Sluiting dreigt voor mobiele tak van Philips

Op een bijeenkomst met analisten verdedigt Philips deze week opnieuw de productie van consumentenelektronica.

Het is de week van de waarheid voor Philips Consumer Communications (PCC). Als het elektronicaconcern zijn eigen deadline wil halen moet het deze week naar buiten komen met een oplossing voor zijn verliesgevende productiebedrijf van mobieltjes.

Misschien is het woensdag aanstaande al zover. Op die dag heeft Philips een zogeheten analistendag georganiseerd waarop het een uitgebreide toelichting zal geven op de stand van zaken bij zijn grootste divisie: consumentenelektronica, goed voor circa veertig procent van de totale omzet.

Afgezien van de verkoop van licenties zijn alle activiteiten die zijn ondergebracht in `Philips Consumer Electronics' verliesgevend. De productie van televisies, (digitale) videorecorders en andere conventionele apparatuur heeft te lijden onder de stagnatie van de economische groei. Het is duidelijk dat Consumentenelektronica een belangrijk deel zal moeten dragen van een dit voorjaar aangekondigde reorganisatie die zes- tot zevenduizend banen zal kosten.

In het bedrijfsonderdeel Consumentenelektronica zijn ook de zogeheten settop boxen, ondergebracht, kastjes die internet en interactieve diensten op de televisie moeten brengen. Ook dit bedrijf kost Philips veel geld, met name in de Verenigde Staten. Een harde sanering is voor de nieuw aangetreden topman Gerard Kleisterlee de makkelijkste oplossing. Toch heeft financieel bestuurslid Jan Hommen nog onlangs gezegd dat de settop boxen een marktsegment vormt waarbij ,,een bedrijf in de toekomst betrokken wil zijn''.

Als Philips er deze week toch nog in slaagt een passende partner of koper voor Philips Consumer Communications uit de hoge hoed te toveren, dan zou dat een grote verrassing zijn. Philips is al op zoek naar een nieuwe alliantie op het gebied van mobiele telefonie sinds drie jaar geleden de samenwerking met het Amerikaanse Lucent werd afgebroken. Als Philips PCC helemaal sluit kost dat wereldwijd zesduizend arbeidsplaatsen.