Zinloos leven

Op de dorpspagina in onze streekkrant stond een boze brief. Iemand klaagde dat zijn pinkster-weekend was vergald doordat het bij hem om de hoek, bij het bekende café de Eendracht, drie avonden achter elkaar feest was geweest. Dat hield in dat het drinken van binnen naar buiten was verplaatst, en tot diep in de nacht was begeleid door luide muziek uit enorme, in een bestelbus aangevoerde lawaaimachines. In het kermislawaai van de jaarlijkse feestweek, zo schreef de klager, hebben we leren berusten – maar deze herrienachten erbij werden hem te veel.

Op dezelfde pagina werd een jonge man geïnterviewd, afkomstig uit ons dorp, die een evenementenbedrijfje exploiteert. Het ging hem goed: op steeds meer plaatsen mocht hij de boel opvrolijken met muziek, hij kwam overal met zijn indrukwekkende apparatuur. Sinds kort kon hij ook terugzien op een geslaagd evenement in eigen dorp: het driedaagse pinksterevenement bij de Eendracht. De verslaggever wenste de jonge man nog veel succes, en hopelijk spoedig tot ziens in het dorp.

Zo botst het moderne leven (in beide betekenissen van het woord) met de dorpse rust. Al zien de feestvierders dat misschien anders: zou de klager misschien één van de geïmporteerde dorpsbewoners kunnen zijn die, zelf gevlucht uit de lawaaiige stad, nu hun eigen normen willen opleggen aan de plaatselijke bevolking?

Anders dan binnenlandse rampen en voorkennis op de beurs hoort lawaai nog niet bij het rijtje erge dingen waarvan de media keer op keer bol staan. Wie erover klaagt blijft een beetje een zeur, een bederver van andermans genoegen. Muziek is plezier, nietwaar, men wil zich uiten, men kan niet voorkomen dat een ander daar last van heeft. Stilte weldadig? Stilte is doods, het ontbreken van iets, en wie er om vraagt is onverdraagzaam.

Die sfeer wordt gevoed door het feit dat wie last heeft van geluid, soms aan zichzelf twijfelt. Er zijn soorten geluid waar je bijkans gek van kunt worden zonder dat je op iemands begrip kunt hopen. Het stationair draaien van een auto voor het huis. Iemands harde, toonloze stem in de trein. In een leuk stukje in de VPRO-gids over herrie (vanavond wordt er een documentaire over dit thema uitgezonden) komt een jongen voor die 's nachts last had van het ademen van een logé. Zulke dingen. Luister er dan niet naar! roept het verstand. Maar het helpt niet, de narigheid is sterker dan jezelf.

Oké, ademen moet. Maar moet de radio aan? Wij, de ongezelligerds, durven vaak niet te klagen. Nooit heb ik het gedurfd in de dépendance van een universiteitsbibliotheek waar ik wel eens zit te werken. De luide gesprekken en het montere gefluit van het bibliotheekpersoneel kunnen er knap hinderlijk zijn – maar ach, denk ik dan laf, het zijn brave mensen, en bovendien heb ik ze nodig. Van de winter durfde ik wel, toen ik wandelde in een natuurgebied tussen Delft en Pijnacker, en van begin tot eind, vijf kilometer lang, werd overspoeld met de herrie van een fietscrossfeest ergens in het midden. Manmoedig ging ik ze vertellen hoe groot hun akoestische bereik was. Hielp het? Welnee. ,,Als je thuis de wc doortrekt maakt het ook lawaai'', zei een lawaailiefhebber grijnzend. Die repliek tekende zijn denkniveau, maar de op palen gemonteerde luidsprekers gingen niet zachter.

`Zinloos lawaai' zal wel nooit een begrip worden. De `stille tocht tegen akoestische milieuvervuiling' op het omslag van de VPRO-gids van deze week is een vrolijke fictie, helaas – hoewel ik toch heel even heb gedacht dat hier eindelijk een doel was waarvoor ik wel de straat op wil gaan.

Geluid verdoezelt de leegte, gebrul suggereert passie, en passie is in. Behalve economische belangen zou ook het buikgevoel der natie zich verzetten tegen het verbod op àlle versterkte muziek in de open lucht waar ik wel eens van droom. En als speedboten, vierwielaan-gedreven jeeps en andere pretmotoren ooit worden verboden – o, kome die dag! – zal het zijn omdat ze energie verspillen, niet wegens de herrie.

De reden is simpel. De meeste mensen willen wat, en geluid is wat. Dat sommige ongezelligerds er anders over denken is niet hun probleem.