`Veel boeren radeloos als veestapel wegvalt'

Jan Laarman is GLTO-bestuurder, melkveehouder én vertrouwensman van veel collega-boeren die getroffen werden door de MKZ-crisis. ,,Aan de keukentafel zijn de emoties gigantisch opgelopen.''

Tientallen ruimingen maakte Jan Laarman de afgelopen maanden mee in het werkgebied van de Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie (GLTO). Bij de BSE-gevallen stond hij nog schouder aan schouder met de getroffen veehouder, maar bij de MKZ-crisis moest hij het doen met de telefoonlijn. De overeenkomst was dat hij zich vaak in de nacht na een ruiming terugvond in zijn eigen stal, tussen de koeien.

Rusteloos, de slaap niet kunnen vattend, probeerde hij zich voor te stellen hoe collega's zich zouden voelen, wier vee die dag geruimd was. Laarman: ,,Een ruiming grijpt zo enorm diep in. Een veestapel is een levenswerk. Als dat wegvalt, zijn veel veehouders radeloos.''

Het melkveebedrijf van Laarman (70 melkkoeien, 70 stuks jongvee) staat op tien kilometer van de boerderij in Olst waar woensdag 21 maart het eerste MKZ-geval werd vastgesteld. Vanaf dat moment liet Laarman (54), voorzitter van de vakgroep melkveehouderij van de GLTO, zijn boerderij achter in handen van een assistent. Hij was bijna dag en nacht te vinden in het hoofdkantoor van de GLTO in Deventer, waar een telefonische helpdesk werd ingericht. Op het hoogtepunt van de crisis belden dagelijks bijna 9.000 veehouders met vragen over financiële regelingen, vervoersverboden en het vaccinatiebeleid.

Nog altijd rinkelt de telefoon tientallen malen per dag, ook bij Laarman thuis. De telefoontjes van boeren die door de ruiming psychische problemen hebben, komen het hardst aan. Uit angst het virus verder te verspreiden waren veehouders maanden aan huis gekluisterd. Zonder vee, zonder toekomstperspectief. Laarman: ,,Aan de keukentafel zijn de emoties gigantisch opgelopen. Ik schat dat vijftig procent er echt doorheen zat.'' Schoorvoetend geeft hij een voorbeeld van een persoonlijk drama. Een broer van een getroffen veehouder maakte een einde aan zijn leven. ,,Die man leefde zo mee met de ruiming. Ongelooflijk.''

Alleen telefonische bijstand is te weinig, vindt Laarman achteraf. ,,Boeren hebben een praatpaal nodig.'' De GLTO denkt dat internet hierbij een grotere rol kan spelen. Veel boeren beschikken niet over internet en zijn aangewezen op `traditionele' communicatiemiddelen als post en telefoon. Veel boeren klaagden over de schriftelijke informatie die ze ontvingen van het ministerie van Landbouw en van de RVV (Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees). Door de gebrekkige informatievoorziening nam volgens Laarman de onvrede onder de boeren toe. Ongeloof over de besmetting in Kootwijkerbroek, onenigheid over het besluit niet te enten en onvrede over de massale ruiming van levende dieren, alle kritiek werd over de hoofden van de beleidsmakers uitgestort. Laarman was zelf mikpunt van kritiek tijdens een protest van woedende veehouders uit de driehoek Apeldoorn-Zwolle-Deventer. Met tractoren waren zij naar Deventer gereden om hun woede te uiten over het besluit de 54.000 runderen in de driehoek te doden.

Laarman verdedigt het beleid: ,,Ik schaam me voor de veehouders die met hard schreeuwen hun gelijk proberen te halen. Wij zijn geen vakbond maar een ondernemersorganisatie die niet overal nee tegen zegt.'' Het besluit van minister Brinkhorst en LTO om de geënte dieren te doden steunt hij nog steeds.

Wel plaatst hij vraagtekens bij de grootte van het gebied dat op slot werd gegooid, en bij de daaraan verbonden beperkende maatregelen. ,,Achteraf hadden we het tot een cirkel met een straal van twee kilometer rond elke besmetting kunnen beperken'', meent Laarman. Om het daarna weer voor de minister op te nemen. ,,Je moet het plaatsen in de tijd. We waren in paniek, elke dag kwam er een besmetting bij. We vreesden het einde van een hele bedrijfstak.'' En over Brinkhorst. ,,Je kunt zeggen wat je wil, maar hij is geen watje. Hij durft beslissingen te nemen.''