De Volksdope (2)

Het meest gehoorde argument van de pleitbezorgers voor liberalisering dan wel legalisering van doping is dat topsport entertainment is. Het doet er in feite niet toe hoe de topprestatie tot stand komt want de topprestatie is een consumeerbaar product dat de afnemer ervan allereerst moet vermaken. Als de consument maar tevreden wordt gesteld. Het is een cynische en wereldvreemde gedachte die sport van hoog niveau als een autonoom verschijnsel neerzet, een autarkisch universum buiten ons geschapen en zonder binding met de maatschappelijke context.

Topsport heeft als finaliteit de televisie, lees de vermaakindustrie, en daar omheen heerst het vacuüm van het grote niets. Voor de pleitbezorgers van doping zijn de voordelen van deze benadering evident. Op de ver gelegen topsportplaneet heersen andere normen, waarden en coderingen die ons niet aangaan en ons niet kunnen raken. Omdat er toch geen interactie tussen onze wereld en deze planeet van vermaak bestaat, kunnen we rustig al zijn uitspattingen gedogen zonder zelf geen ander risico te lopen dan geamuseerd te worden. Van tv kijken krijg je vanzelfsprekend geen dik bloed of besmettelijke kwalen.

Maar zoals de naam aangeeft is sport van hoog niveau de top van een breed en consistent maatschappelijk geheel. Te vergelijken met het zichtbare deel van een ijsberg. Daaronder ligt een enorme massa, de basis zonder welke de top niet kan bestaan. Het wordt gevormd door miljoenen sportverenigingen waar ook onze kinderen lid van zijn. Pernicieus en kortzichtig is dus de benadering van de pleitbezorgers van eerlijke en vrije doping die ons willen doen geloven dat de top los staat van de basis. In hun overweldigende meerderheid zijn toppers eerst pupillen, junioren en subtoppers geweest. Het is verderfelijk en kortzichtig te denken dat vrije en legale doping aan de smalle top geen weerslag kan hebben op de brede basis. Allereerst door de aantrekkingskracht die de topsporter op junioren en amateurs uitoefent. Met het vrijgeven van doping aan de top wordt een signaal naar de basis gezonden, naar onze kinderen: spectaculaire verrichtingen, roem en geld dankzij de sport zijn onlosmakelijk verbonden met farmaceutische producten. Wil je de top bereiken, dan moet je ook die weg bewandelen. Het schrikbeeld van een gedrogeerde sportende jeugd, al dan niet op legale manier, is dan meer dan reëel, want je kunt niet vroeg genoeg beginnen met het verwezenlijken van je ambities.

Moet ik soms mijn sportende dochtertje nu al inpeperen dat zij het concept van `eerlijke doping' vroeg of laat moet onderschrijven mocht zij de ambities hebben de top te willen bereiken? Moet ik haar al ontvankelijk maken voor de gedachte dat ook zij medicijnen moet innemen die oorspronkelijke voor doodzieken bestemd waren? Dat zij zal moeten accepteren dat bij hormoonpreparaten ook een epileerpincetje moet worden aangeschaft?

Ik weiger de pleitbezorgers van eerlijke en vrije doping die de sportredactie van de Volkskrant bevolken te volgen in hun delirium van zwakbegaafden. De `sociaal-democratische' vervuilers van de ethiek zijn in feite niet meer dan de lakeien van de commercie en de vermaakindustrie. Want reken maar dat doping en wilde commercie door een stevige navelstreng onderling zijn gelieerd. Hoe groter de belangen, de uitzendrechten, de premies en de sponsorcontracten, hoe groter de drang om steeds meer en steeds sterkere dopingpreparaten te gebruiken. De sportjournalisten van de Volkskrant – de Wagendorpjes en de Jungmannetjes – willen vooral vertier, dope en spelen. Hun gedogende kijk op geperverteerde sport laat zich vertalen in een woeste hang naar een wereld van laissez-faire waarin alleen het domme amusement nog maakbaar is. `Kan het mij schelen dat de rot in je bot zit als ik maar voor mijn kastje kan ploffen.' En dan maar janken omdat ze in de NRC voor zwakbegaafd worden uitgemaakt en op tv beschuldigd van het houden van een pleidooi voor doping.