer centraal in de politiek.

Voor het tweede achtereenvolgende jaar debatteert de Tweede Kamer deze week over `Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording', op `verantwoordingsdag'.

Het gaat daarbij om de vraag of de overheid de ambities heeft waargemaakt die zij voor het afgelopen boekjaar had, en waarvoor geld is uitgetrokken. Het proces komt langzaam op gang: pas in september wordt de eerste echte `verantwoordingsbegroting' ingediend. En vooralsnog overheersen technische details het debat. Kan een minister van Volksgezondheid wel alle informatie over de zorg leveren? Hoe ver reikt de ministeriële verantwoordelijkheid? Moeten er meer, of juist minder overheidsorganen op afstand geplaatst worden? Er zal veel worden gesproken over techniek, politieke techniek en dat is voor menigeen nogal saai. Verantwoording? Het zal wel.

Maar spreek diezelfde burgers aan over de speelplaatsen voor hun kinderen, over de achterstanden op sommige scholen, over de zorg voor hun zieke ouders. Dan hebben ze wél een duidelijke mening over de verantwoording die de overheid zou moeten afleggen. En dus bracht Cornelius Hogan eind vorige week ten overstaan van met name ambtenaren `de menselijke kanten van de verantwoording' onder de aandacht.

Toegegeven, het is typisch Amerikaans: koppel het overheidsbeleid één-op-één aan de menselijke levenscyclus en iedereen kan tevreden zijn. Toch is in de Amerikaanse staat Vermont, waar Hogan op het ministerie van Human Services (een mengeling van Sociale Zaken, Justitie en Volksgezondheid,) werkte, op basis van dit soort doelen een volwaardig `verantwoordingssysteem' ontwikkeld.

Met een brede grijns vertelt de zestigjarige Hogan over de gemeenschapszin die de afgelopen jaren een stevige plek veroverd heeft bij de overheid in Vermont. Het `community-denken' is, zegt hij, in veel delen van de 600.000 inwoners tellende staat gemeengoed geworden, sinds Hogan zo'n tien jaar geleden zijn entree maakte in de bureaucratie. Afkomstig uit het bedrijfsleven verbaasde het hem dat ,,niemand zich zorgen maakte wat er met het geld gebeurde''. Er werd, simpel gezegd, wel beleid gevoerd, maar geen verantwoording afgelegd.

Hogan vindt dat de overheid meer ,,de taal van het hart'' moet spreken. ,,De overheid moet dezelfde taal spreken als de burgers. Je loopt op straat niet naar iemand toe en zegt dat er `economische structuurversterking' nodig is. Dan kijkt zo iemand je aan alsof je gek bent geworden. Maar het spreekt wel aan, als je zegt dat kinderen er klaar voor zijn om naar school te gaan. Dat begrijpt iedereen.''

In Vermont is deze manier van overheidsdenken inmiddels geheel doorgevoerd. Hogan: ,,We hebben acht belangrijke, voor iedereen herkenbare doelstellingen geformuleerd. Op die acht basisdoelen hebben we al ons beleid geformuleerd. Als je wilt dat kinderen naar school gaan bijvoorbeeld, moeten ze dus gezond zijn, moeten er scholen zijn, moeten er leerboeken zijn, moeten er ouders zijn die die kinderen naar school brengen en ga zo maar door.''

Volgens hem moet de invoering van een proces van verantwoording vooral geen technische, ambtelijke operatie zijn. ,,Zoiets bereik je niet door de techniek te veranderen. Je moet onderaan beginnen: kijken welke wensen er leven en wat op lokaal niveau de problemen zijn die je wilt aanpakken. Dat vergt een cultuuromslag, bij ambtenaren, bij ministers, bij iedereen die erbij betrokken is. Wij zijn al tien jaar bezig en we zijn, schat ik, net op de helft.'' Hogan meent dat in dit geval de vorm de inhoud moet volgen. ,,Als je als overheid besluit je beleid anders te definieren, als je in een andere taal met je burgers gaat spreken, dan heeft dat uiteindelijk gevolgen voor hoe je je beleid voert. Maar die gevolgen zie je pas als de vragen uit de samenleving je bereiken – en je blijkt er geen antwoord op te kunnen geven. Pas vanaf dat moment kun je de bureaucratie gaan veranderen.''

In Vermont heeft deze `thematische' aanpak van politieke problemen intussen wel degelijk geleid tot veranderingen in de structuur van de overheid. Hogan: ,,Zo zijn onze ministeries van Gezondheidszorg en van Alcohol en Drugs samengevoegd. Toen het nieuwe proces op gang was gekomen, bleek dat zij zoveel met dezelfde onderwerpen bezig waren, dat dat de meest logische weg was. Maar los van die horizontale aanpak van problemen blijft iedere minister uiteindelijk verantwoordelijk voor zijn eigen beleidsterrein. Maar de vraag die hem of haar uiteindelijk wordt gesteld,is een wezenlijk andere dan voorheen. Enkele jaren geleden luidde die vraag nog: hoeveel geld heb je uitgegeven? Nu is de vraag: wat heb jij bijgedragen aan het welzijn van onze burgers? Dat is het verschil.''

DOSSIER DERDE WOENSDAG: www.nrc.nl/denhaag