Duits pact arme en rijke deelstaten

De Duitse deelstaten zijn het dit weekeinde eens geworden over een nieuw solidariteitspact, bedoeld om in het oosten een levensstandaard te brengen die gelijk is aan die in het westen.

Volgens bondskanselier Gerhard Schröder was het ,,een grote dag voor het Duitse federalisme en een belangrijke dag voor de nieuwe deelstaten''. Door het akkoord gaat in de periode tussen 2005 tot 2019 een bedrag van 306 miljard mark naar wat nog steeds ,,de nieuwe deelstaten'' heten. Rijke deelstaten, zoals Baden-Württemberg, Noordrijn-Westfalen en Beieren, wilden van het bestaande solidariteitspact af. Ze zijn uiteindelijk pas akkoord gegaan met het nieuwe pact na een toezegging van de bondsregering om financieel bij te springen. Minister van Financiën Hans Eichel zegde een bedrag van zo'n 2,5 miljard per jaar toe.

Dat betekent dat de solidariteitsheffing, de extra inkomstenbelasting van 5,5 procent die (alle) Duitsers sinds de eenwording betalen, voorlopig niet zal worden afgeschaft. De regering had eigenlijk de extra belasting geleidelijk willen afbouwen, maar ziet daar nu van af. ,,We hebben de solidariteitsheffing nodig zolang de bondsregering onevenredig sterk bij de opbouw van het oosten betrokken is. En dat zal nog jaren zo zijn'', aldus Eichel.

In 1999 stapten drie door de christen-democratische oppositie geregeerde deelstaten naar het Constitutionele Hof in Karlsruhe, het hoogste Duitse rechtscollege, om een oordeel over het pact te vragen. Het Hof gaf de deelstaten gelijk en eiste voor 2002 een nieuw akkoord.

De regering moest schipperen tussen de grondwettelijke opdracht om in heel Duitsland vergelijkbare levensomstandigheden te creëren en de kosten van die opdracht sinds de eenwording. Volgens Heide Simonis (SPD), minister-president van Schleswig-Holstein, is de bondsregering daarin geslaagd.

De deelstaten zijn tevreden. Het principe van de onderlinge solidariteit is overeind gebleven, aldus de meeste commentaren, maar het kost minder geld. De Beierse minister-president Edmund Stoiber, die had gedreigd opnieuw naar het Hof in Karlsruhe te stappen als het akkoord hem niet aanstond, noemde het pact ,,een overwinning van het federalisme''. Ook zijn collega's lieten zich zeer positief uit. Ze spraken van ,,een historische ommekeer'' en ,,een reuzensprong voor het voltooien van de economische en sociale eenheid''. Wel lieten velen erop volgen dat het in 2020 ook echt afgelopen moet zijn met het solidareitspact. Een derde versie zal er zeker niet komen.