Wijsheden bij tennis onjuist

Beweringen van televisiecommentatoren bij tenniswedstrijden blijken grotendeels niet te kloppen. Jan Magnus, hoogleraar econometrie aan de Katholieke Universiteit Brabant, en Franc Klaassen, wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam, hebben dat onderzocht. Veronderstelde waarheden moeten met een korrel zout worden genomen.

Wat was de aanleiding tot het onderzoek?

Magnus: ,,Toen ik in Londen woonde ergerde ik me aan het commentaar van de BBC bij Wimbledon. Als recreatief tennisser (D-speler) kwamen mij bepaalde uitspraken als tamelijk onzinnig voor. En dat bleek, want van de 24 beweringen die we hebben onderzocht, bleken er twintig onjuist.''

Hoe hebben jullie dat onderzocht?

,,We hebben partijen op punten getoetst aan een dataset.''

Wat zijn de meest onzinnige uitspraken?

,,Bijvoorbeeld de veronderstelling dat degene die begint met serveren in een set in het voordeel is. De cijfers bewijzen het tegendeel. De opvatting dat een speler die het eerst mag serveren met nieuwe ballen daarvan kan profiteren, blijkt evenmin correct. Het is waar dat de haartjes bij nieuwe ballen nog plat en dus sneller zijn. Maar een nieuwe bal sla je ook eerder uit. Die twee effecten kun je dus tegen elkaar wegstrepen. Of die zevende game bij een tussenstand van 3-3, ook zo'n onzin. De aanname dat de winnaar van die game een psychologisch voordeel neemt en de set doorgaans wint, is nergens op gebaseerd. De set komt gewoon in een beslissende fase, daarom is winst van de zevende game belangrijk. Maar de game winnen bij een stand van 4-4 is simpelweg nóg belangrijker. Een andere misvatting is, dat een wedstrijd die vijf sets duurt, meestal wordt gewonnen door de winnaar van de vierde set omdat hij goed in de wedstrijd zit.''

Zijn er beweringen die kloppen?

,,Het is waar dat de real champion vaker de belangrijke punten maakt. Hij verstaat de kunst beter te doseren en zich beter te concentreren. Hij komt bovendien vaker als winnaar van de beslissende derde of vijfde set tevoorschijn.''