Weinig animo van studenten voor de raden

De opkomst bij de verkiezingen voor faculteits- en universiteitsraden heeft dit jaar nieuwe dieptepunten bereikt. In Maastricht kelderde het aantal stemmers van ruim 19 procent naar 8 procent nu. Ook in Tilburg en Amsterdam daalde het aantal kiezers fors. De opkomst in Groningen en Wageningen was traditioneel hoog (35 en 33,8 procent).

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) spreekt van een bedroevend lage opkomst. Volgens woordvoerder M. Nolen hebben studenten het gevoel dat de raden alleen iets te zeggen hebben over koffiebekertjes en dat het beleid toch wel door de decanen wordt uitgestippeld. Het ISO wil de invloed van studenten vergroten.

De echte reden van de teruglopende interesse in de raden is van meer structurele aard, vreest Nolen. ,,De studentenparticipatie wordt steeds minder. De universiteiten gaan steeds meer als bedrijf werken en studenten hebben het gevoel dat ze toch niets aan het beleid kunnen veranderen.''

Volgende week spreekt de Tweede Kamer met minister Hermans (Onderwijs) over de positie van de student. Met de Landelijke Studenten Vakbond heeft het ISO een notitie opgesteld, waarin de organisaties pleiten voor landelijke regels om de invloed van studenten te vergroten. ,,Er moet op lokaal niveau meer kennis komen'', legt Nolen uit. Hij vindt dat leden van studentenraden scholing moeten krijgen aangeboden en moeten worden vrijgesteld van colleges.