Abu Sayyaf schiet toeristen weg

Geen toerist lijkt nog naar de Filippijnen te durven. Exotische vakantieparken-aan-zee liggen binnen bereik van kidnappers die in elke Westerse toerist een wandelende zak losgeld zien. ,,Het had nu hoogseizoen moeten zijn.''

Een aangename verrassing wacht de reiziger die zich instelt op traag voortschuifelende, lange rijen voor de douane op het vliegveld van de Filippijnse hoofdstad Manila. Die rijen zijn er niet meer. Het is de beveiligingsman in de immigration area ook opgevallen. ,,Ja, het is wat minder druk de laatste tijd'', zegt Jayson Magat. ,,Waardoor? Abu Sayyaf.'' Magat volstaat met het noemen van de naam van een groep rebellen die thans de schrik van het land is. Hij is kortaf en moet geconcentreerd blijven, want tegelijk met de afnemende reizigersaantallen krijgt hij steeds meer veiligheidsinstructies. Ook het vliegveld kan een doelwit zijn.

Bomontploffingen in winkelcentra, ontvoeringen van toeristen en onthoofdingen van, vooralsnog, landgenoten: de Filippijnen zijn even niet aan de beurt als vakantiebestemming. Dankzij een klein aantal zelfverklaarde moslimstrijders in het zuiden van het land slaan toeristen het eilandenrijk massaal over. Deze rebellen zijn louter uit op geld. Preciezer gezegd: losgeld. Ze doen zelfs aan prijsstelling: een Amerikaanse gegijzelde toerist mag voor tien miljoen dollar weg, een Europese voor één miljoen. Op de stranden van exotische vakantieoorden ligt de potentiële `handelswaar' van de bandieten te zonnebaden. Niet alleen in de Filippijnen, maar ook in Maleisië en Indonesië. Want van eerder verkregen losgeld hebben de rebellen snelle boten gekocht en aldus hun werkterrein met honderden kilometers vergroot.

,,Het had nu hoogseizoen moeten zijn in de Filippijnen'', zegt Aileen Santos, ,,maar daar is absoluut niets van te merken.'' Santos werkt voor TravelPro, een reisbureau in een groot winkelcentrum in Manila. Santos is blij met de gijzelingsacties. Ze heeft ongeveer evenveel klanten als anders, alleen willen ze niet langer in de Filippijnen op vakantie. ,,Filippino's en buitenlanders die hier wonen, wijken uit naar Bangkok, Kuala Lumpur, Singapore, Hongkong, Bali en Phuket. Dat is goed voor ons, want op binnenlandse pakketten krijgen we een commissie van hooguit 1.000 peso, maar voor internationale reizen krijgen we tot 2.500 peso.'' Een peso is ongeveer een stuiver.

Santos is echter een uitzondering: de Filippijnse toeristenindustrie heeft zonder meer last van de Abu Sayyaf. Tot 1999 steeg het aantal toeristen explosief. Ze gingen rechtstreeks naar exotische vakantieoorden, ze kwamen duiken of voor seks. Al met al was toerisme in 1999 goed voor ruim 11 procent van het bruto binnenlands product. Zo'n 1,5 miljoen toeristen verschaften bijna drie miljoen Filippino's werk. De regering ging tot voor kort uit van een verdubbeling van het toerisme binnen vijf jaar.

Dat lijkt nu onwaarschijnlijk. De relevante ministeries hebben nog geen betrouwbare cijfers, maar uit de toeristenbranche komen genoeg klachten om vast te stellen dat 2000, en vooral 2001, toeristische rampjaren zijn voor het land. Bijna veertig miljoen gulden wordt de komende maanden extra aan promotie uitgegeven. Maar toeristen annuleren nú hun vakanties naar de Filippijnen. Ingegeven door bijvoorbeeld het reisadvies van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat de indruk wekt dat het eilandenrijk alleen nog een reisbestemming is voor levensmoede avonturiers.

Het Nederlandse reisadvies beperkt zich tot een stevige waarschuwing voor de twee eilanden van waaruit Abu Sayyaf opereert: Basilan en Jolo. Dit advies is de Filippijnse minister van Toerisme, Richard Gordon, uit het hart gegrepen: ,,Dit prachtige land bestaat uit 7.107 eilanden en slechts twee ervan zijn onveilig.''

Vorig jaar was de schade nog enigszins te overzien. Toen had vooral het uiterste zuiden van de Filippijnen last van de Abu Sayyaf, die tien Westerse toeristen van een duikerseiland in het nabije Maleisië meenamen. Dit jaar presteerden de rebellen het een resort op bijna vijfhonderd kilometer van hun thuisbasis te overvallen en twintig mensen te gijzelen, onder wie drie Amerikanen. ,,Ze hebben nu laten zien hoe groot hun bereik is'', stelt Vanessa Suatengco vast. Ze is manager van een Shangri-La-hotel in Manila. De hotelgroep heeft ook een vakantiepark op het eiland Cebu, zo'n vierhonderd kilometer varen voor de rebellen. ,,`Cebu' heeft het moeilijk, ze hebben daar minder gasten dan normaal. Alle resorts ten zuiden van Manila hebben het trouwens moeilijk en geven flinke kortingen. De vakantieoorden in het noorden, waar de rebellen echt niet kunnen komen, hebben nergens last van.''

Veel Filippino's gaan zover om alle binnenlandse problemen op het conto van de moslimrebellen te schuiven. Doordat het leger er niet in slaagt ze ,,uit te roeien'', zoals president Gloria Arroyo haar volk had beloofd, zorgen ze voor politieke instabiliteit. Dat zou niet alleen toeristen, maar ook investeerders wegjagen. Daardoor blijft de lokale peso zwak en kan de beurs zich moeilijk herstellen van eerdere klappen.

Vorige week annuleerden potentiële investeerders uit Taiwan en Singapore een reis naar Manila uit vrees te worden ontvoerd. Niet door de Abu Sayyaf, maar door criminelen in de hoofdstad die het gijzelen-voor-losgeld ook hebben ontdekt. Hun doelwit is de zakenman, niet de toerist, want het sterk vervuilde Manila weet ook in rimpelloze tijden nauwelijks toeristen te trekken.