Macedonië rest alleen nog maar westers ingrijpen

De vredesonderhandelingen onder auspiciën van Javier Solana ten spijt valt westers militair ingrijpen in Macedonië nauwelijks meer te voorkomen. De westerse troepen weten weliswaar niet wat hun te doen staat maar er is geen alternatief, meent Jonathan Eyal.

Het is nu wel uitgesloten dat het geweld tussen de Macedonische regering en de Albanese minderheid nog te stuiten is. Ook is er weinig kans van slagen voor de vredesonderhandelingen onder auspiciën van Javier Solana, de vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de Europese Unie. Zelfs als de twee strijdende partijen hun handtekening zetten onder een nieuw vredesdocument, zal dat alleen leiden tot een luwte in de gevechten en niet tot een einde van de oorlog. De Macedonische regering is niet bereid te geven wat de etnische Albanezen verlangen en het is voor de Albanezen niet meer interessant wat de Macedoniërs wel bereid zijn toe te staan. En dus zullen onherroepelijk de westerse regeringen tussenbeide moeten komen. Net als alle eerdere militaire acties op de Balkan zal de Macedonische operatie geen precieze doelstellingen hebben en veel langer duren dan elke westerse regering op dit moment wenst toe te geven.

Eerder in dit conflict hebben de westerse inlichtingendiensten een reeks `rode lijnen' getrokken: kritieke punten in de ontwikkeling van de crisis die, als ze werden gepasseerd, zouden aangeven dat Macedonië op de rand van een burgeroorlog stond. De eerste was de omvang van de Albanese guerrilla-activiteiten. Als die zich beperkten tot het grensgebied tussen Macedonië en Kosovo, dan was de toestand houdbaar. Als ze zich verder verspreidden, dan lonkte de burgeroorlog. De tweede `rode lijn' was de levensvatbaarheid van de Macedonische regering. En ten slotte was er de kwestie van de cohesie van de Macedonische strijdkrachten; als die verenigd bleven en vooral als er geen grote spanningen waren tussen de paramilitaire politie en het leger van het land, dan was een oorlog nog te voorkomen. Helaas zijn nu al twee van de westerse `rode lijnen' overschreden. De trieste uitkomst die iedereen hoopte af te wenden komt inmiddels naderbij.

In een wanhopige poging een nieuwe brandhaard op de Balkan te voorkomen, kwamen de westerse regeringen met een compromisoplossing: als de Albanezen afzagen van hun geweld en hun guerrillastrijders ontwapenden, zouden ze in ruil daarvoor binnen Macedonië betere grondwettelijke rechten krijgen. Dat is een simpele aanpak, alleen heeft hij het unieke kenmerk dat de partijen ter plaatse er geen van beide iets in zien. Ten eerste zijn de Albanezen niet geïnteresseerd in alleen verbeterde minderheidsrechten, maar willen ze grondwettelijk volledig worden gelijkgesteld met de meerderheid van Macedoniërs. Ze verlangen dat het land wordt omgevormd tot een bi-nationale staat, precies datgene waar geen enkele Macedoniër toe bereid is, al bieden de Albanezen nog zoveel garanties dat het land verenigd blijft.

Bovendien geloven de Macedoniërs niet dat de westerse garanties voor welk akkoord dan ook zelfs maar het papier waard zijn waarop ze zijn geschreven. De NAVO heeft toegezegd een beperkte troepenmacht te sturen om te helpen de Albanese guerrillastrijders te ontwapenen en de territoriale integriteit van de Macedoniërs te waarborgen. Maar niet ten onrechte wijst de Macedonische regering erop dat de NAVO ook beloften heeft gedaan om de etnische Serven in Kosovo te beschermen en de verscheidene Albanese milities aldaar te ontwapenen; twee jaar na de oorlog in Kosovo zijn geen van beide toezeggingen helemaal gestand gedaan.

En ten slotte weten beide partijen in het Macedonische conflict dat grondwettelijke regelingen op de Balkan niets oplossen. Hoeveel van dat soort documenten Joegoslavië heeft gehad, ze hebben niet voorkomen dat het land gewelddadig ineenstortte; Bosnië heeft een grondwet waarin de territoriale eenheid wordt verkondigd, maar die heeft niets gedaan om de territoriale scheidslijnen uit te wissen die de afgelopen tien jaar met bloed zijn getrokken.

Zonder het in het openbaar te zeggen vermoeden Macedoniërs en Albanezen dat hun geschil uiteindelijk zal worden opgelost op de beproefde Balkan-manier: door geweld, gevolgd door westers militair ingrijpen. En de overwinnaar zal die partij zijn die dit westerse militaire ingrijpen op zijn eigen voorwaarden weet uit te lokken. Dat is in wezen de tactiek die de Albanezen twee jaar geleden met zoveel succes in het naburige Kosovo hebben gevolgd, en het is die strategie die beide partijen nu in Macedonië herhalen. Uit dat oogpunt bezien zijn de vredesgesprekken tussen de twee partijen dan ook zuiver voor de show en zal het conflict pas een beslissende wending nemen als de NAVO het laatste woord spreekt. Het probleem is dat de NAVO en de Europese Unie nog altijd diep verdeeld blijven over de te volgen gedragslijn.

De Europese regeringen putten enige troost uit het feit dat de Amerikaanse president Bush zich onlangs tijdens zijn bezoek aan Europa krachtig heeft uitgesproken tegen de Albanese rebellen en ten gunste van de Macedonische regering. De moeilijkheid voor de Europeanen is dat de Verenigde Staten weliswaar elk militair ingrijpen zouden steunen, maar dat Washington waarschijnlijk niet meer zou inzetten dan zijn logistieke luchtcapaciteit en een zeer geringe troepenmacht.

Theoretisch biedt een zuiver Europese operatie tal van politieke voordelen. De Europeanen hebben altijd betoogd dat hun eigen legermacht wordt opgezet om kleine crises te bezweren waarbij de Amerikanen niet betrokken willen raken; Macedonië is precies zo'n geval. Verder hebben de Europeanen altijd betoogd dat hun legermacht alomvattend is en zich theoretisch uit kan strekken tot landen binnen en buiten de Europese Unie. Opnieuw is Macedonië de ideale plaats voor een militaire operatie waarin ook plaats is voor de strijdkrachten van Turkije, Bulgarije of Roemenië, landen buiten de EU maar met een groot belang bij de veiligheid op de Balkan. En uiteindelijk zijn de Amerikanen maar al te graag bereid om de Europese logistieke tekortkomingen op te vangen, mits de Europeanen niet verwachten dat er al te veel Amerikaanse soldaten bij aanwezig zullen zijn. Dus waarom aarzelen de Europeanen nog?

Omdat ze beseffen dat een militaire operatie precies is wat de Albanese guerrillastrijders in Macedonië willen. Zodra een westerse strijdmacht ter plaatse is, worden de soldaten daarvan verlokt tot politietaken in etnisch gemengde gebieden; langzaam maar zeker worden die gebieden dan iets op zichzelf staands, bestuurd door de Albanezen in plaats van de Macedonische regering, en dan wordt een feitelijke opdeling – van het soort dat in Bosnië te zien is – verwezenlijkt. Een dergelijke operatie kan dan ook versneld leiden tot het einde van een verenigd Macedonië, en dat wil iedereen nu juist vermijden. Gelet op die gevaren hebben de Europese leiders het verstandige besluit genomen dat de operatie alleen kan plaatsvinden onder een NAVO-paraplu. En net als bij elke andere Balkancrisis in de afgelopen tien jaar trekken de westerse troepen naar het gebied; niet omdat ze weten wat hun te doen staat, maar omdat ze weten dat er geen alternatief is.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute for Defence Studies in Londen.