Armoede maakt lelijk

Schoonheid verwacht je niet in de metro van Amsterdam. Mooie mensen zijn te vinden in dure hotels en modebladen en slechte series op televisie, niet op het traject van Holendrecht naar Centraal Station. Maar na een jaar in India valt dat me juist op, dat de mensen in de metro er zo goed uitzien. Iets te dikke creoolse dames, blondines met te veel mascara, jonge mannen met verkeerde dassen, ik bedoel: je ziet wel waar het misgaat, maar er is tenminste naar schoonheid gestreefd.

Misschien is schoonheid het verkeerde woord. Verzorgdheid is beter, de mensen zien er verzorgd uit. Er is aandacht besteed aan de schoenen die passen bij de tas, de jassen kosten zeker meer dan tweehonderd gulden, de tandarts heeft de gebitten recht weten te krijgen en vlekken van puisten zijn gecamoufleerd met stiften.

Daaraan herken je een rijk land: aan de mogelijkheid die mensen hebben om zorg te besteden aan zichzelf.

Wat ook opvalt, is hoe ze zich bewegen: iedereen heeft een eigen manier van lopen en zitten. De rug is meestal recht en het hoofd geheven, wat je je natuurlijk moet kunnen veroorloven. Het symboliseert trots en zelfvertrouwen en een gebrek aan nederigheid. Maar iedereen slingert op een andere manier met de armen. Iedereen ploft op een eigen manier op de bank en niemand zit op de ander te letten. Mensen zijn zo vrij, in Nederland.

In India zie je de sociale hiërarchie in de kromheid van de ruggen. Een onzichtbare last drukt de schouders naar beneden, de onderdanigheid wordt zo diep gevoeld dat heel het lichaam het merkbaar maakt. Daardoor gaan mensen op elkaar lijken. Armoede maakt onwaardig en in hun onwaardigheid zijn mensen gelijk.

Het levert dan ook een erg grauw straatbeeld op. Aan de kleren die mensen dragen kun je zien dat ze van goedkope stoffen zijn gemaakt en veel te vaak in vuil water zijn gewassen. Alle hemden zijn ooit wit of bruin of blauw geweest, maar wat ze na een jaar zijn is moeilijk te beschrijven.

Want dat heb ik nog niet gezegd: dat je geen verlepte kleuren tegenkomt in Nederland, zelfs niet in de metro van Amsterdam. De zeepsoorten die men gebruikt zijn waarschijnlijk milder en de kleren gewoonweg nieuwer. Het leven lijkt zo fris, als je 's ochtends van Holendrecht naar Centraal Station reist, dat je dan pas beseft hoe groezelig en onfris het allemaal is in een land als India, terwijl men toch erg zijn best doet.

Want ze proberen wel degelijk een net voorkomen te hebben. Ze wassen en schrobben hun lichamen langdurig en fanatiek en ze slaan heftig met een stok op hun natte kleren om het vuil eruit te persen, maar het resultaat is slechts een tragische groezeligheid.

Door het heftige slaan raken de kleren ook snel uit model. Ze hadden al nauwelijks een model: in India koop je op de markt een lap stof en ga je naar de kleermaker, die dan even doet alsof hij je maat opneemt, maar intussen maar één manier kent om een broek te naaien. Als je over een uur je broek gaat halen moet je van geluk spreken dat hij past en dat hij wel van jouw stof is gemaakt, want zo'n kleermaker heeft het te druk om op dat soort kleinigheden te letten.

Maar er is ook iets ergers met het straatbeeld van India, wat ik bijna niet durf te schrijven: de mensen zijn lelijk. Als je om je heen kijkt vraag je je af hoe dit ras vrouwen heeft voortgebracht die drie of vier jaren achtereen de belangrijkste schoonheidswedstrijden in de wereld hebben gewonnen. Indiërs zijn mooie mensen, als je naar televisie kijkt of in tijdschriften bladert, maar die mooie mensen komen kennelijk nooit op straat. Je moet inderdaad naar dure hotels en modewinkels om ze te zien en zelfs dan moet je van geluk spreken als je een welverzorgd persoon tegenkomt.

Ik heb een theorie over hoe dat komt. In India doen ze niet aan liefde. Mensen mogen wel verliefd raken op elkaar en ze mogen heimelijk met elkaar naar het park om elkaars handje vast te houden, maar ze weten bij voorbaat dat het niet tot een huwelijk zal komen. Huwelijken worden gearrangeerd door de ouders en zij letten op twee dingen: de afkomst en het uiterlijk. Huwelijken vinden gewoonlijk plaats tussen mensen van gelijke afkomst en als dat eens niet het geval is, heeft het uiterlijk de doorslag gegeven. Een meisje dat arm maar heel erg mooi is, maakt kans op een huwelijk met een jongen die lelijk is maar rijk.

Als je dit systeem eeuwen lang volhoudt, krijg je een situatie waarin de rijken mooier worden en lelijkheid overblijft voor de armen. Als je rijk bent ga je naar een goede tandarts, naar een goede kapper en naar goede kleermakers. Bovendien lopen rijke mensen zelden op straat en zitten ze nooit in de bus. Ze hebben een geblindeerde auto met chauffeur en voor de rest van de tijd verkeren ze in ommuurde villa's en dure hotels. Rijkdom maakt mooi en blijft verborgen.

Langs deze tamelijk bizarre omweg komen we bij de pointe van dit verhaal: het succes van Nederland is te zien in de metro van Amsterdam. De Nederlandse armen zijn ontstellend rijk.

Die Surinaamse vrouw is misschien aan de zware kant, maar je ziet aan het fijne beige bloesje dat ze aanheeft dat het met zorg is gekozen uit een reeks fijne beige bloesjes. Aan de blonde juf moet eens gezegd worden dat zoveel mascara iets ordinairs geeft en aan de man met de das dat groen niet echt staat op geel, maar prijzenswaard blijft het feit dat ze hun best hebben gedaan, met alle middelen die ze hebben. Er is gestreefd.

ramdas@nrc.nl