Knisperend vitale soli

Ook afgezien van de vertrouwde reprises van Youssou N'Dour, Cristina Branco en de aalgladde disco-act Kassav, boden de slotdagen van Amsterdam Roots genoeg vertier. De Braziliaanse band Naço Zumbia teisterde genadeloos de trommelvliezen, de Malinese zangeres Rokia stal veler harten, de Nigeriaan Lagbaja speelde de gezichtsloze Afrikaan en het Guinese Ba Cissoko liet elektrische kora's swingen.

Dit laatste trio, met een basgitaar ter vervanging van de derde kora, slaagde er van alle groepen het beste in traditie en vernieuwing te combineren. De kora's zijn voorzien van stalen snaren en aangesloten op een stekkerdoos. Een paar sampletjes is ingeblikt, maar de kern van de muziek klinkt ouderwets goed.

De melodieën zijn sterk en pakkend, de leadzanger heeft een gruizig en bluesy geluid en de beheersing van de kora's is verbazingwekkend. Het samenspel is helder en hecht en de solo's knisperen van vitaliteit. Dat de muziek van dit zo te zien zeer jeugdige trio nog niet op cd is gezet, is verbazend en jammer. Morgen hebben ze genoeg geld voor een enorme beat-box en dan is de lol er misschien wel af.

Dat dat laatste geen doemdenken is, bleek bij de eveneens met twee kora's gezegende band van de Malinees 'Techno Issa' Bagayogo. De kora's en de gitaren doen niet veel meer dan het eindeloos herhalen van riedeltjes, en de toegevoegde beatbox-bediende kiest uitsluitend tussen boem en boemboem. Heel modern, maar wel erg saai.

De band van zangeres Rokia Traoré, eveneens uit Mali, doet het zonder ritme-box en zelfs zonder drummer. Ondersteund door snaren en balafon kreeg Traoré daardoor alle kans zich te revancheren voor haar optreden op het Rotterdams Dunya Festival 2000, dat al na twintig minuten werd afgekapt. De broodmagere zangeres doet het goed in een paar mooie chansons, maar is nog lang geen Oumou Sangaré, om maar een landgenote te noemen. Ook op grond van haar intonatie vragen sommige 'zeikerds' zich af of ze niet wat te vroeg op het paard is gezet.

Loeiharde muziek was er ook in de soms overvolle Melkweg-zalen. Het Afrikaans-Amerikaanse orkest Africando speelde degelijke maar nogal verplichte salsa, de Cubaanse hip-hop groep Orishas rapte vergeefs en het Braziliaanse octet Naço Zumbi joeg velen de zaal uit met een oorverdovend mengsel van rap, heavy-metal gitaren en tromgedonder. Wie zijn bassdrums uitrust met contactmicrofoons lijkt meer op zijn plaats in het open veld, bijvoorbeeld van een megavoetbalclub.

Flink luid maar niet overdreven speelde vrijdag de uit Nigeria afkomstige band van Lagbaja. Het gezicht van deze boomlange zanger/saxofonist kreeg niemand te zien, want onder zijn na twee stukken afgelegde masker school een al even fraai ander ontwerp.

Maar zijn muziek was duidelijk genoeg. Verlevendigd met stukjes kleurig theater waar het podium eigenlijk te klein voor was, swingde Lagbaja stevig door in een stijl die bijna net zo meeslepend was als die van Fela Kuti destijds.

Afro-beat, rhythm&blues, geef het maar een naam. Met als hoogtepunt het goed gearrangeerde Africalypso dat niet minder dan een half uur duurde. Dat Lagbaja tussen de bedrijven door verhaalde van Afrika, imperialisme en nog zo wat, namen de bezoekers geduldig voor lief. Een 'preacher' moet je uit laten praten.

Concert: Slotdagen van het Amsterdam Roots Festival met o.a Kassav, Lagbaja, Rokia Traoré en het trio Ba Cissoko Gehoord: 22 en 23/6 Melkweg, Amsterdam.