Lange wachten is even voorbij in de Gazastrook

De restricties die Israël aan de verplaatsingen van Palestijnen had verbonden zijn althans ten dele opgeheven. Zo lang het duurt; algemeen wordt het huidige bestand geen lang leven toegedacht.

,,Eindelijk'', zucht Abdel Khaliq als de zwaar beladen zesdeurstaxi waar hij met zeven anderen in is gepropt, weer een autolengte opschuift en stil houdt bij de Palestijnse douanebeambte. De zon brandt ongenadig, slechts een zwak zeebriesje doet in de verte af en toe de brandschone Israëlische vlag en de aanmerkelijk minder goed verzorgde Egyptische driekleur wapperen. Dit is de grensovergang Rafah tussen Gaza en Egypte; een slecht onderhouden weg met aan weerzijden cafetaria's en vervallen huisjes. Een luide stereo draait steeds dezelfde Egyptische meezinghit, hier en daar bedelt een jochie om shekels en boven een bord `military intellegence' drinken drie gewapende Palestijnen in legeruniform een kopje thee.

Abdel Khaliq is zakenman. Eigenlijk had hij voor werk al een week geleden in Dubai moeten zijn, vertelt hij, maar dat zat er ondanks het staakt-het-vuren tussen Israël en de Palestijnen tot nu toe niet in. Israël houdt nog altijd het vliegveld van Gaza dicht, terwijl aan de bouw van een haven door Israëlische tegenwerking nog niet eens is begonnen. Vliegen via Ben Gurion kan ook niet want om dat vliegveld nabij Tel Aviv te bereiken zou Abdel Khaliq door Israël moeten reizen, en dat mogen Palestijnen uit Gaza niet. Net zoals de andere 1,2 miljoen inwoners van Gaza mag Abdel Khaliq van Israël zelfs niet naar de Westelijke Jordaanoever om vandaaruit naar Jordanië te reizen en daar op het vliegtuig te stappen.

De enige optie was om de grens met Egypte over te gaan, vandaaruit een taxi te nemen naar Kairo en daar op het vliegveld te stappen. In het kader van het staakt-het-vuren had Israël deze blokkade officieel al een week geleden opgeheven, maar de praktijk was anders. De eerste dagen na de openstelling liet Israël Palestijnen slechts druppelsgewijs passeren, met als gevolg duizenden gestrande reizigers. ,,Het was diepe ellende voor hen'', vertelt een inwoner van Rafah. ,,Overdag werden ze weggebrand door de zon, 's nachts lagen ze rillend van de kou en bevend van de angst te luisteren naar de vuurgevechten.'' Nu nog steeds staat er een honderden meters lange oranje slang van taxi's bij Rafah, maar niemand hoeft meer te overnachten; binnen een etmaal kunnen Palestijnen nu de Gazastrook, bijgenaamd `de ommuurde zandbak', verlaten.

De Palestijnse douanebeambte heeft alle papieren goedgekeurd en de keurig in het pak gestoken Abdel Khaliq, mobieltje aan de broek, zwaait ten afscheid. Zo dadelijk zal hij nog uitgebreid worden ondervraagd door de Israëlische veiligheidsdiensten en dan nog zeker een uur of vier door de Egyptische autoriteiten, die doodsbang zijn dat Palestijnse moslim-extremisten massaal zullen uitwijken naar Egypte. Vervolgens nog acht uur in de auto naar het vliegveld van Kairo, en dan kan hij eindelijk naar zijn zakenbespreking in Dubai – als zijn moeizaam gereserveerde ticket er tenminste echt ligt. Hoeveel schade hij lijdt door dit soort reisbeperkingen? Abdel Khaliq haalt z'n wenkbrauwen op: ,,Daar denk ik maar niet meer over na. Het ergste zijn niet de beperkingen zelf, maar de onvoorspelbaarheid ervan. Je kunt niets plannen en dat is funest voor zakendoen.''

Ruim drie weken duurt nu het wankele staakt-het-vuren dat Israël en Arafat overeenkwamen na de bloedige bomaanslag in Tel Aviv op jeugdige discogangers; twaalf dagen het formelere, door Amerikaanse bemiddeling geregelde bestand. Het aantal schietincidenten is inderdaad aanmerkelijk verminderd, net als de blokkades waarmee Israël de afgelopen negen maanden het leven van de Palestijnen diepgaand heeft ontwricht. Tot vorige week had Israël de Gazastrook in twee delen geknipt en mochten alleen taxi's heen en weer tijden tussen Gaza-stad in het noorden, en Khan Yunis en Rafah in het zuiden. Een ritje heen en weer duurde gemiddeld vijf uur, terwijl iedere taxi ten minste twee passagiers moest hebben. Als iemand probeerde de blokkade te voet of anderszins te passeren, of als iemand tijdens het wachten de deur van de taxi opendeed, openden de Israëliërs het vuur. ,,Het werd een hele subcultuur in die taxi's'', vertelt een Westerse ontwikkelingswerker die de tocht wel eens moet maken. ,,Mensen namen boeken mee, vertelden elkaar verhalen of studeerden. Het was een erezaak om iets om handen te hebben, niet in ledigheid te vervallen.''

Dat lange wachten is nu, althans voorlopig, voorbij en ook elders in Gaza herneemt het leven weer enigszins zijn oude ritme. In Gaza is weer kookgas en benzine te krijgen en als de ergste hitte midden op de dag is gezakt zijn de straten weer vol leven. Wel posten politiemannen en veiligheidsfunctionarissen nog steeds buiten hun kantoren, bang als ze zijn voor een nieuwe pijlsnelle Israëlische aanval met F-16 gevechtsvliegtuigen. De straten hangen vol met posters van `martelaren' en de eerder gebombardeerde gebouwen gapen de voorbijganger aan.

Vrijwel iedereen verwacht echter dat op de huidige stilte spoedig een nieuwe storm zal volgen. Uit een recente opiniepeiling blijkt driekwart van de Palestijnen voorstander van zelfmoordaanslagen binnen Israël, en in Khan Yunis hangen de muren vol met gloednieuwe affiches van de terreurbeweging Islamitische Jihad: ,,Het zogenaamde staakt-het-vuren is een list van de ketterse Westerse landen. De heilige oorlog gaat voort.''