`Tekenen van verval zijn poëtisch'

Neel Korteweg werd opgeleid als beeldhouwer maar vormde zich om tot schilder. Ze portretteert nu naakte vrouwen van middelbare leeftijd, vol en mollig, blank en bleek. `Ik componeer uit mijn herinnering en mijn verbeelding.'

Het wemelt van de naakten op het atelier van Neel Korteweg. Een begane grond in Amsterdam tussen de slagers en groenteboeren uit de Levant waar dankzij spiegelend glas niemand naar binnen kan kijken. De naakten zijn volumineus, iets korter dan vrouwhoog, en chronologisch gezien presenteren de modellen zich steeds gedurfder, want schetsmatiger en feller van toon. Vanaf vandaag maken ze deel uit van de tentoonstelling Vroeg licht in Museum het Catharina Gasthuis in Gouda, en van een bibliofiele uitgave met bijdragen van essayisten, die gelijktijdig verschijnt.

,,Ik houd van het vroege morgenlicht, als er nog geen rood doorheen gloeit en als het nog bleek, zilver, grijs en groenig is, vandaar die titel'', vertelt Korteweg aan een rommeltafel. Ze exposeert zelden en ze praat nog over het métier als een klassieke academie-docent: over de huid van het doek, de plastische lijnvoering, de laag-voor-laag-werkwijze en over ,,de lange weg om je als schilder de menselijke gestalte, inclusief de anatomie, eigen te maken.'' Niet zo vreemd, want ze studeerde beeldhouwen op de Rijksacademie en gaf later zelf les aan de Academie van Bouwkunst, ook in Amsterdam, en aan de AKI in Enschede – over de relatie tussen kunst en architectuur.

Waarom wordt een beeldhouwer schilder? ,,Als student op de Rijksacademie moest je in de jaren zeventig vooral de maestro imiteren, op voorwaarde dat het resultaat wel iets slechter was. Je werd volgestopt met veel te veel beeldhouwkunstige voorbeelden. Het platte vlak heb ik ervaren als een bevrijding, de academische verlamming viel helemaal weg. Het schilderen was een bezigheid die uit mezelf kwam, iets dat ik me als autodidact in afzondering heb eigen gemaakt. Aan deze naaktserie heb ik vijf jaar onafgebroken gewerkt. De vrouwen componeer ik uit mijn herinnering en uit mijn verbeelding.''

Wie aan een geschilderd naakt denkt, ziet in gedachten een rank en vooral een jong lijf voor zich, en zelden de drillerige dijen van Rembrandts Hendrickje of Suzanna. Bij Neel Korteweg ligt dat anders. Haar naakten zijn van middelbare leeftijd, zoals zij zelf. Puntige borsten, platte buiken en opwaartse billen: ho maar! Er valt na een halve eeuw weinig meer glad te strijken en er rijst zelden meer iets omhoog. ,,In de schilderkunst kom je altijd de extremen tegen, heel jonge of heel oude vrouwen. Ik wilde die veel langere fase schilderen, die jaren daartussen, als zich het eigenlijke leven afspeelt. Die tekenen van verval vind ik ook veel poëtischer. Ik ben nu een jaar of tien met het staande naakt bezig, aan zitten ben ik nog lang niet toe.''

De meeste vrouwen staan vooral vleselijk te zijn, vol en mollig, gespeend van erotiek. Hun lijf is blank en bleek, vaak van onder belicht, en hun gezicht is wat weggemoffeld, ,,want elke gelaatsuitdrukking, een scherpe mond, een droevige oogopslag, leidt de aandacht van het lichaam af'', aldus Korteweg. De `week' geschilderde binnenkant van dijen en armen en hun meer gespierde buitenkant verraadt het veelvuldig kijken dat er in tekenstudies aan vooraf moet zijn gegaan. Want het `hard' en `zacht' uitdrukken van materie leer je niet op een namiddag. Zoals ook die aaibare plooien en rondingen niet in één verflaag zijn te vangen.

Wat begon met contour en kleur, kreeg gaandeweg letterlijk meer inhoud, meer reliëf, meer kleur en vooral meer plastische ruimtelijkheid, een begrip waar Korteweg als beeldhouwer mee vertrouwd is. ,,Het oog moet als het ware achter de naakten kunnen kijken, vandaar dat ik veel aandacht besteed aan de ruimte om hen heen. En het doek mag nooit zweten'', voegt ze er streng aan toe. Zweten? ,,Ja, zoals edelstenen niet zweten, zo mag je ook aan mijn werk niet zien hoe zeer ik mijn best erop gedaan heb. Figuratieve schilders zijn kwetsbaar, omdat alles dat ze maken controleerbaar is.''

Om in haar onderhoud te voorzien schilderde Neel Korteweg de afgelopen jaren ook portretten: peuters, pubers en gefacelifte dames, in tinten van wijnrood naar wasmiddel-wit. ,,Een portret is een dialoog, een andere wereld dan het naakt dat ik hier in stilte opbouw. Ik kijk naar de ander vanuit de onwetendheid, als naar een nieuw huis of een onbekend landschap. Tijdens het poseren schilder ik niet, ik herinner me iemand liever, zoals ik ook liever het onzichtbare laat zien dat iemand tot iemand maakt.''

We wandelen van het ene naar het andere naakt. ,,Ziet u hoe haar voet weifelt? Herkent u daar de melancholie? In die subtiele lichaamshoudingen wil ik stemmingen tot uitdrukking brengen. Genot, tevredenheid of onverzettelijkheid, er is zoveel. Of het naakt op mij lijkt, doet niet terzake. Het moet het autobiografische overstijgen, het moet een `het' worden, zodat anderen zichzelf erin kunnen herkennen.''

Het meest recente doek maakt de meeste indruk. Een boom van een vrouw in gifgeel, gifgroen en gifrood: `een loeilink wijf', aldus Korteweg. ,,Ik was toen heel boos. Daarom staat ze daar als een vrouw die je met geen bulldozer omver krijgt. De kracht die iemand op zo'n moment uitstraalt, is voor mij schoonheid. Nee, mannen schilder ik niet, want die dragen die kracht niet in zich.''

`Vroeg licht', t/m 8/9 in Museum het Catharina Gasthuis, Oosthaven 9, Gouda. Ma-za 10-17 u, zo 12-17 u. Boek: ƒ85,.