ZO HET KABINET, ZO NIET DE TWEEDE KAMER, GROTE WOORDEN ONTBREKEN, VERDEEL EN HEERS

Begrotingen van departementen moeten anders, tegenwoordig. Niet langer staat geld centraal. Nee, begroting moeten uitgaan van heldere en meetbare doelstellingen. We citeren, voor het goede begrip, nog maar eens de drie sleutelvragen die rond het Binnenhof inmiddels als mantra's worden herhaald. ,,Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag dat kosten?'' Opdat de Tweede Kamer nadien, in jaarverslagen, exact kan vaststellen of de bewindslieden hun ambities en beloften hebben waargemaakt.

Komende woensdag en donderdag moeten premier Kok en minister Zalm (Financiën) voor de tweede maal in de Kamer verschijnen voor een zogenoemd Verantwoordingsdebat. Centraal staat het kabinetsbeleid in het afgesloten boekjaar 2000. Tussendoor, op woensdagmiddag, behandelt de Kamer de eigen begroting voor het komende jaar 2002. Zo de regering, zo de Tweede Kamer - zou men kunnen denken. Heeft de Kamer nu ook voor zichzelf zo'n begroting met meetbare plannen opgesteld? Zo van: ,,Wat wil de Tweede Kamer bereiken? Wat gaat de Tweede Kamer daarvoor doen?''

Antwoord: nee. Het is meer dan een staatsrechtelijke constatering dat het parlement niet de regering is. Een kabinet wordt geacht een collegiaal bestuurscollege te zijn, met `eenheid van beleid' en zo. Een parlement is een bont gezelschap, gevormd door rivaliserende leden en fracties. Zie zo'n gezelschap maar eens op één lijn te krijgen. Een jaar geleden spraken acht fractieleiders in deze krant ferme taal over de noodzaak tot drastische renovatie van de parlementaire procedures en voorzieningen. Er moest een Seniorenconvent komen, gevormd door de fractieleiders zelf, om leiding te geven aan allerlei hoogst noodzakelijke vernieuwingen ter versterking van de tegenmacht. De Kamer moest een eigen onderzoeksbureau oprichten, om het informatiemonopolie van departementen te doorbreken. De Wet op de parlementaire enquête moest worden aangepast, om de Kamer meer bevoegdheden te geven bij het (laten) uitvoeren van meer eigen onderzoek. Plus nog enkele tientallen andere suggesties – rijp en groen door elkaar.

Van het Seniorenconvent is nadien weinig meer vernomen. De Kamervoorzitter roept zo af en toe de fractieleiders nog wel informeel bijeen om zich te buigen over de interne orde in hun `huis'. Maar grote woorden worden daarbij niet gesproken, terwijl van grote daden al helemaal geen sprake is.

Is er dan, vergeleken met een jaar geleden, helemaal niets gebeurd? Dat lijkt mee te vallen. Het eigen onderzoeksbureau, bijvoorbeeld, is er gekomen. Waarmee overigens bepaald niet is gezegd dat de Kamer zichzelf meteen een potige bijthond heeft aangeschaft. Het bureau telt nu één voltijds medewerker en één externe deskundige voor één dag per week. Samen: 1,2 arbeidsplaats - voor 150 Kamerleden, tegenover bijna dertig bewindslieden met samen vele tienduizenden beleidsontwikkelende ambtenaren om zich heen. Het is, alles bij elkaar, nog niet de pink van David tegenover Goliath, maar het is tenminste iets. Kamerlid Agnes Kant (SP), die geldt als een van de motoren achter dit initiatief, wil er in ieder geval niet al te geringschattend over spreken. ,,Het begin is er tenminste'', zegt ze. ,,Nu is het een kwestie van uitbreiden.''

Kant wil, over dit onderzoeksbureau gesproken, meteen een wijdverbreid misverstand wegnemen: ,,Het is nooit de bedoeling geweest dat de Kamer meteen tientallen eigen onderzoekers in dienst zou nemen. We moeten hier geen nieuwe bureaucratie tegenover de kabinetsbureaucratie optuigen. Het bureau moet vooral assisteren bij het opstellen van onderzoeksvragen en bemiddelen tussen Kamercommissies en externe onderzoekers. Daarvoor hoeft helemaal niet zo'n enorm bureau te worden opgetuigd.''

Op papier mag de Tweede Kamer, dit Hoge College van Staat sinds 1815, het allerhoogste orgaan in onze parlementaire democratie heten. Maar in de praktijk is het toch vooral een schip met vele kapiteins en stuurmannen, dat bovendien stevig aan de ketting van de regering ligt. Zie zo'n schip maar eens op andere koers te krijgen.

Iedere parlementaire discussie over de interne orde in de Kamer loopt vast in steeds diezelfde tegenstelling: moet de armslag van het parlement als geheel óf van de afzonderlijke fracties worden verruimd? Het antwoord laat zich raden: allebei een beetje, geheel volgens het Nederlandse principe van `verdeel en beheers'. Het is dit klassieke model dat ook wordt toegepast bij de versterking van de onderszoeksfunctie van de Kamer. De Kamerfracties hebben in dit lopende jaar 1,8 miljoen gulden extra gekregen om zelf meer extern onderzoek te laten doen. Een vergelijkbaar bedrag is toegevoegd aan het onderzoeksbudget voor de Kamer als geheel. Allemaal een beetje, iedereen blij. Dat de Kamer geen grote sprongen voorwaarts kan maken, heeft ook een formele oorzaak. Nederland behoort tot de zeer weinige democratische landen in de wereld waar het parlement tot dusver niet zijn eigen begroting heeft kunnen vaststellen. De begroting (in jargon: de raming) van de StatenGeneraal valt onder de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Als regel geldt dat verantwoordelijke ministers zich steeds `ruimhartig' opstellen tegenover wensen van de Kamer, wat niet wegneemt dat het parlement toch onder financiële curatele van regeringszijde staat.

Het is merkwaardig, zo vindt inmiddels ook de Tweede Kamer zelf. In de `stukken' ter voorbereiding van het ramingsdebat van deze week valt te lezen dat het Presidium van de Kamer aanstuurt op grondwetswijziging, opdat het parlement op afzienbare termijn, ergens in de volgende kabinetsperiode, zelf zijn eigen budget kan vaststellen. Dan zal ook het moment zijn aangebroken waarop de Kamer niet ontkomt aan het beantwoorden van basale vragen als `wat willen we bereiken?' en `wat gaan we daarvoor doen?'

Hoeveel eigen onderzoekers heeft de Kamer nodig? Anderhalve-en-een-paardenkop? Vijf, tien, twintig? En: wat moeten ze doen? Het antwoord komt mogelijk deze week in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Of volgend jaar, of mogelijk nog een jaar later. En of de regering intussen de wachtlijsten in de gezondheidszorg wil wegwerken, de files wil oplossen en het aantal WAO'ers minimaal wil halveren.

De Tweede Kamer spreekt deze week, behalve over de Verantwoording 2000 van het regeringsbeleid en de begroting 2002 van de Kamer, onder meer ook over opheffing van het ontslagverbod en over preventief fouilleren.