Holocaust

Wanneer we het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) moeten geloven, is het Nederlandse beleid inzake het onderwijs over de holocaust onvoldoende (NRC Handelsblad, 23 juni). Doordat ik nog maar een paar jaar van school ben, weet ik dat dit onzin is. Al op zesjarige leeftijd kreeg ik te horen over de concentratiekampen en Anne Frank. Op het vwo kwam de jodenvervolging niet alleen aan bod bij geschiedenis, maar ook bij Duits en Nederlands. Ook de vraag of we met de klas naar de film Schindler's List zouden gaan, werd besproken.

Toch werden tijdens mijn schooltijd grappen gemaakt over het nationaal-socialisme en de holocaust, juist omdat men had geleerd dat dit geen grappige zaken waren.

`Holocausteducatie' brengt voetbalsupporters, die welbewust kwetsen, dus helemaal niet tot inkeer. Scholieren worden tegenwoordig overspoeld met beelden van en feiten over de holocaust. En juist nu, aldus het NIK, zou de nadruk in het onderwijs te veel op de bezetting liggen en te weinig op wat joden hebben doorstaan.

Terwijl niemand ontkent dat de vervolging van de Nederlandse joden een belangrijk aspect van de oorlogsjaren is, lijkt het NIK niet te begrijpen dat de 170.000 niet-joodse Nederlanders die tijdens '40-'45 het leven verloren ook recht hebben op een grafschrift.