Digitaal samen delen

Een nieuwe pc gekocht. Wat te doen met de oude? Of: er verschijnt een schootcomputer in huis terwijl er al een bureau-pc staat. Het wordt tijd voor een netwerk.

In een netwerk kunnen twee of meer pc's elkaars `bronnen' gebruiken. In de praktijk zal dat neerkomen op: harde schijven, printer en modem. Daarmee kan de apparatuur in huis in principe efficiënter worden gebruikt. Er komen ook nieuwe mogelijkheden binnen bereik, zoals berichten sturen van de ene computer naar de andere, en spelletjes spelen via het netwerk. Het is een flinke installatieklus, dus de aspirant-systeembeheerder moet wel gemotiveerd zijn.

Het is het eenvoudigste wanneer beide pc's beschikken over ten minste Windows 95. Verder hebben beide computers een netwerkkaart nodig, die in de systeemkast moet worden ingebouwd. Een dergelijk kaart kost een paar tientjes voor een bureau-pc, en ruim 100 gulden voor een schootcomputer. Ten slotte moeten er kabels zijn om de verbinding te leggen. Er zijn twee mogelijkheden. Coaxkabel, dat lijkt op tv-kabel, verbindt computers via een rechte lijn: een lineair netwerk. De kabel is als het ware een straat waar elke pc door middel van een tuinpaadje mee is verbonden. Technisch gebeurt dit met behulp van een T-stuk in de coaxkabel. Dit type netwerk is makkelijk uit te breiden door middel van een extra stuk kabel en een extra T-stuk, en heeft een maximale doorvoersnelheid van 10 Mbit per seconde (=125 kbyte per seconde). De andere kabelsoort is UTP (Unshielded Twisted Pair). In principe moeten hier alle computers worden verbonden met een hub, een centraal apparaatje. Het netwerk heeft dus een stervorm. De hub maakt het netwerk wat duurder en lastiger uit te breiden – elke nieuwe pc in het netwerk heeft een eigen draad naar de hub nodig – maar het is wel tien keer zo snel. Alleen in het geval van precies twee pc's kan de hub achterwege worden gelaten. Dan is een speciale cross-kabel nodig, en uitbreiden wordt dan uiteraard nog moeilijker.

In plaats van een netwerkkaart kan de USB-poort voor de netwerkcommunicatie worden gebruikt. Deze poort is een aansluitpunt dat voor allerlei randapparatuur geschikt is. De computer hoeft dan niet open. Nadeel is dat de maximale snelheid van 10 Mbit/s van de USB-bus gedeeld moet worden met eventuele andere USB-apparaten. Deze methode is behalve makkelijker en trager ook duurder.

Een lastig klusje is het aanleggen van de bedrading. Als de draden door een of meer muren heen moeten, staat de hobbyist voor de keus kant-en-klare kabels te kopen en gaten van ongeveer een cm te boren waar ook de pluggen doorheen passen, of te leren coax-, UTP- of USB-connectoren aan de betreffende draden te smeden.

Wanneer alle hardware is aangebracht, moet de nodige software worden geïnstalleerd. Elke pc op het netwerk moet zijn netwerkkaart (of USB-netwerkapparaat) leren kennen. Dat gaat via het Windows-onderdeel Nieuwe hardware (in het Configuratiescherm) of rechtstreeks met de installatieschijf van de fabrikant van de netwerkkaart.

Vervolgens moet op elke pc worden geregeld welke printer(s), schijven, mappen of bestanden worden `gedeeld', dat wil zeggen zichtbaar mogen zijn voor andere computers op het netwerk. Dit gaat met een klik met de rechtermuisknop op het betreffende onderdeel, bijvoorbeeld in het programma Verkenner, gevolgd door een klik op Delen. Uit oogpunt van veiligheid is het verstandig één of slechts enkele mappen te `delen' voor schrijfacties. Op computers die toegang willen tot de printer van een andere machine, zal deze printer als nieuwe `netwerkprinter' moeten worden geïnstalleerd, via Printers in het Configuratiescherm. Eventuele technische problemen tijdens de installatie leiden tot eindeloos heen en weer geloop van het ene apparaat naar het andere. Het is daarom aan te raden al dit installatiewerk te doen met alle betrokken pc's vlak bij elkaar.

Hierna zal de icoon Netwerkomgeving op elke pc toegang geven tot de andere pc's op het netwerk. Bij het opslaan van bijvoorbeeld een tekst is het mogelijk via Netwerkomgeving schijfruimte elders op het netwerk aan te spreken. Dat is ideaal voor een pc met een kleine harde schijf. Bij de opdracht Afdrukken zal een geïnstalleerde netwerkprinter met één klik gekozen kunnen worden, als hij al niet als standaardprinter is geselecteerd.

Een staalkaart van de verdere mogelijkheden van een thuisnetwerkje:

Berichten aan elkaar sturen. Het programmaatje Winpopup, een standaardonderdeel van Windows, maakt het mogelijk korte tekstberichten te sturen aan een andere pc of aan alle pc's tegelijkertijd.

Netwerkspellen spelen. Bijna ieder computerspel kan tegenwoordig via een netwerk worden gespeeld. De verschillende spelers bemannen dan ieder een eigen computer en spelen veelal tegen elkaar. Een chatvenster is bij veel van deze spellen ingebouwd, zodat hatelijkheden kunnen worden uitgewisseld.

Reservekopieën maken. Als bestanden worden gedupliceerd op een andere pc in een andere ruimte, is de kans op verlies van gegevens minder groot.

Een cd-romspeler delen. Een oude pc zonder cd-romspeler kan gebruikmaken van de cd-romspeler van een modernere computer op het netwerk. Zo kan toch bijvoorbeeld een encyclopedie of een telefoongids worden gebruikt.

Delen van de internetverbinding. Dit lukt alleen met ten minste Windows 98 SE (Second Edition). Hiervoor moet het onderdeel Internetverbinding delen worden geïnstalleerd, via Configuratiescherm > Software > Windows setup > Internet-werkset (in Windows Me: Communicatie).