Verrassende brief van Lubbers in Contentzaak

Een plotseling opgedoken brief van oud-commissaris Ruud Lubbers speelt woensdag een pikante rol bij de Contentzaak. De gebeurtenissen krijgen een nieuwe volgorde.

Het is de eerste dag van december 1999. In Tilburg, waar hij dan nog hoogleraar globalisering is, krijgt Ruud Lubbers een niet geheel alledaags bezoek. Hij wordt die ochtend als getuige gehoord in een heuse voorkenniszaak. De oud-premier is door zijn commissariaat bij uitzendbedrijf Content verzeild geraakt in wat hij zelf later in deze krant ,,een apocrief verhaal'' zal noemen.

Content is in maart van dat jaar overgenomen door het Belgische Creyf's. Vlak voor het overnamebod besluiten de commissarissen, onder wie Lubbers, om personeelsopties uit te geven. Ze zullen worden afgedekt door uitgifte van aandelen. Vlak na dat besluit komen de overnamegesprekken op gang. Die onttrekken zich aan Lubbers' zicht, hij introduceert later in dat verband zelfs een nieuw begrip: `commissaris op afstand'. De overname wordt afgehandeld door president-commissaris Arie Maas.

In de hectiek verloopt de termijn waarbinnen de opties mogen worden uitgegeven. Toch gebeurt dat alsnog. De twee directieleden krijgen bovendien extra opties. Daarnaast besluit de Content-top de opties te financieren door aandeleninkoop in plaats van de afgesproken aandelenuitgifte. Naar later blijkt een lucratieve actie. Door de overname stijgt de koers, worden de opties meer waard en blijken de aandelen goedkoop ingekocht.

Creyf's komt pas later achter de handelwijze en geeft de zaak bij justitie aan. Die schikt met de Belgen, maar vervolgt de directie en Maas wegens misbruik van voorwetenschap. Tijdens de rechtszaak, die nog steeds loopt, vertelde de directie dat alles na goedkeuring van Maas gebeurde, ook het idee van de extra opties. Maas zou vlak vóórdat de overname rondkwam nog snel even de optieaantallen hebben verhoogd.

Onzin, betoogde Maas' advocaat D. Doorenbos. Het tijdstip van het fiat voor de extra opties lag een week eerder, zelfs vóór de commissarissenvergadering waar het onderwerp `personeelsopties' op de agenda stond. Creyf's was toen nog niet eens aan de orde en dus was er ook geen sprake van voorkennis. Dat de directeuren de opties pas later accepteerden, op een moment dat zij inmiddels wèl op de hoogte waren van de aanstaande overname, is een ander verhaal. Maar Maas wist op het moment van toekenning nergens van, aldus Doorenbos.

Nu wordt de rol van Lubbers interessant. De huidige Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen heeft, naar nu pas blijkt, nà zijn getuigenverhoor, ook nog eens een brief geschreven. Het schrijven, van 17 december 1999, met bijgevoegd `memorandum', is gericht aan officier van justitie H. de Graaff.

De oud-premier beschrijft in zijn bekende proza wat er precies gebeurd is. Hij betoogt dat Creyf's de zaak ,,rauwelings en in onzorgvuldige en tendentieuze bewoordingen'' bij justitie neerlegde en waarschuwt De Graaff dat hij ,,ambtshalve in een doodlopende straat'' is getrokken.

Maar Lubbers blijkt in de brief óók een andere lezing te hebben van de chronologische loop der dingen dan Maas. Hij stelt dat er, na de commissarissenvergadering, geen overleg meer met Maas geweest is. Dat hij dit ,,normaal en juist'' acht. Dat de aantallen opties ,,aan specifieke directieleden en medewerkers'' niet ,,tot overleg met andere commissarissen noodzaakte''. En hij bevestigt dat het besluit voor de extra opties aan de directie ,,in de tweede helft van die week'' werd genomen, op een tijdstip dat de Content-top dus al tot over de oren in de voorkennis zat, omdat in het daaropvolgende weekend de overname door Creyf's rondkwam. Dat is dus een ander moment dan Doorenbos heeft geschetst.

Lubbers' brief is op verzoek van de verdediging van de directeuren aan het dossier toegevoegd en zal woensdag, als de rechtszaak verdergaat, een rol gaan spelen. Daarbij krijgt het schrijven een heel andere lading dan de oud-premier oorspronkelijk bedoeld heeft. Immers: Lubbers heeft zijn `memorandum' juist opgesteld om de gang van zaken bij Content te verdedigen. Veel juridische onderbouwing geeft de oud-premier daar overigens niet voor. De optie-uitgifte mocht alleen maar als dat gebeurde zoals alle andere jaren. Justitie stelt dat daar, zeker met betrekking tot de extra opties, geen sprake van is. Nog duidelijker ligt het volgens het OM bij de aandeleninkoop. Die was slechts toegestaan als de `noodzakelijkheid' aangetoond kan worden. Daarvan was bij Content geen sprake. Sterker: de commissarissen hadden juist tot aandelenuitgifte besloten. Op deze twee kernpunten gaat Lubbers nauwelijks in. Hij noemt de acties ,,logisch, voor de hand liggend en geboden''. Maar dat is wat anders dan wettelijk toegestaan. Het OM kan dat gedeelte van de brief dan ook bagatelliseren, maar zal Lubbers' chronologie wèl gebruiken om de voorkennisverdenkingen verder te onderstrepen. En Doorenbos? Die zal waarschijnlijk betogen dat Lubbers' visie prachtig is, maar vraagtekens zetten bij het chronologisch inzicht van de `commissaris op afstand'.