DE VEER VAN FRANKIE IS GEBROKEN

Frank Vandenbroucke (26) is niet langer de beoogde opvolger van Eddy Merckx. Hij verspilde zijn wielertalent aan kwakzalvers en familievetes. Hij vertrouwde zijn lichaam toe aan een Franse paardenfokker. Hij maakte ruzie met zijn sponsors. Momenteel is hij zoek.

Een wielrenner met het hart op de tong en de elastieke benen van een balletdanser. Een afstandelijke persoonlijkheid die met een mysterieuze glimlach zijn omstanders in verlegenheid bracht. Een winnaarstype dat op bestelling kon demarreren en de vreugdetranen voor thuis bewaarde. ,,Als hij geen tweede Eddy Merckx wordt, krijgen we er nooit één'', voorspelde oud-kampioen Roger de Vlaeminck in 1995.

De jonge renner uit Moeskroen heeft de belofte niet kunnen waarmaken. Hij had verkeerde vrienden en te weinig doorzettingsvermogen. Hij leidde het leven van een popster, met zijn geblondeerde haren en zijn parmantige sikje. In navolging van Elvis werd hij een karikatuur van zichzelf. Voorbijgereden door waterdragers die voorheen nog niet eens in zijn schaduw konden fietsen. De bezemwagen als toevluchtsoord.

Vorige week kreeg de veelbelovende, onnavolgbare wielerloopbaan van VDB een nieuwe wending. Hij werd in Milaan op het matje geroepen door de grote baas van zijn sponsor Lampre. Hij simuleerde een handblessure, maar kon geen medisch attest overleggen. Zijn afzegging voor de Ronde van Luxemburg heeft verregaande gevolgen. Hij neemt niet deel aan de Ronde van Frankrijk. Zijn miljoenencontract bij Lampre staat op het spel.

`Waar is Frankie', kopten de Belgische wielerkranten vorige week in koor. Hij is zelfs onbereikbaar voor vrienden en familie. Zijn vader Jean Jacques, jarenlang mecanicien bij Lotto geweest, uitte in Het Nieuwsblad grote twijfels over de sportieve toekomst van zijn zoon. ,,De veer is gebroken. Frank heeft te veel zwakheden. Hij leeft niet meer voor zijn sport.''

Nico Mattan was jarenlang boezemvriend en trainingsmaat van Frank Vandenbroucke. De Waal en de Vlaming woonden aan weerskanten van de grensstreek. De knecht Mattan volgde de kopman Vandenbroucke op de voet. Van Lotto naar Mapei, van Mapei naar Cofidis. Toen Vandenbroucke vorig jaar een breuk forceerde met de Franse ploeg, liet hij Mattan als een baksteen vallen. Ook toen deze door hartproblemen een poosje niet mocht fietsen.

Mattan is niet rancuneus, bleek uit een vraaggesprek met Het Nieuwsblad. ,,Ik kan vijftig boodschappen op zijn antwoordapparaat zetten, hij zal niet terugbellen. Als ik al lang heb opgegeven, belt hij twee weken later zelf en doet hij alsof er geen vuiltje aan de lucht is.'' Volgens Mattan is Vandenbroucke het ,,verleerd tegenspraak te dulden. Hij weet zich omringd door veertig mensen die voor hem buigen als knipmessen.''

Mattan en Vandenbroucke vormden tot het voorjaar van 1999 een onafscheidelijk duo. Toen raakte VDB betrokken bij een dopingschandaal rond de Franse paardenfokker Bernard Sainz, in de volksmond Dokter Mabuse geheten. Hij had zich blind gestaard op diens kwakzalverij. ,,Ik ben naïef geweest'', toonde hij de vermeende onschuld zelve. ,,Ik wist niet wat er in zijn injecties zat. Ik dacht dat het allemaal homeopathisch was.''

Vader Jean Jacques heeft zijn zoon steeds verder zien afglijden. ,,Sinds de affaire met Sainz is mijn zoon niet meer dezelfde geweest'', sprak hij twee weken geleden in Het Nieuwsblad. ,,Hij geloofde onvoorwaardelijk in die goeroe. Zijn breuk met Cofidis was een rechtstreeks gevolg. Hij belandde in een vicieuze cirkel. De privé-problemen stapelden zich op. Hij hield van twee vrouwen tegelijk. Hij verzorgde zich niet meer. Hij is een uitgebluste renner die naar het einde snakt. Frankie wordt stilaan zijn eigen vijand.''

Vandenbroucke werd een maand na verhoor vrijgesproken, maar keerde nooit meer terug op zijn oude niveau. Zijn twee ritzeges in de Ronde van Spanje waren in het najaar van 1999 zijn laatste wapenfeiten op de fiets. Sindsdien maakt hij meer indruk op de roddelpagina's dan op de sportpagina's. Hij zou verslaafd zijn geraakt aan seks, drugs en gokken. Toen zijn oud-ploeggenoot Philippe Gaumont deze suggestie in het openbaar wekte, dreigde VDB hem voor de rechter te slepen. Het is bij dreigementen gebleven.

Verslaafd aan vrouwen of niet, hij verruilde zijn zwangere vriendin twee jaar geleden voor een Italiaanse schone, die hem inmiddels een tweede kind heeft geschonken. De soap wordt nog heter opgediend, sinds zijn ex met zijn neef trouwde en dit seizoen als woordvoerster van Domo in het peloton terugkeerde. Volgens ingewijden is de rentree van zijn ex een reden van zijn afwezigheid.

De geschiedenis dreigt zich te herhalen. Bij zijn eerste sponsor Lotto, waar zijn oom Jean Luc ploegleider was, kreeg hij in 1994 een arbeidsconflict. Hij had een tussentijds contract getekend bij Mapei, zonder zijn oude werkgever hiervan op de hoogte te stellen. ,,Mijn oom heeft mij gewaarschuwd voor de boze wolven in het peloton, maar zelf is hij de grootste wolf'', sprak de 19-jarige VDB vol bravoure.

In strijd met zijn egocentrische karakter moest Vandenbroucke bij Mapei het kopmanschap delen, onder anderen met zijn tegenpool Museeuw. De Vlaamse veteraan compenseerde een gebrek aan natuurtalent met een overdosis aan trainingsijver. Hij kreeg het predikaat `klassiekerkoning' opgespeld. Volgens Museeuw heeft Vandenbroucke ,,betere benen, maar minder ballen''.

Toch won de jonge Waal in zeven seizoenen 51 wedstrijden bij de beroepsrenners. Ondanks ernstige knieklachten werd hij uitblinker in eendaagse wedstrijden. Hij beloofde een hoofdrol te gaan spelen in de grote rondes. Gezien zijn jonge leeftijd heeft hij nog steeds een mooie toekomst voor zich, maar de gangbare wielerwetten zijn aan VDB niet besteed. Welke renner maakt ruzie met vier opeenvolgende werkgevers? Welke renner verdwijnt spoorloos uit beeld? Welke renner laat zich door de medische onderwereld van medicijnen voorzien?

Vandenbroucke vond bij Mapei in Patrick Lefevere een vaderfiguur, die nochtans weinig grip op hem kreeg. De kampioenenkweker was de mentaliteit van Museeuw gewend en hoefde niet lang na te denken toen de speelvogel hem voor het blok zette. VDB kon zijn vleugels beter ergens anders uitslaan, vond Lefevere. ,,Het zit in zijn kop, niet in zijn gat'', verwoordde de ploegleider het botte karakter van zijn oogappel. ,,Hij moet eerst van dat spul afblijven'', verwees Lefevere naar zijn vermeende voorliefde voor cocaïne.

Vandenbroucke negeerde de adviezen van zijn omgeving en verhuisde naar Cofidis. In dienst van zijn derde profploeg viel hij van de trap – een doodzonde voor een wielrenner – en reed hij evenmin een platte prijs. Hij voelde zich in de steek gelaten door de leiding en verweet haar ,,uitbuiting van werknemers''. Andersom heeft hij weinig kunnen betekenen voor de Franse ploeg. Hij probeerde in 1999 weer een breuk te forceren, maar wist zich nog een seizoen aan het contract gebonden.

Vorige zomer verliet hij de Tour al na de eerste bergetappe. Hij was meer geestelijk dan lichamelijk aan het eind van zijn krachten. Hij werd opgenomen op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis in Roeselare. Hij maakte dit voorjaar een teleurstellende rentree in het peloton. In het shirt van zijn nieuwe sponsor Lampre heeft hij bijna geen wedstrijd uitgereden.

De hamvraag is: zien we Frank Vandenbroucke nog terug in het voorste gelid? ,,Ik weet het niet'', antwoordde hij een paar maanden geleden. ,,Ik sta met de rug tegen de muur. Ik moet me weer goed gaan voelen. En daartoe is de fiets het enige middel.''