Wachten tot je gek wordt

Elk asielzoekerscentrum is een potentiële bron van spanningen. Soms komen ze aan de oppervlakte, zoals onlangs in Oude Pekela en Ossendrecht, vaak ook niet. Wat doen bewoners en personeel van AZC Vreedenburgh in Arnhem-Zuid om uitbarstingen te voorkomen?

Aan een van de ronde tafels in `het restaurant' van asielzoekerscentrum Vreedenburgh zit de arts Aras uit Irak, het gezicht gewend naar de kleurige, abstracte wandschildering. Aras, die nu tweeëneenhalf jaar wacht op zijn verblijfsstatus, had zich erg verheugd op het land van Rembrandt, Van Gogh en Spinoza. Zijn vaderland is niet waar hij geboren is, maar waar zijn menselijke waardigheid wordt gerespecteerd, legt hij uit. Maar nu verwacht hij elk moment een definitieve afwijzing. ,,Als ik naar Irak word teruggestuurd, ga ik zeker dood. Als ik hier blijf, ga ik langzaam dood.''

Een asielzoekerscentrum is een `crazyhouse', vindt hij. Drie, vier mensen delen hier een kamer van vier bij vier meter. Wanneer de een wil televisiekijken en de ander liever een boek leest, ontstaan al spanningen. ,,Als arts zie ik hoeveel mensen depressief zijn. En heb je de asbakken hier op de tafels gezien? Ze zijn vastgespijkerd. Weet je wat dat betekent? Dat ze ons als dieven beschouwen. Welkom in de gevangenis.''

Een van de medewerkers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de organisatie die ook dit centrum beheert, zegt later dat het niet slim is geweest de asbakken vast te spijkeren. ,,Dat heb ik toen ook gezegd. Want als je ze nu wilt legen, moet je de tafels omkeren.''

Vreedenburgh, een in geel baksteen opgetrokken gebouw van vier verdiepingen dat in 1994 de deuren opende, behoort tot de eerste generatie centra die speciaal voor asielzoekers zijn gebouwd. Het is met 307 plaatsen aan de kleine kant. De bewoners leven in kamers aan lange gangen en ze koken in de gemeenschappelijke keukens aan het eind van de gangen, op grote horecagaspitten. Het centrum boft met de locatie: Vreedenburgh ligt in Arnhem, een gemeente die zich ruimhartig opstelt tegenover asielzoekers en vier azc's telt met samen ruim elfhonderd bewoners. Verder ligt het in een woonwijk met een goede basisschool en een winkelcentrum op loopafstand.

Volgens wijkagent Jan Willem van Baak zijn er in het centrum niet meer problemen dan in ,,een andere woonwijk met driehonderd bewoners''. De conclusie van het omstreden `rapport-Wallage' dat asielzoekers veel crimineler zijn dan Nederlanders, heeft hij dan ook ,,heel snel'' naast zich neergelegd. Buurtbewoners hebben evenmin noemenswaardige klachten. Vorige maand is in de wijk een enquête gehouden over verlenging van het contract in de huidige vorm en 78 procent van de ondervraagde wijkbewoners had daar geen bezwaar tegen.

Vreedenburgh, kortom, is op het eerste gezicht een model-azc. Toch broeien onderhuids frustraties en spanningen, juist in Vreedenburgh dat veel langdurig wachtenden telt. Honderdtwintig mensen wonen er al meer dan twee jaar, eenentwintig zelfs meer dan drie jaar – en de meesten hebben daarvoor nog in andere centra gezeten. ,,Het is wonderbaarlijk dat het zo rustig is'', zegt Judith Bakker van VluchtelingenWerk, die bewoners helpt bij hun asielprocedures. ,,Want iedereen dreigt hier gek te worden. Asielzoekers mogen nog steeds nauwelijks werken en ook steeds minder Nederlands leren.''

De opgekropte spanningen leiden soms tot gewelddadige uitbarstingen. In april moest de mobiele eenheid helpen om 52 Iraakse Koerden over te plaatsen uit het asielzoekerscentrum in Ossendrecht. De groep raakte voortdurend in gevecht met andere bewoners, voornamelijk Armeniërs. In mei was het hommeles in Oude Pekela. Jonge asielzoekers van het nieuwe azc gingen met knuppels en staven de straat op, nadat ze door de dorpsjeugd met de Hitlergroet en scheldpartijen waren verwelkomd. Hoe gaan de asielzoekers en mensen die met hen werken om met spanningen? Hoe voorkomen ze uitbarstingen? Op velerlei, vaak individuele manieren, blijkt uit een wat langer bezoek aan het AZC Vreedenburgh.

Begrafenis

Het is half negen 's ochtends, tijd voor het ochtendoverleg. De medewerker die de in- en uitstroom bijhoudt heeft goed nieuws. ,,We zijn maar drie plaatsen onderbezet'', zegt hij. ,,Verder gaan twee bewoners zza en zijn er twee vriendelijke inplaatsingen.'' Raymond Kempkens, locatiecoördinator in Vreedenburgh, verklaart later het jargon. Mensen die ,,zza gaan'' (de letters staan voor: zelfzorg arrangement) hebben bij vrienden of familie onderdak gevonden. Dat betekent minder druk op het COA en meestal een prettiger bestaan voor de asielzoeker zelf. In Nederland wonen nu bijna 12.000 asielzoekers via een zza, op een totaal van 82.000.

Voor Vreedenburgh kan zo'n stap slecht nieuws betekenen: wanneer een bed vrij komt, is dat te zien in de centrale computer van het COA, dat dan `zo maar' een nieuwe asielzoeker kan sturen. Elk nieuw, onbekend gezicht is een mogelijke bron van onrust. Dus stimuleert Vreedenburgh bewoners om familieleden in andere centra uit te nodigen overplaatsing aan te vragen naar Vreedenburgh: de vriendelijke inplaatsingen.

Lang niet alle driehonderd mensen die in Vreedenburgh staan ingeschreven, verblijven overigens in het centrum. Velen logeren elders. Kempkens schat dat er gemiddeld 250 mensen verblijven, wat ook goed is voor de beheersbaarheid. Het verklaart waarom het op de vierwekelijkse stempeldag, als de vreemdelingenpolitie de papieren van de bewoners komt stempelen, drukker is dan normaal.

Het ochtendoverleg brengt ook nog een slechte tijding. ,,Meneer Ghazarjan van de tweede etage is gisteren in het Radboudziekenhuis opgenomen. Hij zal voorlopig niet terugkomen'', wordt meegedeeld. Michael Ghazarjan, een 36-jarige schaakgrootmeester uit Armenië, is tijdens het ochtendoverleg al overleden aan een hersenbloeding, blijkt later.

Een sterfgeval komt meestal maar één keer per jaar voor in een azc als Vreedenburgh. Vierduizend gulden is beschikbaar voor een begrafenis. Willen vrienden of familie het lichaam repatriëren, waarvan de kosten tot vijftienduizend gulden kunnen oplopen, dan moeten ze zelf het verschil bijleggen. Bij Ghazarjan is dat een probleem. Zijn moeder is gebeld en wil het lichaam graag in Armenië begraven, maar geld heeft ze niet. Ghazarjan heeft niemand in Nederland. Behalve zijn kamergenoten.

,,Kijk, deze wandelstok gebruikte hij altijd'', zegt de in modieus zwart geklede Artur (18), en hij toont een blankhouten stok met fraai gesneden handvat. Het is een week later. Artur, die vier jaar geleden met zijn ouders de Armeense enclave Nagorny Karabach ontvluchtte, zit zichtbaar gestrest op een van de drie bedden in de kamer. Achter hem zendt de televisie het Armeense nieuws uit, dat via een met anderen aangeschafte schotel binnenkomt.

Met zijn mobieltje heeft Artur gebeld naar Armeniërs in asielzoekerscentra in de regio en elders, om geld bijeen te sprokkelen voor de repatriëring. Twaalfhonderd gulden heeft hij nu – veel te weinig en er resteert nog slechts anderhalve dag voor de rest.

Twee Nederlanders zijn Artur komen opzoeken. Ze hebben Ghazarjan leren kennen toen hij nog in het opvangcentrum in Deelen zat, waar nieuwe asielzoekers terechtkomen. ,,Hij was een paar keer bij ons thuis'', vertelt Erik Eisink, wiens vrouw werkte in het ziekenhuis waar de Armeniër wekelijks voor nierdialyse kwam. ,,Intelligente man, sprak goed Engels. Hij had al contact gezocht met de Nederlandse schaakbond. Als je zo'n man 'savonds moet terugbrengen naar dat opvangcentrum voel je je een klootzak, hoor.''

De volgende ochtend zegt Raymond Kempkens dat het lichaam van Ghazarjan al op Schiphol is, in afwachting van een vlucht naar Armenië. VluchtelingenWerk Arnhem heeft zich garant gesteld voor het ontbrekende bedrag. Artur weet dat dan nog niet. En Kempkens gaat het hem nog even niet vertellen. ,,Soms wordt zo'n garantstelling niet nagekomen.''

Kempkens werkt nu tien jaar bij het COA, de laatste twee jaar als locatiecoördinator in Vreedenburgh en het AZC Arnhem Noord. ,,Je ziet dezelfde dingen terugkomen'', zegt hij over de tijd dat hij nog dagelijks met bewoners te maken had. ,,Als iets misgaat, worden Afrikanen vaak opstandig, luidruchtig, boos. Iraniërs en Irakezen reageren eerder emotioneel, ze worden vriendelijk en proberen goede maatjes te worden, hopend dat je voor hen een uitzondering maakt.''

Degenen die de spanningen in eerste instantie oplosssen zijn de `trajectbegeleiders', die met zijn tweeën een verdieping onder zich hebben. ,,Soms zijn er vreselijke ruzies in de gemeenschappelijke keuken, waar iedereen zijn eigen eten kookt. `Haar pannetje kookt over op mijn pannetje', hoor je dan'', vertelt Yvonne Berkenbosch. ,,De tolerantie is soms nul komma nul. Dan ga je praten en sussen.''

Aanzoeken

Onlangs moesten de trajectbegeleiders in Vreedenburgh weer veel praatwerk verrichten, vertelt collega Christa Dimmendaal. ,,Een Afrikaanse man van mijn verdieping vond een verkoopster in het winkelcentrum erg leuk en wachtte haar op na werktijd. Die vrouw heeft aangifte gedaan. De man moest daar erg om lachen, hij vond de irritatie van die vrouw maar flauwekul. `Als een vrouw in Nederland nee zegt, bedoelt ze nee', zeiden we. We deden dat op luchtige toon, alsof we een grap vertelden. Tenslotte moet je met elkaar verder. Maar de boodschap is blijven hangen. Ook omdat de politie langskwam.''

Voor asielzoekers die het echt bont maken hanteert het COA de `regeling onthoudingen verstrekkingen': na een waarschuwing worden eerst boetes tot maximaal 35 gulden ingehouden op het weekgeld, daarna kan hun enkele dagen de toegang tot het pand worden ontzegd. In het uiterste geval volgt een strafoverplaatsing naar een ander asielzoekerscentrum.

Het COA past dit dwangmiddel geregeld toe. Hoe vaak precies verzwijgt het COA liever – ,,interne bedrijfsinformatie'' heet dat – maar dat het honderden keren per jaar gebeurt, staat wel vast. Het idee is simpel: als een asielzoeker bijvoorbeeld een crimineel netwerkje om zich heen opbouwt, zorgt een overplaatsing ervoor dat hij opnieuw moet beginnen.

De laatste keer dat een strafoverplaatsing in Vreedenburgh nodig was, betrof een man uit Sierra Leone. Hij had jonge bewoners er op uitgestuurd om winkeldiefstallen voor hem te plegen. ,,Sorry, sorry'', zei hij toen hij met de aantijgingen werd geconfronteerd, wat de wijkagent als een bekentenis opvatte. Hij werd overgeplaatst naar Hoogeveen, maar heeft die plaats nooit bereikt: op de valreep regelde hij een `zelfzorg arrangement' waardoor hij in Arnhem kon blijven.

Zelfmoord

Het is woensdagmiddag, spreekuur van Berkenbosch. Omar, een vriendelijke slungel, komt binnen en klaagt over griep. De paracetamol die hij wil – ,,Dé oplossing hier voor alle problemen'', schertst Berkenbosch – moet hij toch echt van de 86 gulden weekgeld betalen, vertelt ze hem. Tweede klant is een mollige mevrouw uit Congo. In rap Frans staat Berkenbosch haar te woord. De Congolese wacht nu negen jaar op een verblijfsstatus, zegt ze. Negen jaar? ,,Ja, ze heeft voor de tweede keer asiel aangevraagd. Het duurt allemaal zo lang, het is niet meer humaan. Ik heb haar er op gewezen dat ze de Nationale Ombudsman kan inschakelen, ook al is dat niet echt mijn taak.''

Extraatjes die niet in je functieomschrijving staan, lijken er een beetje bij te horen in Vreedenburgh – en werken ongetwijfeld als preventieve druppeltjes olie in de machine. Zo schrijft Christa Dimmendaal vaak brieven voor afbetalingsregelingen, bijvoorbeeld als iemand een boete krijgt. Deze middag tikt ze gegevens in de computer van een Iraniër die voor de derde keer is bekeurd wegens rijden zonder rijbewijs. ,,Je kunt een auto kopen in Nederland en wegenbelasting betalen, maar rijden mag je niet'', verzucht hij.

Ook medewerkers van VluchtelingenWerk doen dingen die eigenlijk niet bij hun werk horen. Judith Bakker: ,,Laatst hadden we een cliënt die twee zelfmoordpogingen had gedaan. Dan gaan we met zo iemand maar naar de vrijwilligerscentrale in de stad, om te kijken of we voor hem een zinvolle dagbesteding kunnen vinden.''

Bakker vertelt er over even na vijven in haar kantoor. Ze onderbreekt zichzelf om op een groepje asielzoekers te wijzen dat de poort binnenwandelt. ,,Die komen van hun werk'', schat ze. ,,Een aantal mensen hier heeft gewoon een baantje, in de horeca of zo. Zonder verblijfsstatus moet dat zwart.''

Op dit moment mag een asielzoeker slechts twaalf weken per jaar legaal seizoensarbeid verrichten, bijvoorbeeld als aspergesteker. Vorig jaar maakten in het hele land een kleine zesduizend asielzoekers van die mogelijkheid gebruik. Een verruiming van de wet zou veel stress wegnemen. Maar minister Vermeend van Sociale Zaken heeft zijn voornemen om de maximale duur te verlengen tot 25 weken onlangs ingetrokken, onder druk van de VVD. Hij heeft het kabinet voorgesteld alleen het soort werk te verruimen. Meer zit er niet in want de Haagse angst voor ,,aanzuigende werking'' op nog meer asielzoekers is te groot.

Krantenuitgeverijen die kampen met een tekort aan bezorgers hoeven niet al te bezorgd te zijn, leert een snelle blik in het fietsenrek van Vreedenburgh: tien krantentassen hangen er over bagegedragers, acht van de Arnhemse Courant en twee van het Algemeen Dagblad. Voor een krantenwijk heb je een sofinummer nodig, wat mensen zonder verblijfsstatus niet hebben. Maar het is natuurlijk altijd mogelijk een wijk van een `legale' kennis over te nemen. Bakker: ,,Eigenlijk is het verbazingwekkend dat er zo weinig asielzoekers zijn die weggetjes om de regels heen vinden'', aldus Bakker. ,,Apathie overheerst.''

De Iraakse Koerd Soran Mohammed, 21 jaar, wacht 29 maanden op een status. ,,Ik ken half Arnhem, ga vaak naar de disco en volg nog steeds een opleiding'', zegt hij in een kamer op de derde verdieping van Vreedenburgh. ,,Ik moet wel, anders word ik net als mijn vrienden hier, die altijd binnenzitten.'' Hij wijst op de vier landgenoten met wie hij vanavond de maaltijd deelt – kip met koriander.

Gezamenlijk praten ze over de hongerstakers in Waddinxveen en spuwen ze hun gal over het Haagse besluit dat Noord-Irak `veilig' is en dat negenduizend Iraaks-Koerdische asielzoekers kunnen worden teruggestuurd. Weten ze niet dat Saddam Hussein het noorden zo weer inneemt als hij de kans krijgt?

Een van hen praat nauwelijks mee. Hij komt de dagen door met zijn ,,beste vrienden'', wil hij wel kwijt, waarmee hij slaap- en kalmeringstabletten bedoelt. Sinds januari slikte hij er vijfhonderd. Een ander maakt de hele dag schilderijen. De muren van de kamer hangen vol met de producten van zijn arbeid: afbeeldingen van Koerdische bergbeekjes, maar ook van een oud-Hollands landschap, een boomrijke laan door een weiland vol koeien.

Moment, gebaart de schilder, en loopt de kamer uit. Even later komt hij terug met een twee meter hoog bewijs dat ook hij iets met Nederland heeft: een statieportret van koningin Beatrix in vol ornaat, met oranje sjerp om haar middel. Hij zou het haar graag schenken, maar weet niet hoe hij het bij het paleis moet krijgen, zegt hij.

Parapluutjes

Het vinden van een zinvolle dagbesteding is voor één categorie asielzoekers geen probleem: kinderen en jongeren. De leerplicht gaat boven de verblijfswet, dus tot achttien jaar bezoeken ze reguliere scholen. Maar ook op de Aletta Jacobsschool, de basisschool waar de kinderen van Vreedenburgh heengaan, zijn de spanningen soms voelbaar. ,,Kinderen van asielzoekers gedragen zich heel anders dan gewone allochtonenkinderen'', zegt Janneke van der Kalken, coördinator van de asielklassen. ,,Ze zijn erg op bezit, van welke nationaliteit ze ook zijn. Je moet niet proberen hun pen te pakken. Pas nog merkte ik dat, toen ik jarig was en plakken cake uitdeelde met papieren parapluutjes. Eén meisje wisselde de hare snel om met die van iemand anders, die er mooier uitzag. Ze gingen bijna met elkaar op de vuist. Later droegen de kinderen hun parapluutje naar huis of ik ze een goudstaafje had gegeven.''

Een ander probleem is slapen in de klas. ,,Victoria, een meisje in mijn klas, sprak ik er eens op aan. Ze zei heel ad rem: `Juf: links televisie, rechts radio, boven ruzie en ik slapen?' We laten ze dan ook maar rusten.'' En dan de trauma's. ,,Staat zo'n jongetje opeens op in de klas en begint hij te vertellen dat zijn broer is doodgeschoten. Dan scheurt je hart. We laten hem zijn verhaal doen en kunnen slechts hopen dat het helpt: we zijn tenslotte niet als therapeuten opgeleid.''

Marian Andela, die de kleuterklas onder haar hoede heeft, vindt het schandelijk dat in Nederland kinderen opgroeien die niets anders kennen dan een asielzoekerscentrum. ,,Ik had het laatst in de klas over mijn huis. `Waar is jullie receptie', vroeg een jongetje van zes. Dat is toch triest?''

Ook in de Internationale Schakelklas van het Mozaïekcollege in het centrum van de stad krijgt een getraumatiseerde leerling nog wel eens een onverwachte woedeaanval, zegt directeur Gerard van der Looi. Maar verder zijn er weinig incidenten, onderstreept hij. ,,De kinderen zijn erg gemotiveerd. Het is een feest hun les te geven.''

Artur, de kamergenoot van de overleden schaakgrootmeester, rondde de schakelklas vorig jaar af. In die periode stond hij een schoolvriend bij die ruzie had gemaakt met Arnhemse Koerden. In de buurt van Vreedenburgh kwamen ze wraak nemen en staken hem en nog drie Armeniërs – onder wie zijn vader – neer. ,,Ze raakten bijna mijn nier'', zegt hij en hij tilt zijn shirt op om het lidteken te tonen.

Verder wil hij er niet over praten: hij was met zijn familie Nagorny Karabach ontvlucht om rust te krijgen, zegt hij. Kreeg hij eerst die steekpartij voor zijn kiezen, nu weer de plotselinge dood van zijn kamergenoot. De repatriëring van het lichaam is overigens rond nu, zegt hij opgelucht.

Als de werkdag voorbij is, gaat Christa Dimmendaal nog even op kraambezoek op de tweede verdieping, met een cadeau afkomstig uit de prijzenkast voor de bingoavond. In een Koerdisch gezin is een jongetje geboren. Baris, heet hij, Turks voor vrede.

Vredig is het in Vreedenburgh, op dit moment. Dankzij preventieve maatregelen, sussen, pillen, gelatenheid en – voor enkelen – een zinvolle dagbesteding. Niet omdat de bewoners tevreden zijn: daarvoor moet een eind komen aan het lange wachten. Welke bewoner van Vreedenburgh je ook spreekt, liever waren ze na een paar maanden uitgewezen – zodat ze het in een ander land konden proberen.

Een Syrisch beeldend kunstenaar heeft de oplossing hiervoor bedacht, vertelt hij in het Stedelijk Activiteitencentrum van Arnhem, waar hij vrijwilligerswerk doet. ,,Ze moeten asielzoekers invriezen en ontdooien zodra hun procedure is afgerond. Dat bespaart kosten en niemand wordt gefrustreerd.'' Hij moet er schuchter om lachen, als een asielzoeker met kiespijn.