Romantiek, een spookwoord

Romantiek: literatuurwetenschappers durven het woord nauwelijks meer te gebruiken. Het is in dissertaties een soort taboewoord geworden, zoals kanker. Het r-woord. Als ik scriptievoorstellen krijg, leg ik mijn studenten uit, dat ze maar beter het woord `Romantiek' kunnen omzeilen, want er bestaat geen overeenstemming meer over wat het betekent. Als ze met onderwerpen komen als Bilderdijk en de Romantiek, of Piet Paaltjens als late romanticus, dan kan ik niet anders doen dan zeggen, dat dit niet tot een goede scriptie leidt, omdat er geen goede omschrijving van het begrip Romantiek meer is in de kunstwetenschappen.

Sinds er een nieuw beeld is ontstaan van een negentiende eeuw, kunnen de wetenschappers niet zoveel meer met een lijdzaam begrip als Romantiek. Hoe zou men dat immers kunnen rijmen met een tijd die gezien wordt als overheersend burgerlijk in de trotse betekenis van het woord, die vooruitstrevend en veranderingsgezind was en dat ook moest zijn omdat de een na de andere ontdekking en uitvinding tot versnelling van het leven leidden. Bovendien is de literatuurwetenschapper huiverig geworden voor etikettenplakkerij in het algemeen. Men weet niet meer zo goed of men wel over `Verlichting' of `Postmodernisme' kan praten, want bij elk voorbeeld valt wel een tegenvoorbeeld te bedenken. Wat is een stroming eigenlijk? Kan men het Postmodernisme tegenkomen en goedendag zeggen als men door de Kalverstraat loopt? Is het wel meer dan een keuze van een museumdirecteur of een paar critici?

In het dagelijkse leven is dat heel anders. Net zoals er een beeld van de Middeleeuwen bestaat, dat beeld van een vretende, geile massa onbeschaafde vechtbeesten dat ons in films voorgeschoteld wordt, zo bestaat er ook een beeld van de Romantiek. Het idee is dat half Europa hunkerde naar het graf, dat er nauwelijks aan seks gedaan werd, maar alleen geweend over onvervulbare liefde en gehunkerd naar de ware geliefde die eigenlijk pas het allermooist en het alleronbereikbaarst was als die gestorven was aan de tering.

Kunstenaars zaten op zolderkamertjes met verstijfde vingers en rammelende magen hun aangrijpendste poëzie te schrijven of met geleende penselen en verf op de pof te schilderen, en hun gedichten en hun schilderijen werden door niemand begrepen.

Wie het over de Romantiek heeft, denkt aan zelfgekozen isolement, aan doodsverlangen, aan individualisme, aan grensoverschrijdende kunst, aan vertering door hartstocht of melancholie, aan fatale vrouwen die iemand tot verval brengen of aan fragiele vrouwen die gesloopt worden door een ongeneeslijke ziekte. Men denkt aan Lord Byron die naar Griekenland trok als een soort vreemdelingenlegioensoldaat, aan Werther en zijn zelfmoord, aan de dubbele zelfmoord van Heinrich von Kleist en zijn geliefde, aan het verdrinken van Shelley in de Middellandse zee en de lijkverbranding door zijn vrienden op het strand van Lerici, aan de opiumgedichten van William de Quincy, aan de onbegrijpelijke gedichten van de waanzinnige Hölderlin.

Alle Europese kunstenaars zouden aan opium verslaafd zijn geweest, zelfmoord gepleegd hebben of op zijn minst hebben willen plegen, aan syfilis geleden hebben, kortom boarderliners geweest zijn, verdoolden en verdwaasden of, zoals mevrouw Borst het zo mooi zegt over hedendaagse loslopende gekken: verkommerden en verloederden.

In dit algemene beeld is er ook nauwelijks onderscheid tussen personages uit de romans of gedichten en schrijvers zelf. In het heerlijke boek van Mario Praz, The romantic agony, die rommelige kaartenbak van de zwarte Europese Romantiek, worden schrijvers én hun producten dan ook zonder enig onderscheid ondergebracht bij de thema's van de Romantiek. Byron zelf is een romantisch thema en hij lijkt in zijn leven op een kwaadaardige geest zoals Heathcliff uit Wuthering Heights van Emily Brönte. En Heathcliff is ongetwijfeld geïnspireerd op de boosaardige, tiranniserende zwaar alcoholische broer van de Brönte-zusjes, die toch aanbeden werd door de eenzame meisjes op de pastorie van het meest troosteloze landschap dat ik ken, in Yorkshire.

Nu is dit beeld niet helemaal uit het niets ontstaan. Alleen al die levens van die schrijvers en schilders. Bijvoorbeeld de Engelse dichter en schilder Dante Gabriel Rossetti, die vooral bekend is als schilder van de roodharige Lizzie met het Griekse profiel, een model dat voor veel schilders in de Prerafaëlitische tijd het summum van schoonheid was, en ook nu nog imponeert als men haar afgebeeld ziet. Hoewel half Londen op het model verliefd was, wist Rossetti de schoonheid te strikken voor een huwelijk. Ze stierf, nog bloedjong en bloedmooi, kort daarna aan een overdosis laudanum. Rossetti was verscheurd van verdriet en in zijn wanhoop stopte hij de manuscripten van een nieuwe bundel gedichten in de kist en begroef die met zijn geliefde. Acht jaar later liet hij ze weer opgraven, de manuscripten, en gaf ze uit onder de eenvoudige titel Poems by D.G. Rossetti. Gewoon trouwen, wat kunst verkopen, wat kinderen krijgen en aan ouderdom sterven lijkt er niet bij te zijn voor de romantische kunstenaars.

Het vaste beeld is ook, dat de heftige Romantiek in Nederland minder aanwezig geweest is. Maar je moet die dingen altijd proportioneel zien. Als er in Engeland vier grote kunstenaars in vijftig jaar zijn, kan er in Nederland statistisch gezien maar één zijn, als ik even voor het gemak aanneem dat Engeland vier maal zoveel inwoners heeft. Als er in Engeland vier romantische schrijvers zijn, is er in Nederland één. Een simpel rekensommetje. Maar ze zijn er wel: de hoerenlopers, de syfilislijders, de zelfmoordenaars, de krankzinnigen, de doodsgroupies, de drinkers, de opiumschuivers, en wat er allemaal niet aan ongemakkelijk leven mogelijk is. In het echte leven en in de literatuur.

De schilder Bosboom, die in een vlaag van woede alle brieven die zijn vrouw had van haar vroegere geliefde Bakhuizen van den Brink in het vuur geworpen heeft, in een vreselijke scène. Bosboom werd geregeld in inrichtingen verpleegd vanwege depressies. Hij kon ondanks geldgebrek geen schilderij verkopen omdat hij nooit vond dat het voltooid was. Er was de sombere schrijver Adriaan van der Hoop jr., die zijn gedichten opdroeg aan de tsaar van Rusland in de overtuiging dat die daar vereerd door zou zijn en die aan de drank gestorven is. Dan is er Willem Bilderdijk, voortdurend zichzelf aan de rand van het graf wanend, en die als hij te arm was om brood te kopen opium nam.

Dus toch Romantiek, en dat opgevat als een manier van leven? Ja, maar het zijn slechts enkelingen die zo gepassioneerd op de grens van leven en dood balanceren. Het merendeel van de mensen streefde juist naar een bewuste, goedlopende maatschappij. In het dagelijks leven speelde die nachtzijde niet zo'n grote rol.

Toch is er onmiskenbaar een periode aanwijsbaar in de negentiende eeuw waarin er meer aandacht dan voorheen was voor alles wat niet in een harmoniemodel past. In de schilderkunst valt dat het meest op, als men in een museum van een achttiende-eeuwse zaal naar een negentiende-eeuwse loopt. Van rust en vrede, vriendelijkheid en orde, komt men bij de schipbreuken, de steigerende paarden, de oosterse bordelen, de scherpe contrasten in kleuren, bij de kerkhoven en ruïnes. Alleen viel er met die Romantiek veel beter te leven dan wij ons voorstellen. Het gaat vooral om een andere kunstopvatting. Men moet zich niet oriënteren op die paar boarderline-kunstenaars die er in de Romantiek geweest zijn, misschien enkele meer dan in andere periodes, maar naar de kunst zelf kijken.

En toch kan men er niet omheen dat er een verschuiving in de kunstopvattingen geweest is die bijna niet te verenigen is met het beeld van de tijd waarin de burger streefde naar een geoliede maatschappij. Diezelfde vooruitgangsburger van de afschaffinggenootschappen en de volkseducatie luisterde naar de door en door sombere muziek van Schubert en las die gruwzame Wuthering Heights. Juist met deze roman valt die gespletenheid te verduidelijken. Er was inderdaad een fascinatie voor het kwade, maar in het kader van een bedwinging. In Wuthering Heights wordt het duivelse van Heathcliff niet verheerlijkt, maar het is juist een waarschuwing. Sinds de vader in het harmonische Victoriaanse gezin een halfwilde vreemdeling opgenomen heeft, gaat alles fout. Het is bedoeling dat de lezer gruwt van de gevolgen van een irrationele beslissing, om zelf niet in een dergelijke fout te vervallen.

Dat heeft allemaal te maken met de ongelooflijk gecompliceerde maatschappij van de negentiende eeuw, waarin de geleerden steeds meer grip krijgen op onverklaarbaarheden, en tegelijkertijd lijkt iedere afgeslagen drakenkop er zeven nieuwe te verwekken. Door erover te schrijven of te schilderen, probeerde men het kwade, het zieke en het onbeheersbare te temmen.

P.S. Sinds enkele dagen verschijnen er piepkleine peulen aan de paardenbonen, die bloeiden met wel zo'n dertig helderwitte bloemen per stengel. Ik heb geen hulp geboden bij de bevruchting, hoewel ik vreesde dat er niet voldoende zelfbestuiving plaats zou vinden in de stadstuin, maar de natuur blijkt ook daar te werken.