Peter R. de Vries' suggestieve paardenmiddelen

Peter R. de Vries verwerpt de bewering van het OM in Leeuwarden dat hij een leidende rol heeft gespeeld bij de jacht op de Irakese verdachte van de moord op Marianne Vaatstra. Ten onrechte, zo toont Frits Abrahams aan.

Als het om zijn rol in de zaak-Marianne Vaatstra gaat, wordt de misdaadverslaggever Peter R. de Vries plotseling bevangen door een voor zijn doen opvallende bescheidenheid. Hij maakt zich dan zo klein mogelijk, vooral als hem verweten wordt zoals dezer dagen weer dat hij via zijn tv-programma juist grote druk op de publieke opinie en daarmee de opsporingsinstanties heeft uitgeoefend. ,,De feiten zijn anders'', beet De Vries afgelopen vrijdag in NRC Handelsblad van zich af.

Maar de feiten zijn helemaal niet anders. De Vries heeft wel degelijk een leidende rol gespeeld in de jacht op de Irakese verdachte van de moord op Marianne Vaatstra. Ik heb dat eerder gezegd en ik mag dat hier herhalen, omdat de vice-president van de Amsterdamse rechtbank, mr R. Orobio de Castro, het volledig met mij eens was.

Die rechter deed vorig jaar december uitspraak in een kort geding dat De Vries zélf tegen mij had aangespannen. Als De Vries dat kort geding had gewonnen, zou hij nu van de daken schreeuwen dat de rechter hem was bijgevallen. Nu het tegendeel het geval is, negeert De Vries de uitslag van dat kort geding alsof er niets gebeurd is. Ook op zijn zéér uitgebreide website verzwijgt De Vries het vonnis van de rechter.

Een journalist moet zelfs de schijn van triomfalisme vermijden. Daarom ben ik niet eerder teruggekomen op het bewuste kort geding. Maar nu De Vries doorgaat met het verdraaien van de feiten, is het nuttig om die feiten helder op een rij te zetten.

In Vrij Nederland van 18 november 2000 zei ik in een interview over het aandeel van De Vries in de zaak-Vaatstra: ,,Bij de jacht op de dader ontstond een lynchneiging. Het zou om een asielzoeker gaan, dús moest er zo iemand opgepakt worden. Daar heeft De Vries toen een leidende rol in gespeeld.'' En ik vervolgde: ,,Ik begrijp niet waarom hij zo kwaad wordt als ik dan zeg: kijk eerst in de omgeving van het slachtoffer. Waarom moet het per se een buitenlander zijn? (...) Goddank bleek die asielzoeker onschuldig te zijn, anders hadden de Peter R. de Vriessen voorop gelopen in een hetze tegen asielzoekers: mensen die aan ónze kinderen zitten.''

De Vries reageerde furieus. Hij dreigde met een kort geding als ik niet rectificeerde. Toen ik dat weigerde, voerde hij zijn dreigement uit.

Waarom hield ik voet bij stuk? Ik had de uitzendingen van De Vries destijds goed gevolgd en ik merkte bovendien al snel dat hij achteraf sjoemelde met de uitzenddata. Hij probeerde zijn rol zoveel mogelijk te bagatelliseren. Zo liet hij zijn advocaat in diens eerste brief aan mij schrijven: ,,De heer De Vries heeft niet voorop gelopen in de jacht naar een asielzoeker als dader. Cliënt stond daar volledig buiten en had in die periode zelfs geen uitzendingen (mei-oktober).''

Dat laatste is een bewering die De Vries in allerlei variaties tot op de dag van vandaag blijft herhalen. Maar De Vries had in de periode van de opsporing van de Irakese verdachte wel degelijk uitzendingen. Twee ingelaste uitzendingen zelfs: op 30 augustus en 1 september 1999. Op 30 augustus toonde hij triomfantelijk als eerste in het openbaar de foto van de gezochte Irakees met de volledige vermelding van diens identiteit.

Ten onrechte beweerde De Vries zaterdag in een ingezonden brief in deze krant dat het openbaar ministerie deze foto al eerder had gepubliceerd. ,,De zaak leent zich daar niet voor, de foto is niet bijster duidelijk en de kans op persoonsverwisseling is te groot'', zei destijds de hoofdofficier van justitie in Leeuwarden. Alleen de politie had de foto in een vertrouwelijk, intern opsporingsblad getoond. Het is nota bene De Vries zélf die in zijn uitzending van 3 oktober 1999 zegt ,,dat wij besloten de foto's die alleen nog onder politiebeambten waren verspreid, wel op de televisie te tonen''.

Op 3 oktober 1999 kwam De Vries met een uitgebreide, zeer suggestieve uitzending over de zaak-Vaatstra. Vier dagen later braken er onlusten uit in Kollum waarbij de burgemeester met eieren werd bekogeld. Op 10 oktober werd de verdachte Irakees in Istanbul aangehouden. Enkele dagen later moest worden vastgesteld dat hij onschuldig was.

De inhoud van zijn uitzendingen en de chronologie van de gebeurtenissen waren voor mij voldoende reden om de rol van De Vries als `leidend' te bestempelen. De rechter kwam in scherpe bewoordingen tot dezelfde conclusie. Hij schreef in zijn vonnis: ,,Niet kan worden gezegd dat Abrahams die conclusie niet had mogen trekken. De Vries heeft immers als eerste foto's van de beide asielzoekers getoond en vestigde op deze primeur ook de aandacht. Bovendien bevatte dit programma (van 3 oktober 1999 – FA) de regelmatig herhaalde suggestie dat de asielzoekers in het nabij gelegen asielzoekerscentrum in het bijzonder van de kant van de overheid uit politiek opportunisme worden beschermd. Dit standpunt wordt door De Vries op de door hem gehanteerde manier van suggestief vragen en quasi realistische reconstructies met suggestieve paardenmiddelen beklemtoond. Dit brengt met zich mee dat kan worden gezegd dat De Vries hoewel hij niet als eerste met dit bericht kwam door de zeer nadrukkelijke wijze van poneren wel degelijk een voortrekkersrol op dit punt vervulde.''

Daarmee kon De Vries het doen. De rechter had hem op alle onderdelen ongelijk gegeven. Zijn vordering werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de kosten van het geding. Hij kreeg veertien dagen om in beroep te gaan, maar hij zag er wijselijk vanaf. Hij mikte liever op het feilbare geheugen van de mediaconsument.

Frits Abrahams is redacteur van NRC Handelsblad