Korthals: OM zwichtte niet voor pressie

Minister Korthals (Justitie) ontkent dat de Iraakse asielzoeker Ali Hussein H. is gearresteerd onder druk van de publieke opinie. Hij gold volgens de minister tijdens zijn arrestatie in oktober 1999 wel degelijk als een serieuze verdachte van de moord op de Friese Marianne Vaatstra, tot een DNA-test hem kort daarna vrijpleitte.

De Leeuwarder officier van justitie R. de Graaf, die de zaak behandelde, had in een zondag uitgezonden documentaire van Omrop Fryslân gezegd dat het openbaar ministerie de Irakees louter onder druk van de publieke opinie had aangehouden, hoewel toen al duidelijk was dat hij de dader niet kon zijn.

Maar in een brief aan de Tweede Kamer schrijft Korthals nu dat De Graaf heeft verklaard ,,deze uitlatingen te betreuren''. ,,In de documentaire zijn echter, naar hij zelf ook erkent, door hem deels onvolledige en onjuiste uitspraken gedaan'', aldus de minister.

Zowel de Leeuwarder hoofdofficier van justitie L. den Hollander als persofficier O. Brouwer had de documentaire voor de uitzending gezien. Zij hadden toen geen aanmerkingen op de uitlatingen van De Graaf. Hoofdredacteur/directeur P. Gaanderse van Omrop Fryslân: ,,Een groepje van zes man heeft de band hier gezien. Er is toen niets gezegd over eventuele misverstanden die konden ontstaan. Het mea culpa van De Graaf nu bewijst dat wij geen fouten hebben gemaakt.''

Waarom er tijdens het zien van de documentaire geen bel is gaan rinkelen bij de vertegenwoordigers van het OM kan de Leeuwarder persofficier van justitie, M.H. Severein, niet zeggen. ,,Ik kan alleen verwijzen naar de brief van Korthals aan de Tweede Kamer. Daarin zegt De Graaf dat zijn uitlatingen in de documentaire niet overeenstemmen met de werkelijke gang van zaken.''

De Tweede-Kamerfractie van GroenLinks, die vorige week al schriftelijke vragen over de zaak aan Korthals stelde, acht de brief van de minister niet overtuigend. Ze zou er vanmiddag op aandringen nog deze week een debat met de bewindsman te houden.

Korthals geeft in zijn brief een gedetailleerde opsomming van de gebeurtenissen rond de moord op Marianne Vaatstra. [Vervolg VAATSTRA: pagina 7]

VAATSTRA

'Alibi Irakees niet sluitend'

[Vervolg van pagina 1] Marianne Vaatstra is vermoord in de nacht van april op 1 mei 1999. Beveiligingsbeambten van het asielzoekerscentrum in Kollum, waar de Irakees H. verbleef, zagen hem op 30 april samen met enkele anderen vertrekken. H., de enige met een fiets, keerde niet meer terug in het centrum. Uit sporen op het stoffelijk overschot van Marianne Vaatstra bleek dat de dader eveneens met de fiets was.

Het alibi van H. was volgens Korthals niet sluitend. Uit gegevens van de spoorwegpolitie bleek naderhand dat H. op 29 april was bekeurd voor zwartrijden in de trein Den Helder-Haarlem. Na de verspreiding van het signalement van H. via de televisie kreeg de politie informatie dat hij in de periode tussen 29 april en 3 mei enige dagen in een huis in Haarlem was geweest. Getuigen konden echter niet met zekerheid zeggen of H. ter plaatse ook de nacht had doorgebracht. Later vertrok H. naar Istanbul, waar hij op 9 oktober is aangehouden.

Hoewel het Leeuwarder OM in eerste instantie geen bezwaren had tegen de documentaire, onderschreef persofficier Severein vanmorgen de versie van minister Korthals over de Irakees. ,,Hij had geen sluitend alibi tot het moment van zijn aanhouding.'' Severein zegt dat de man verdachte was in ,,een zware zaak, die veel beroering wekte in de samenleving. Meer dan in andere zaken hebben we veel middelen ingezet om hem op te sporen en aan te houden. Bij het publiek heerste de opvatting dat wij de moordenaar hadden laten lopen.''

Minister Korthals neemt geen verdere maatregelen tegen De Graaf. De dader van de moord op Vaatstra is nog niet gevonden.