Decreet tribunaal leidt tot crisis

Het Joegoslavische `uitleveringsdecreet' verdient geen schoonheidsprijs. Het heeft bovendien voor een diepe crisis in de regering gezorgd.

Slobodan Miloševic regeerde aldus: hij zette het parlement naar zijn hand of hij regeerde buiten het parlement om. Het leverde hem veel kritiek en bijnamen op; dictator was nog een van de aardigste. Zijn opvolger als president van Joegoslavië, Vojislav Koštunica, beloofde bij zijn aantreden alles anders te doen. Maar ook hij zette zaterdag het parlement buitenspel. Alleen bleef de kritiek uit.

Het decreet dat de weg vrijmaakt voor de uitlevering van Miloševic en andere van oorlogsmisdadigers verdachte Joegoslavische staatsburgers aan het VN-tribunaal is een wanhoopsdaad om in aanmerking te komen voor miljarden guldens aan hulp. Eind deze week kan Joegoslavië op een donorconferentie in Brussel ruim een miljard dollar incasseren. Maar willen de Joegoslaven op de aanwezigheid en het geld van de Amerikanen rekenen, dan moet de samenwerking met het tribunaal verbeteren, stelden de VS op voorhand.

Koštunica heeft zijn afkeer van de wuivende portemonnees van het Westen nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij zou zijn principes niet verloochenen voor een handvol dollars, zei de president enkele maanden geleden. Maar uiteindelijk nam de jurist die alles volgens de regels wil doen zijn toevlucht tot het paardenmiddel van een decreet.

Donderdag trok de Joegoslavische regering een uitleveringswet voortijdig uit het parlement terug. Het risico was te groot. In het Joegoslavische parlement hebben pro-Miloševic-partijen de meerderheid. Tot die partijen behoort ook de Montenegrijnse Socialistische Volkspartij (SNP), al maakt die deel uit van de Joegoslavische regering. Even speelden Koštunica en de zijnen met de gedachte om de wet door het Servische parlement te loodsen. Daar hebben de anti-Miloševic-partijen immers de overhand. Winkelen in een parlement naar keuze.

De Serviërs beseften dat dit ver ging en namen hun toevlucht tot een decreet. Zo zetten ze het parlement buiten spel. Het was koren op de molen van de advocaten van Miloševic. Die kondigden gisteren aan in beroep te gaan tegen het decreet bij het Federale Constitutionele Hof.

De politici in Belgrado wijzen met een beschuldigende vinger naar de SNP. De Montenegrijnse ministers in het Joegoslavische kabinet stemden tegen de uitleveringswet en blokkeerden vervolgens de doorgang van de wet in het parlement.

Montenegro is ruwweg verdeeld in twee kampen. Het ene blok, onder aanvoering van de SNP, wil binnen Joegoslavië blijven. Het andere blok, onder leiding van de Montenegrijnse president Milo Djukanovic, wil Joegoslavië verlaten en Montenegro onafhankelijk maken, via een referendum. Wordt Montenegro onafhankelijk, dan blijft Servië als enige deelrepubliek over en houdt Joegoslavië op te bestaan. Maar bij de Montenegrijnse parlementsverkiezingen, twee maanden geleden, was Djukanovic' overwinning kleiner dan verwacht. Het referendum werd daarom uitgesteld.

Djukanovic is geen vriend van de gevangen oud-president. Hij boycotte de laatste verkiezingen voor het Joegoslavische parlement, nog onder het bewind van Miloševic. De SNP deed wel mee en belandde zo in het parlement en de regering. Na de val van Miloševic, op 5 oktober vorig jaar, schoven de Montenegrijnse vrienden van Miloševic soepel aan bij de nieuwe leiders van Joegoslavië, Koštunica c.s.

Niettemin: donderdag stemden ze tegen de uitleveringswet, grotendeels uit zelfbehoud. Ze hebben immers jarenlang met Miloševic samengewerkt. Zij konden wel eens op de volgende vlucht naar de gevangenis in Scheveningen zitten. Ze dienden nog een amendement in, waarin stond dat de uitvoering van de uitleveringswet zou worden overgelaten aan de deelrepublieken. Met andere woorden: Montenegro zou beslissen over de uitlevering van Montenegrijnse onderdanen, Servië over die van Servische burgers. Zo zou de hete aardappel doorgeschoven naar de borden van de Montenegrijnse president Milo Djukanovic en de Servische premier Zoran Djindjic.

De Serviërs wezen het amendement echter van de hand, waarop de Montenegrijnen weigerden met de wet in te stemmen. Zaterdag bespraken de federale ministers een decreet, dat de wet moest vervangen. De Montenegrijnen kwamen niet eens opdagen, op één na, die werd afgevaardigd om de Montenegrijnse bezwaren nog eens toe te lichten. Het decreet kwam er toch, waarna de Montenegrijnse ministers hun functie ter beschikking stelden aan hun partij, die daar later deze week over beslist.

Als de SNP haar ministers terugtrekt, heeft Joegoslavië een minderheidsregering van de DOS van Djindjic. Het parlement zal haar waarschijnlijk spoedig naar huis sturen. Dan volgt een periode vol politieke onrust. En daarna nieuwe verkiezingen, die weer geboycot zullen worden door de Montenegrijnen die onafhankelijkheid willen en die dus in Montenegro gewonnen zullen worden door de SNP. Met wie DOS de Joegoslavische federatie daarna moet regeren, is vooralsnog onduidelijk.