Wassende woestijn

Inwoners zijn op rantsoen gezet, bedrijven kunnen nauwelijks nog draaien, en de regering wil in haar radeloosheid voor veel geld rivieren verleggen. Grote delen van China zuchten onder het gebrek aan water.

Elk jaar wel heerst er droogte in China, vooral in het noorden. Kleine en middelgrote rivieren vallen zo goed als droog en zelfs de grote Huang He (Gele Rivier) bereikt dan de Gele Zee niet meer. Maar zelden was het zo erg als dit jaar. Meer dan honderd dagen regent het niet. Alleen in 1978 was het land zwaarder getroffen, zei de onderminister van Watervoorziening Zhang Jiyao afgelopen donderdag.

Met de droogte dient zich een tweede probleem aan: zandstormen jagen woestijnzand vanuit Mongolië over de uitgestrekte vlaktes van de provincie Hebei, richting steden als Peking. De zon is daar door al het stof regelmatig nauwelijks zichtbaar. Steeds meer land wordt woestijn. Meer dan een kwart van het Chinese grondoppervlak bestaat nu al uit woestijn, en elk jaar komt daar zo'n 2.500 vierkante kilometer bij – een gebied bijna zo groot als de provincie Drenthe.

Menselijk handelen blijkt de grootste veroorzaker van de droogte en zandverschuivingen. Ruim twintig jaar geleden droeg de Chinese overheid boeren in het noorden op om grasland om te ploegen voor intensieve akkerbouw. Hiermee moesten de snel groeiende steden van voedsel worden voorzien. Voor de akkerbouw was veel water nodig, maar voor de industrie en voor consumptiedoeleinden ook. Dat was toen nog geen probleem, water was immers in overvloed aanwezig. Tegelijkertijd werden bomen gekapt. Als de grond al niet benut werd voor het verbouwen van graan of andere gewassen, dan graasden runderen, geiten of schapen het land kaal. De wind kreeg vrij spel.

De productieverhoging van de boeren in Noord-China keert zich nu tegen hen. Er is roofbouw gepleegd op de watervoorraad in het noorden van het land. Door de droogte dit jaar dreigt een groot deel van de oogst te mislukken. Bijna dertig miljoen hectare aan landbouwgewassen – een gebied negen keer zo groot als Nederland – is al beschadigd, zo deelde onderminister Zhang donderdag mee. Premier Zhu Rongji sprak in een zeldzame televisietoespraak eerder deze maand van ,,een nationale ramp''. En alsof het nog niet genoeg is, worden de gewassen – of wat daarvan over is – nu ook bedreigd door de grootste sprinkhanenplaag in jaren. De grote hitte en droogte vormen ideale omstandigheden voor de insecten om zich voort te planten. De sprinkhanen lijken immuun voor de pesticiden die vliegtuigjes over het land uitsproeien.

Om de watertekorten aan te vullen hebben de Chinezen een kortzichtige strategie gehanteerd. Omdat de rivieren in het noorden goeddeels zijn opgedroogd, is overgegaan op het naar boven pompen van grondwater. Daardoor daalt het grondwaterpeil steeds verder, rond Peking bijvoorbeeld met gemiddeld meer dan een meter per jaar. De Chinese regering wil dan ook van deze `oplossing' afstappen.

De inwoners van een aantal Chinese steden zijn nu op waterrantsoen gezet. In de miljoenenstad Taiyuan bijvoorbeeld, in de provincie Shanxi ten westen van Hebei, mogen de mensen alleen nog 's nachts water gebruiken. En in de stad Weihai in de oostelijke kustprovincie Shandong worden mensen beboet als ze per maand meer dan duizend liter water (ongeveer zeventien douchebeurten) gebruiken.

Dat zijn echter noodmaatregelen. Voor de langere termijn heeft de regering met name de industrie opgedragen water zoveel mogelijk te hergebruiken. In een poging de oprukkende woestijn een halt toe te roepen heeft ze in veel gebieden verdere houtkap verboden. Landbouwgrond met een relatief lage opbrengst moet uit productie worden genomen, en weer worden beplant met gras en bomen zoals vroeger. Dat betekent het einde van veel boerenbedrijfjes. De boeren zullen naar de steden vertrekken, waar men hen echter liever ziet gaan dan komen, omdat de nieuwkomers dan een beroep doen op de beperkte watervoorraad daar.

Deze maand neemt de regering waarschijnlijk een beslissing over haar belangrijkste plan, een gigantisch project waarbij jaarlijks 48 miljard kubieke meter water (ruim de helft van de jaarlijkse afvoer van de Rijn) uit de zuidelijke Yangtse-rivier naar het droge noorden moet worden geleid. Het project – een oud plan van Mao Zedong uit begin jaren vijftig – kost naar schatting 43,5 miljard gulden, en zal op zijn vroegst in 2015 gereed zijn. Milieuorganisaties vrezen dat de kostbare plannen rampzalige gevolgen hebben voor natuur en milieu. Volgens hen ligt het probleem vooral bij de Chinese consument: die gebruikt te veel (goedkoop) water, en houdt te veel van zijn schapenvlees.