Volendam wil niet veranderen

Volendammers verzetten zich tegen regels van boven en van buiten. Dat schrijft de commissie-Alders in het rapport over de cafébrand in de nieuwjaarsnacht. Hebben ze wat geleerd van de ramp?

,,Wij hebben onze eigen regels'', zei Jan Schilder van het Volendamse schoonmaakbedrijf Succes in januari tegen deze krant. ,,Als je een muur neerzet, dan zet je een muur neer.'' Hij legde uit hoe dat ging. Zijn ene schoonzoon is aannemer, de andere stukadoor. Zijn buurman is ook stukadoor, en die heeft weer een loodgieter en een dakdekker in de familie. Beslissingen, zei Jan Schilder, nemen Volendammers bij hun `potje bier' in het weekend. ,,De een zegt: ik moet een nieuwe dakkapel. De anderen zeggen: dat hoeft toch niet lang te duren? En dan gaan we op maandag na de avondboterham aan het werk. De bouwvergunning komt later wel.''

Jan Patat, vishandelaar, vertelde hoe hij het voor elkaar had gekregen dat zijn broer zijn dakkapel, te hoog volgens de welstandscommissie, niet lager hoefde te maken. Jan Patat, eigenlijk Jan Snoek, ging bij de burgemeester langs. ,,Ik kreeg een huilbui, en niet zo'n beetje. Ik zei: u móét me helpen. De gezondheid van twee Volendamse gezinnen staat op het spel.'' 's Avonds zocht hij de burgemeester thuis op. ,,U gaat me toch wel helpen?'' De volgende avond werd Jan Patat gebeld door de wethouder. De verbouwing hoefde niet.

Doen Jan Schilder en Jan Patat het nog steeds zo? Of hebben ze wat geleerd van het rapport van Alders? Volendammers trekken zich niets van regels aan, schrijft die. Het is een van de oorzaken van de brand in café 't Hemeltje. Waarnemend burgemeester Jan Bulte van Volendam vindt dat die `cultuur' snel moet veranderen.

Op het dak van de werkplaats van Succes, op het industrieterrein van Volendam, staan grote pakken isolatiemateriaal. Er komt een verdieping bij, legt Nico Schokker van Succes uit. Het is vrijdagmiddag half vijf. Jan Schilder rijdt net weg. Hij heeft nog een klus, zegt hij. Zijn maat Nico Schokker moet het woord maar doen. Nico Schokker zit met Siem Keijzer en Kees Silven in de kantine. Ze hebben net een flesje bier opengetrokken, zij zijn klaar met hun werk. Schokker: ,,Voor die verdieping hebben we alle vergunningen.'' Silven: ,,Officiële vergunningen.'' Schokker: ,,Maar dit is ook een officiële verbouwing.'' Silven: ,,Andere verbouwingen doen we gewoon zonder vergunningen hoor. En dat blijft zo. Anders zit je twee jaar te wachten.'' Ze praten over burgemeester Bulte, die op een vergadering met horeca-ondernemers had gezegd dat iedereen nu alles ging doen zoals híj het zei. Helpt dat? Silven: ,,Ach, helpt dat. Volendammers houden toch hun eigen regels.'' Schokker: ,,Je ziet het aan de verkeersregels.'' De mannen beginnen te lachen. Keijzer: ,,Wij stoppen niet voor een zebra.'' Schokker: ,,Wij hoeven geen riemen om.'' Keijer: ,,Wij stappen allemaal met drank op in de auto.'' Silven weet nog een leuk verhaal. Iemand vroeg bij een voetbalwedstrijd aan Bulte of hij een biertje wilde. Nee, zei die, ik moet nog rijden. Silven: ,,Gek, man, zei die jongen. Wij rijden straks allemaal nog.'' De mannen lachen nog harder. Schokker: ,,En de bekeuring verscheuren we.''

Jan Patat de vishandelaar is alleen op zijn mobiele telefoon te bereiken. Hij zit op Urk, ,,vis laaien''. Met de wond op zijn been, waar hij in januari zo'n last van had gaat het goed. Zijn zoon lag toen in het ziekenhuis met brandwonden, hij had zijn eigen wond verwaarloosd. Zou Jan Patat nog steeds de burgemeester bellen als zijn broer zijn dakkapel niet wilde verbouwen? Jan Patat begrijpt eerst de vraag niet. ,,Moet ik verbouwen?'' Daarna zegt hij: ,,Natuurlijk zou ik bellen. Het was toch onrechtvaardig?''

Over Jan Veerman, de eigenaar van 't Hemeltje, zijn de meningen wel veranderd. In januari namen Jan Patat en de mannen van Succes het nog voor hem op. ,,Dit had Jan ook nooit gewild.'' Nu vinden ze hem dom en hypocriet. Silven: ,,Ik denk, als hij zijn bar weer opengooit, dan gaan de Volendammers hem te grazen nemen. Dan vermoorden ze hem.''