Column

Terrasbabbeltje

Dwarrelend door Den Haag kom ik op een oude damesterras terecht. Keurige Haagse bejaarden babbelen over ene Louise. Louise is oud en Louise is ziek en Louise gaat dood, begrijp ik stiekem meeluisterend vanachter mijn krant, waarin ik lees dat De Beurs naar De Beurs gaat. Louise wordt op korte termijn afgespoten, maar de familie is het nog niet eens over de datum. Mijn oog valt onderhand op een bericht over een Franse mevrouw van 62, die draagmoeder was van een kind van haar broer. Het eitje was niet van de oude dame, maar gewoon geleased van een donoreitjesbatterij. Wanneer Louise afgespoten wordt hangt van haar zoon Henk af. Van de oude cappuccinodames begrijp ik dat Henk een bloeiend bedrijf in de Verenigde Staten heeft en niet zomaar even weg kan. Het ruimen van zijn moeder moet wel in zijn planning vallen. Onderhand lees ik dat ze in Rotterdam nu hartritmestoornissen kunnen verhelpen door een deel van het hart dood te vriezen. Henk zit middenin een fusie of een overname en kan niet makkelijk tijd voor zijn moeder vinden. Een van de dames legt uit dat na de dood natuurlijk ook nog een crematie of een begrafenis volgt. ,,Je bent zo een week verder'', oppert een krasse oma. En ze heeft gelijk. Ik lees dat als Nederland met voetballen wint het hele land condoomloos van bil gaat en er de volgende ochtend een schreeuwende vraag naar morning-afterpillen is. De dochter van Louise, de zus van Henk dus, gaat met Henk praten. Voor Louise is de pijn ondraaglijk, maar zonder Henk wil ze niet dood. En de dokter gaat met vakantie. En Louise wil perse dat haar eigen huisarts het doet. Ik lees in een klein berichtje dat het Bedplascentrum in Meppel is gered.

Ik dwaal af naar Amerika en zie succesvolle Henk in zijn prachtige villa in discussie met zijn Amerikaanse echtgenote. Het gaat over zijn stervende moeder. Moet hij wel of niet gaan? Hij is niet voor niks aan de andere kant van de oceaan gaan wonen. Onderhand lees ik dat er in de zaak Marianne Vaatstra een onschuldige asielzoeker is gearresteerd om het volk gerust te stellen. Dat is datzelfde volk dat een erectie krijgt als Kluivert scoort. Henk maakt ruzie met zijn vrouw, die vindt dat hij moet gaan. Henk rekent voor wat het kost. Hij heeft het niet over het ticket, maar over de uren die hij niet op de fabriek kan zijn. Hoeveel orders loopt hij mis? Henk is de fabriek. Hij begint over zijn broer Karel, die aids heeft en waarschijnlijk voor oktober de pijp uitgaat.

,,Dan moet ik weer'', klaagt Henk. Hij kan natuurlijk zijn moeder vragen het nog een paar weken op de morfine uit te zingen en dat Henk dan een paar weken eerder gaat. Hij begrijpt dat hij dit niet hardop kan zeggen.

Onderhand kauw ik op alle Volendam-info en geloof gewoon niet dat we door zoveel horken worden bestuurd. Begrijp wel steeds beter dat het volk massaal geil wordt bij een Nederlandse voetbaloverwinning.

De dames schakelen over op het witte voetje van Máxima, terwijl ik lees dat ze bijna 1,4 miljoen per jaar gaat verdienen. Het onderwerp Louise is afgerond met de tekst: het zal wel vrijdag worden.

Ik lees dat de voorzitter van de Club van Huilende Mannen de presentator Hennie Huisman bedankt heeft, omdat Hennie veel baanbrekend werk voor de huilende man heeft verzet.

Mijn vrouw belt wanneer het Nederlands voetbalelftal weer speelt. Niet dat ze van voetbal houdt, maar ze heeft zin in seks.

Ik ben met mijn hoofd nog steeds in Amerika, waar de ruzie hoog oploopt. ,,Je moeder sterft maar één keer'', oppert de Amerikaanse echtgenote van Henk, ,,en daarna hoef je nooit meer naar dat pokkeland!''

,,Pokkenland'', verbetert Henk.

Ik zie Henk zijn besluit nemen om naar het sterfpartijtje van zijn moeder te gaan. Hij belt het reisbureau en bedingt een korting!

De dames rekenen af en stappen op. Ik vouw mijn krant op, betaal mijn koffie en ga ook maar weer eens verder.

Moeder mag weg.