Winstwaarschuwingen zeggen niet alles

Er gaat geen dag voorbij of er is wel weer een winstwaarschuwing van een of ander hightech-bedrijf dat teveel geïnvesteerd heeft en nu is opgezadeld met voorraden die het niet kwijt kan. Maar ondertussen breiden de jobstijdingen zich ook uit naar de oude economie. De afgelopen week werden bijvoorbeeld de Europese bedrijven BASF, Gucci en Electrolux ingehaald door de wereldwijde groeivertraging en de terugloop van de consumentenuitgaven. Waar kunnen beleggers nog zekerheid vinden, nu de vooruitzichten steeds somberder worden? Het zicht op de winsten is slecht, dus de winstverwachtingen herbergen minder aanwijzingen dan gebruikelijk. Beleggers kunnen zich in plaats daarvan wenden tot meer fundamentele waarderingsmethoden, zoals Tobin's `q'. Helaas stelt die beroemde indicator nauwelijks gerust.

Tobins q vergelijkt de marktwaarde van een bedrijf met de vervangingskosten van zijn bezittingen. Vóór 1995 stond het langetermijngemiddelde onder de 1. Nu staat het volgens schattingen van Deutsche Bank wereldwijd op 2,5. Dat is te hoog - zelfs als rekening gehouden wordt met immateriële goederen als de waarde van een merk en het intellectueel kapitaal, waarvan sommigen beweren dat ze het gemiddelde omhoogstuwen. Deutsche veronderstelt dat zulke door de `nieuwe economie' teweeggebrachte veranderingen de `q' op een hoogte van 2 gebracht hebben – zeker niet hoger. De FTSE wereldindex is de afgelopen twaalf maanden al met 16 procent gedaald. Deze berekeningen wijzen erop dat er nog zeker 20 procent vanaf zal gaan.

Welke bedrijven lijken het meest kwetsbaar? Jammer genoeg is het lastig om de `q'-factor per sector te berekenen. Om te beginnen houdt de factor geen rekening met toegangsbelemmeringen. Daardoor wordt de onderlinge vergelijking tussen diverse sectoren vertekend, hoewel er ook aanwijzingen aan ontleend kunnen worden. Met name de banksector ziet er zorgwekkend uit, terwijl nutsbedrijven verhandeld worden op een niveau dat onder de vervangingskosten ligt en producenten van bulkgoederen een geringe korting ten opzichte van de marktwaarde kennen. De grote verrassing is dat telecomconcerns verhandeld worden op een niveau van 1,2 maal de vervangingswaarde. Zo'n lage marktwaarde duidt erop dat de TMT-sector nu misschien een realistischer waardering kent, maar andere sectoren nog niet.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld