Voordelen fiscaal partnerschap

De belastingherziening bracht een ruimere regeling voor het fiscale partnerschap. Ook twee broers of een moeder met haar zoon of twee studenten kunnen fiscale partners zijn. Mogelijk voordelig voor mensen met een eigen woning of met veel aftrekposten.

1 Gehuwden en geregistreerde partners zijn automatisch elkaars fiscale partner, tenzij ze uit elkaar zijn (duurzaam niet samenwonen). Anderen kunnen voor die fiscale status kiezen als ze voldoen aan drie eisen. Ze hebben in een kalenderjaar meer dan zes maanden aan één stuk samengewoond (één huishouding gevoerd); ze stonden beide steeds op één adres ingeschreven bij de gemeente en ze waren beiden ouder dan 18 jaar (als een ouder en een kind samenwonen moeten beiden ouder zijn dan 27 jaar).

2 Het nieuwe stelsel belast elk van de partners individueel. Ieder wordt aangeslagen voor de eigen inkomsten en heeft zijn of haar eigen aftrekposten. Soms ligt dat anders. Dan kunnen fiscale partners kiezen wie van hen wordt belast of wie de aftrekpost mag opvoeren. Dat geldt onder meer voor de eigen woning, ziektekosten, giften, kosten voor kinderopvang en scholingskosten. De keuzemogelijkheid is er ook voor grote aandelenpakketten (een zogenoemd aanmerkelijk belang). Het is wel alles of niets. Door de keuze schuift het hele pakket naar een van beide partners toe. Kiest men niet, dan geldt de wettelijke regel: ieder krijgt de helft van elke post toebedeeld.

Zelf kiezen is vooral voordelig als één van beiden werkt of pensioen krijgt terwijl de ander geen inkomsten heeft. Degene met inkomen betaalt namelijk het hoogste tarief, oplopend tot 52 procent. Voor de niet-verdienende partner ligt dat percentage op minder dan 32,5 procent, misschien zelfs op minder dan 14,5 procent. Dat is het geval als iemand ouder is dan 65 jaar. Het maakt voor die tarieven niet uit of degene die geen inkomsten heeft misschien wel een flink vermogen of een huis bezit. Als er vooral aftrekposten zijn, dan voeren beide partners die op bij degene die het hoogste tarief betaalt. Daar levert een aftrekpost de hoogste besparing op.

3 Gaat het door de fictieve inkomenspost voor een eigen huis (het eigen woningforfait) per saldo over een inkomensbedrag, dan kiest men voor belasting bij de niet-verdienende partner, die betaalt immers naar het laagste tarief. Heeft die partner een AOW-uitkering en gaat het om een huis van 750.000 gulden zonder hypotheek, dan loopt het voordeel van een goede keuze op tot ruim 2.250 gulden. Betaalt men wel hypotheekrente, dan gaat het om het saldo, dus het verschil tussen hypotheekrente en eigen woningforfait). Is de rente hoger dan het woningforfait, dan gaat de keuze de andere richting uit. Men mag overigens per jaar een andere keuze maken.

4 Het eerste aangiftebiljet waarop men met de nieuwe regeling te maken krijgt, is dat over 2001. Dat ligt in februari 2002 in de brievenbus. Men kan daar nu al op vooruitlopen door een voorlopige aftrek te vragen. Dan wordt de aftrekpost dit jaar al uitbetaald, verdeeld over de resterende maanden tot de jaarwisseling. Bij het vragen van die voorlopige aftrek mag men vooruitlopen op een verwachte samenwoning in de rest van het jaar. Die moet met inschrijving en al, minimaal zes maanden duren. Wie aan die eis wil voldoen moet vóór 1 juli de zaak geregeld hebben. Blijkt later dat men te optimistisch was, dan wordt de zaak bij de aanslag over 2001 fiscaal rechtgezet. Ook de keuze voor de toedeling van de inkomsten of aftrekposten is nu nog niet definitief. Die kan men volgend jaar herzien als het met de inkomsten toch anders uitpakt dan gedacht.

5 De regeling geldt voor de maanden waarvoor men aan de genoemde voorwaarden voldoet. Daardoor vallen bijvoorbeeld giften die zijn gedaan vóór de periode van samenwonen buiten de regeling. Alleen voor mensen die echt trouwen (niet bij een geregistreerd partnerschap) ligt dat anders. Bij hen kan de regeling ook voor één maand gelden. Wie in bijvoorbeeld november trouwt, kan alle toepasselijke aftrekposten die in de laatste twee maanden van het jaar zijn gedaan, nog aan één van beiden toedelen.