Verbod op partij tekent toekomst van Turkije

Het verbod van de Partij van de Deugd in Turkije heeft gevolgen voor de partij zelf, voor de betrekkingen van Turkije met Europa en voor de politieke stabiliteit in het land.

De spanning in Turkije liep deze week hoog op: wat zou het Constitutionele Hof gaan besluiten over de moslim-fundamentalistische Partij van de Deugd? Interessant genoeg ging de discussie nauwelijks over de partij zelf, maar meer over de gevolgen van een eventueel verbod. Als het Hof alle 102 parlementsleden van de partij hun zetel zou afnemen, moesten er verkiezingen komen, zo was de analyse. En verkiezingen zouden zulke politieke instabiliteit met zich meebrengen, dat Turkije voorlopig alle pogingen om de immens fragiele economie te hervormen wel zou kunnen vergeten. De hele week was de beurs daarom zwaar in mineur en steeg de dollar.

Het is deze paniek vooraf die verklaart waarom de eerste reacties op het verbod in Turkije gisteren zo gematigd waren. De partij is weliswaar verboden maar slechts twee van de honderdtwee parlementleden kregen een politiek verbod – het doemscenario van de verkiezingen is daarom voorlopig van de baan.

De opluchting neemt niet weg dat het verbod van de Partij van de Deugd een belangrijk moment is dat grote invloed zal hebben op de toekomst van Turkije.

Dat geldt in de eerste plaats voor de moslim-fundamentalistische beweging zelf. Al langere tijd was er spanning binnen de partij tussen het `traditionele' kamp – dat de nestor van het moslim-fundamentalisme, Necmettin Erbakan als de grote leider ziet – en de `moderne' vleugel. Op het congres van de Partij van de Deugd, vorig jaar in Ankara, bleek hoe ver beide kampen uit elkaar liggen, bijvoorbeeld over een kwestie als de hoofddoek. Terwijl de `conservatieven' eigenlijk van mening zijn dat de hoofddoek een plicht is en elke moslim-vrouw er een moet dragen om niet in de hel te komen, ziet het `moderne' kamp de hoofddoek als een recht: als een vrouw haar wil dragen mag de overheid dat niet verbieden, maar verplicht is de hoofddoek niet. Algemeen is in Turkije de verwachting dat het `moderne' kamp het verbod van de Partij van de Deugd zal aangrijpen om zich los te maken van de `conservatieven' en een eigen partij op te richten. Zo lijkt het einde van de Partij van de Deugd een grote scheuring binnen de politieke islam te markeren.

Belangrijk is het verbod ook voor de toch al moeilijke betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie. Sinds december 1999 is Turkije kandidaat-lid van `Europa' maar volgens veel Europese diplomaten doet Ankara weinig tot niets om dichter bij `Brussel' te komen. Het verbod van gisteren zal die overtuiging alleen maar versterken. Achter de schermen immers heeft de Europese Unie Ankara immers klip en klaar laten weten dat het niet past in de Europese democratische traditie om politieke partijen lichtvaardig te verbieden. En aangezien de Partij van de Deugd in het verleden al aankondigde bij een verbod direct naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg te stappen, gaat het hier bovendien om een kwestie die niet snel van tafel zal zijn.

Ten slotte is het niet uitgesloten dat het verbod ook de regeringscoalitie zwaar zal belasten. Al langere tijd tekent de extreem-nationalistische MHP verzet aan tegen wetsvoorstellen die erop gericht zijn het economische bestel te hervormen. Volgens de MHP worden die voorstellen aan Turkije ,,opgelegd'' door ,,buitenlandse'' instituties als het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Tot nog toe staakte de MHP in laatste instantie steeds haar verzet, maar het is de vraag of dat zo zal blijven. De partij lonkt naar een aantal ex-parlementsleden van de Partij van de Deugd. Nu is de DSP van premier Ecevit nog de grootste binnen de coalitie, maar als een aantal vertegenwoordigers van de Partij van de Deugd overstapt naar de MHP, gaan de extreem-nationalististen de DSP overvleugelen. Als dat zou gebeuren, wordt de MHP nog onbuigzamer, aldus waarnemers, met alle gevolgen van dien voor de stabiliteit voor de regeringscoalitie.